Zaterdag 24 december 2005  

Om 6 uur uit de veren, kwart over 7 vertrokken. Alles verliep vlot tot voorbij Bornem. In Puurs was een auto over de kop gegaan. Verschillende auto’s reden zomaar voorbij. Wij zijn gestopt om hulp te bieden. Daardoor wat tijd verloren. In Zaventem file om aan de luchthaven te geraken. Nog meer file om in te checken en bij de douane. Geen tijd meer voor een ontbijt op de luchthaven. Om kwart voor elf eindelijk op het vliegtuig. We moesten om 10.35 opstijgen. Om 11 uur gingen we dan toch de lucht in. We werden door SN Brussels Airlines in de watten gelegd. Eerst een aperitiefje, daarna lekkere vis met broccoli en patatjes met een suikerwafel bij de koffie toe. In de namiddag kregen we nog een praline en een ijsje. Ook het avondmaal (broodjes met tonijnsla) smaakte lekker. Linda en Marie-Jeanne overleefden het opstijgen en landen met de nodige schrik. Joselien had een bloedneus. Om 6u30, 7u30 plaatselijke tijd, landden we in Kigali. Met haar krukken had Marie-Jeanne wel wat last om van de vliegtuigtrap te geraken. Maar ze kreeg wel een bus voor haar alleen om tot aan het gebouw te rijden. Ook hier weer aanschuiven voor paspoortcontrole en douane. We oefenden ons al om in het Afrikaanse ritme te geraken: rustig, rustig, rustig…
De medewerkers van het weeshuis stonden ons reeds op te wachten met jeeps en een heuse kleine vrachtwagen. Die moesten ze later, net als onze jeep, in gang duwen. Op weg naar het hotel genoten we van ‘Kigali by night’. Daar aangekomen konden we de kracht van de Rwandezen bewonderen: met twee zware zakken, dozen of valiezen gezwind de trappen op naar de tweede of derde verdieping!
Bij een eerste glaasje maakten we kennis met enkele medewerkers van het weeshuis CMG (centre mémorial Gisimba). Rond 11 uur genoten we van een heerlijke maaltijd. We begonnen met een slaatje van avocado, rode kool, boontjes, pasta, komkommer en tomaat. Tocht maar voorzichtig met rauwe groenten! Daarna volgde een lekker soepje. Als hoofdgerecht was er kip met rijst en gebakken aardappeltjes. Er waren ook warme bloemkooltjes en erwtjes. Als toetje serveerde men pannenkoekjes met confituur. Het eten was bijzonder lekker en verzorgd. Rond halfeen kropen we onder de lakens voor onze eerste nacht op Afrikaanse bodem. 


 

Zondag 25 december 2005

Het valt eigenlijk moeilijk te omschrijven welke ongelooflijke Kerstdag we beleefden. Toch wil ik proberen deze emotievolle dag te bewaren. En dat kan alleen door hem aan dit papier toe te vertrouwen. Een poging…
Na een min of meer rustige nacht, al dan niet met behulp van een pilletje, verzamelden we om acht uur voor het ontbijt. Het omeletje smaakte heerlijk, net als de Afrikaanse thee.
Toast, boter en confituur was er ook. Marie-Thérèse ging de hele dag met ons mee op stap. Zij heeft een bureautje in het CMG en werkt vooral met de gezinnen in de heuvels. Rond tien uur vertrokken we voor een kennismaking met de zusters Bernardinnen. Marie-Jeanne en Thérèse namen een taxi. Met krukken de heuvel op was immers n iet doenbaar. De rest maakte er een prettige wandeling van. Het was wel betrokken, maar warm. Zalig!  De zusters ontvingen ons hartelijk met een kopje koffie of thee. Ook zelfgebakken koekjes en wafeltjes werden aangeboden. Na het afgeven van de briefwisseling en pralines, was het tijd om geld te wisselen. Dat had wel wat voeten in de aarde. Rekenen, tellen, hertellen… enfin: voor 500 euro per persoon ontvingen we 65 briefjes van 5.000 RWF. We waren meteen 325.000 Rwfr. Rijker. Nadat we nog even hadden nagepraat in de mooie tuin, gingen we weer op pad. Drie dappere heren (Jaak, Leo en Luc) zetten er stevig de pas in om flesjes water te gaan kopen in het winkeltje bij het hotel. De rest volgde het tempo van Marie-Jeanne naar restaurant Karibu. Het was zalig verpozen onder de bomen en de parasols in de tuin. Bovendien was het eten opnieuw heel lekker. Naast rauwe groentjes (toch wat voorzichtig) proefden we ook gebakken banaan, rundvlees, zoete aardappelen, spaghetti en een soort spinazie gemaakt van maniokbladeren. Helaas was het bezoek aan de mis erbij ingeschoten. Eigenlijk wenden we erg snel aan het Afrikaanse ritme! Marie-Jeanne en Thérèse gingen met de taxi naar het hotel om de post, de ballonnen en de snoepjes klaar te maken die we zouden meenemen naar het weeshuis. Wij wandelden te voet verder naar het oude militaire kamp-Kigali waar in 1994 tien Belgische para’s werden vermoord. Het zien van de ingeslagen kogelgaten maakte iedereen stil. Het monument zelf bestaat uit tien stenen kolommen, één voor elke doodgeschoten para. In elke kolom zijn horizontale lijnen geslepen, één lijn voor elk levensjaar van die para. Binnen in de kamers hangen panelen die niet alleen vertellen over de eerste en de tweede Rwandese génocide, maar ook aandacht vragen voor de miljoenen mensen die in het recente verleden vermoord werden in Europa (tweede wereldoorlog) Cambodja, Turkije, Rusland… Er wordt ook aandacht besteed aan de oorzaken van dergelijke misdrijven tegen de menselijkheid: racisme, onwetendheid, armoede, onrechtvaardigheid. We waren allemaal wat stiller toen we onze tocht op weg naar het hotel verder zetten. De zon, die af en toe al heerlijk geschenen had, verdween achter een stapel dreigende wolken. Linda en Joselien merkten op dat ze eigenlijk wel eens zo’n echte Rwandese plensbui wilden meemaken. Onvoorstelbaar toch! Na amper anderhalve dag het kille, miezerige, Belgische weer achter gelaten te hebben en dan al verlangen naar regen! We wandelden nu door de ‘rijke’ wijk van Kigali waar de meeste ambassades gevestigd zijn. Keurig onderhouden voetpaden, majestueuze bomen in prachtige tuinen. Toen we voorbij hotel Continnental (chique, duur) wandelden, wilden Leen en Dominique dit toch wel eens van binnen zien. Een dringend plasmoment leek hen een gedroomd excuus. En het lukte hen nog ook! Een securituy-agent begeleidde de dames naar het toilet. Dominique wilde zo’n bravourestukje nog eens herhalen door de ambassade van de U.S te filmen. De security was nu wel wat minder vriendelijk. Rond kwart voor drie arriveerden we in ons hotel waar Marie-Jeanne al vol ongeduld zat te wachten. Per taxibus gingen we naar het weeshuis. De wijken waar we doorreden waren in niets te vergelijken met de plaats waar we ’s morgens wandelden. Het ene piepkleine winkeltje naast het andere. Heel veel volk op straat. Putten en bulten in de rijbaan. Muren en daken van golfplaten. Bij aankomst in het weeshuis werden we verwelkomd door Damas en zijn medewerkers. Met veel enthousiasme toonden ze ons de nieuwste verwezenlijkingen. We bezochten achtereenvolgens:

  1 -  De slaapkamer van de oudste jongens.
 

2 - De nieuwe bibliotheek die werd ingericht door de 4 jonge vrijwilligers die in september gedurende een achttal weken in Rwanda waren. Ze hadden werkelijk schitterend werk geleverd. Muren, deuren en vensters werden geschilderd. In de kasten stonden de boeken netjes gerangschikt zodat de kinderen vlug konden vinden wat ze wilden lezen. Er stonden rijen mooie tafeltjes die geschikt waren om computers op te zetten. Het systeem met de bibliotheekkaarten werkte behoorlijk en de kinderen waren enthousiast om boeken te lezen. Als de computers nu nog geïnstalleerd werden, zou deze ruimte optimaal kunnen benut worden. Met eenvoudige middelen werd hier een heus leercentrum gecreëerd!

 

3 - Het nieuwe naai-atelier was ook heel mooi. De ingemaakte kasten boden een zee van ruimte. Ook de ‘paskamer’ was klaar. Nu nog de machines en de stoffen en het naai-atelier kan geopend worden.

 

4 - Ook de nieuwe spelotheek was min of meer gebruiksklaar. De puzzels zaten in de kasten. Er was materiaal om te bouwen, een grote bak vol poppen en pluchen beestjes, een andere vol auto’s, een schommelpaard… Damas zei dat het nog moeilijk was om de kinderen te ‘leren’ spelen. Als echte ‘onderwijsfreak’ had ik wel enkele ideetjes. Met bakken en bankjes kun je speelhoeken maken: een puzzelhoek, een bouw- en poppenhoek, een tekenhoek… Met gekleurde armbandjes of kransjes kun je duidelijk maken hoeveel kinderen in een bepaalde hoek kunnen spelen. Via een bord kan men zorgen voor een doorschuifsysteem zodat alle kinderen met het verschillend speelgoed kunnen spelen. Toen ik later in de wasplaats die nu dienst deed als opslagruimte allerlei bankjes vond, jeukten mijn handen om speelhoekjes in te richten.

 

5 - De andere kleuterklasjes waren voorzien van ronde tafeltjes en kleine stoeltjes.

 

6 - Een deel van het waterproject was al klaar. Van verschillende gebouwen wordt het regenwater opgevangen in een ondergrondse waterreservoir en via twee pompen omhoog gebracht naar bovengrondse reservoirs, zodat men stromend water heeft. Daarnaast werden ook goten aangelegd zodat het water dat bij regenweer van de heuvel afstroomt wordt opgevangen en weggeleid. Zo worden de gebouwen niet meer beschadigd door neerstromend regenwater.

 

7 - Ook de keuken werd vernieuwd. In plaats van de grote, open houtvuren installeerde men stoomketels die ook op hout werken, maar die veel zuiniger zijn, een grote vooruitgang. Vroeger was de keuken volledig open. Nu is een deel toegemaakt. Er is geen schouw, de rook trekt weg door de open ramen bovenaan.  Jaak vertelde dat hij op het internet iets gevonden had dat misschien ook wel bruikbaar kon zijn. Er is immers een verbod om nog bomen te kappen. In Kigali zou er een project bestaan waarbij men afval recycleert en van het restafval briketten maakt waarmee men kan stoken. Misschien nog eens opzoeken en doormailen?

 

8 - In een andere slaapzaal toonden enkele mamans de babykleertjes die ze gebreid hadden. Schitterend, maar misschien wel wat warm voor hier?

Eigenlijk vond ik deze rondleiding al veel te lang duren. Hoe nodig en interessant ook; de kinderen zaten ondertussen wel al geruime tijd te wachten. Met zachte dwang loodste ik Marie-Jeanne naar de ingang van de eetzaal. Ik kan met geen woorden beschrijven wat er door me heen ging toen we de zaal binnenstapten. Zoveel paar ogen die ons nieuwsgierig aanstaarden. Lachende, vragende, ernstige gezichtjes van groot en klein. Achter mijn ogen prikten tranen die ik verwoed trachtte binnen te houden. Wat niet echt lukte. Ook andere mensen uit ons gezelschap konden hun ontroering moeilijk verbergen. We werden onthaald met liedjes, dansjes en sketches. De kinderen hadden duidelijk veel geoefend en zongen en dansten vol overgave! Daarna kregen ze een kleine traktatie: wat snoepjes, ballonnen en een drankje. Ondertussen bedeelde Marie-Jeanne de post aan een aantal kinderen en maakten Sammy, Leen, Linda, Luc, Joselien en Filip kennis met Sandra. Voor ieder van hen een emotioneel moment. Na een woordje van Marie-Jeanne en Damas, vergastten de tieners ons op een traditionele Rwandese dans. Ze nodigden ons uit om mee te doen. Vergeleken met hun sierlijke bewegingen, leek ik eerder een houten klaas. Bij Jaak echter kon je duidelijk merken dat het Rwandese bloed door zijn aderen stroomt. Hij zat trouwens de hele namiddag tussen de kinderen en amuseerde zich kostelijk. Nadat we om zes uur door de kinderen waren uitgewuifd, ging het in sneltreinvaart naar het hotel. We hadden voor dit ritje een lagere prijs bedongen dan bij het vertrek. Vandaar misschien? Leo had nog Rwandees geld over van een vorig bezoek en betaalde de chauffeur. Enkele tellen later kwam de jeep in achteruit teruggebold. Bleek dat Leo’s geld niet meer bruikbaar was. Iets met een datum en de naam van de vorige gouverneur op die biljetten. We lieten het niet aan ons hart komen en spraken af om rond halfacht samen te komen voor het avondmaal. Bij een glas Mutzig, water of een theetje wisselden we onze eerste indrukken uit. Linda verwoordde heel goed wat iedereen dacht: "Wat we nu hebben mogen meemaken kan je nooit aan iemand proberen uit te leggen. Daar zijn geen woorden voor!" Joselien vond dat de kinderen er allemaal heel goed en verzorgd uitzagen. Het is ongelooflijk wat Marie-Jeanne en Leo hier samen met de Vriendenkring gedurende vijftien jaar allemaal realiseerden. Vertrekkend van één enkel hoofdgebouw werd er jaar na jaar verder gebouwd en verbeterd. Alle kamers waren netjes. De kinderen zagen er gelukkig uit. Velen van ons vroegen zich af wat er in die hoofdjes omging. En wat in ons hoofd aan indrukken door elkaar heen tuimelde. We beseffen niet voldoende hoe goed wij het wel hebben, hoe gelukkig en bevoorrecht wij zijn. Het zet ons aan om wat dankbaarder te zijn. En ook groeit de sterke wil bij ieder van ons: hier willen we verder aan meewerken, hiervoor willen we ons verder blijven inzetten, wat hier gerealiseerd wordt is meer dan de moeite waard om te bewaren en verder uit te bouwen. Naast de geschiedenis van het  ontstaan van de Vriendenkring, vertelde Marie-Jeanne ons ook het verhaal van Sandra. Zij werd als klein meisje door haar moeder verstoten en kwam toen in het weeshuis terecht. Daar had ze het relatief goed. Maar na de génocide moesten alle kinderen die nog familie hadden het weeshuis verlaten om plaats te maken voor de vele génocide wezen en terug bij hun familie gaan wonen. Sandra moest dus terug naar haar moeder die haar niet wilden. Bovendien was haar familie heel arm. Sandra liep weg, keerde terug naar het weeshuis, moest terug naar haar familie, liep weer weg… Ondertussen had de vriendenkring "Meulebeke zonder grenzen" de familie onder haar hoede genomen. Ze hielden een ontbijtactie bouwden en bouwden een huisje en zorgden ervoor dat de ergste nood gelenigd werd. Maar Sandra bleef weglopen en was soms dagenlang zoek. Bovendien was ze doodongelukkig bij haar familie. Uiteindelijk vond de Vriendenkring een oplossing voor Sandra. Alle weeskinderen die gedoopt worden, krijgen bij hun doopsel een peter en meter. Dat zijn mensen uit Kigali of omstreken die de kinderen willen helpen en het weeshuis steunen. Toen Sandra bij haar doopmeter ging wonen, waren de grootste problemen opgelost. De Vriendenkring nam  Sandra’s familie onder haar hoede. Zo betaalden ze de oogoperatie van haar zusje. Daarnaast werd ook het gezin van de doopmeter geholpen. Sandra woont daar trouwens nu nog altijd. Ze is ondertussen 22 jaar en studeert nog (haar laatste jaar). Tijdens de vakantie komt ze helpen in het weeshuis. Marie-Jeanne hoopt dat ze later het werk van Thérèse in de heuvels kan verder zetten. En wat heeft Sammy hier nu mee te maken? Zijn ouders steunden Sandra al via VKR vzw van toen ze als heel klein meisje in het weeshuis kwam. Ze zijn haar al die jaren blijven steunen en begonnen daarvoor de Meulebeekse "ontbijtactie". De allereerste actie had als motto "Een dak voor Sandra".Het ingezamelde geld werd gebruikt om het huisje voor Sandra’s familie te bouwen. Daarom waren Sammy  en Leen, samen met de anderen die de ontbijtactie sindsdien elk jaar op touw zetten, zo blij dat ze nu écht konden kennismaken met Sandra. 


 

Maandag 26 december 2005

Een stralende zon. Een strakblauwe hemel met hoge, witte wolkenvegen. In de verte liggen de heuvels rond Kigali gevangen in een lichte mistwaas. Na een lekker ontbijt splitsen we onze groep in twee. De mannen gaan in het weeshuis de computers installeren. Wij vrouwen gaan shoppen in de vele Afrikaanse winkeltjes in de buurt van ons hotel. Als dat geen bevestiging is van het traditionele rollenpatroon! Het is erg druk in Kigali wanneer we langs en in de vele winkeltjes op zoek gaan naar mooie dingen om mee te nemen. Het spiekbriefje van Leo met de omrekening van Rwf naar euro wordt druk geraadpleegd. Straatventers proberen hun waren aan de man of vrouw te brengen: parfum, riemen, schoenen, papieren zakdoekjes, kaartjes, batik stoffen, houten beeldjes… We willen nog niets kopen; enkel kijken en genieten. De winkeltjes bieden een bonte verzameling: houten beelden, sieraden, poppen, maskers, houten speelgoed, schalen, manden, tamtams, speren, snaarinstrumenten, kerststallen, napjes, onderzetters, beelden en doosjes in zeepsteen, gebakken tegels met prachtige motieven… Joselien en ik kopen geluksarmbandjes. Die zijn gemaakt van olifantenstaart. Ook de anderen kunnen niet weerstaan aan de mooie halssnoeren, oorbellen of ringen. Twee tieners proberen ons batik en olifantjes te verkopen. We zeggen dat we wachten tot zaterdag. De hele verdere voormiddag volgen ze ons. We hebben twee Rwandese bodyguards. Nadat we kaartjes kochten (een hele onderneming) werd het stilaan tijd om naar het ons vertrouwde restaurant Karibu te wandelen. Eerst nog even postzegels kopen. Maar: tweede Kerstdag. De post is dicht. Ondertussen proberen onze bodyguards Joselien te overtuigen om een zwart olifantje te kopen. Ze is wel een echte zakenvrouw. Van 16.000 Rwf laat ze de prijs steeds verder zakken. Uiteindelijk verandert het olifantje van eigenaar voor de ronde som van 3.000 Rwf. In de tuin van restaurant Karibu genieten we van een lekker drankje. Even later is ons gezelschap weer compleet. Het installeren van de computers verliep heel vlot. Met de hulp van Jaaks "magische" gereedschap werden de tafels uit de container gehaald en in een wip in elkaar gezet. Voor de kinderen leek het wel toverij, zo snel ging het. Ze waren natuurlijk heel enthousiast en keken vol spanning toe tot het scherm voor het eerst oplichtte. Gelukkig waren alle computer OK. Niet zo vanzelfsprekend als je bedenkt welke reis ze achter de rug hadden. Na een lekker middagmaal wipten we nog snel binnen in het hotel om de pakjes voor de zustertjes van Calcutta op te halen. Enkele regendruppels begeleidden het instappen in de taxi. Maar dat was vlug over. De rit erheen was al een voorproefje van onze rondreis van morgen. Toen we voorbij de kerk van Sint-Famille reden vertelde Marie-Jeanne hoe de kinderen van het weeshuis Gisimba daarheen gevlucht waren tijdens de genocide. Om een of andere reden konden ze daar niet blijven en vluchtten ze verder weg. Wat later werden alle mensen die in de kerk bescherming zochten, vermoord. ‘Onze’ weeskinderen moeten dus wel een goede engelbewaarder hebben. In het weeshuis werken tien zustertjes van Calcutta. Ze ontfermen zich over kleine kindjes van 0 tot 5 jaar. Zieke of gehandicapte kinderen blijven daar. Men probeert de kleintjes te laten adopteren. Vooral in Zwitserland en Frankrijk lukt dit goed. Eens de gezonde kindjes drie jaar zijn, worden ze geplaatst in andere weeshuizen waar ze ook naar school kunnen gaan. Onlangs werden drie kindjes opgenomen in het weeshuis van Gisimba. Zo komt er plaats vrij voor nieuwe kleintjes. De oudste kindjes verwelkomden ons met muziek en dans. Weer viel het ons op hoeveel gevoel voor ritme deze kleintjes hebben. Dat moet dus echt wel aangeboren zijn. Vrij snel kwamen de kleintjes naar ons toegelopen? Toen enkele peuters de zak met speelgoed opmerkten, werd het even een kleine overrompeling. Al snel had iedereen een vliegtuigje of autootje. Toen ze daarna nog snoep en een ballon kregen, was hun geluk compleet. Daarna leidde een van de zusters ons rond. In een zaaltje zaten de "lopertjes" bij elkaar. Wat verder was een grote zaal met allemaal kleine bedjes. Hier verbleven de kleinsten. Er hing een penetrante geur. Sommige baby’s sliepen. Anderen lagen voor zich uit te staren of zaten te spelen. De zusters ontfermen zich ook over bejaarden  en zieke of gehandicapte volwassenen. Onlangs nog waren vier mensen gestorven aan aids. Ook heel wat kinderen zijn besmet. Voor hen is er weinig toekomst. Hoe de zusters het dag in dag uit volhouden is ons een raadsel. Zelf zeggen ze:"C’est avec l’aide du Seigneur. En ook al is het werk dat we doen maar een druppeltje in de oceaan, toch is die druppel belangrijk. Want anders zou de oceaan een druppel minder groot zijn. Diep onder de indruk verlieten we het weeshuis. De rit terug naar het hotel verliep nogal "schokkend". Af en toe wipte er wel iemand met zijn of haar hoofd tegen het plafond van het minibusje. Nadat we een nodig en deugddoend badje genomen hadden, bestelden we het avondeten in ons hotel. De avond tevoren hadden we nogal lang moeten wachten. Dus toen we onze bestelling hadden doorgegeven, besloten we om met enkelen naar het cybercafé te gaan. We wilden mailen naar de thuisblijvers. Wegens werkzaamheden was het café echter voor de hele week gesloten. Geen nood, wat verder was er nog zo’n mail-café. Maar ook hier vingen we bot. Dus keerden we onverrichterzake terug naar het hotel. Daar moesten we nog langer op ons avondeten wachten! Na 2 ½ uur kregen we toch iets tussen de kiezen. Daarna vlug onder de wol, want om halfzeven zouden we ontbijten. Eerst maakten we nog wel onze valies klaar voor een vijfdaagse trip door het land der duizend heuvels. 


 

Dinsdag 27 december 2005 

Met kleine oogjes verschenen we aan het ontbijt. Lawaai had ons de voorbije nacht uit onze slaap gehouden. En het was zo vroeg. Toch was het al licht. Het beloofde een zonnige dag te worden. Heel wat omeletjes verdwenen in hongerige magen. We wilden immers goed voorbereid aan onze tocht beginnen. Onze chauffeurs waren goed op tijd zodat we om acht uur konden vertrekken. Onze overtollige bagage raakten we kwijt in de kamer van Marie-Jeanne en Leo. In Kigali was het op dit uur al erg druk. Onze eerste halte was bij het benzinestation. Jeeps rijden nu eenmaal niet op water. We schrokken wel een beetje van de prijs. Die was bijna even hoog als bij ons in België. We reden in noordelijke richting via  Base en Nyamugali. De asfaltweg was in goede staat en we genoten met volle teugen van het wondermooie landschap. Als een lappendeken lagen de heuvels bezaaid met duizenden kleine of grotere veldjes. Dankzij de vulkanen is dit een zeer vruchtbare streek. Een mozaïek van kleuren ontrolde zich voor onze ogen: bananenbomen, maïs, kolen, bonen, sorgo, aardappels, afgewisseld met bloemen en eucalyptus die een heerlijke geur verspreidden. Op de velden waren vrouwen in kleurige kledij aan het werk. Met de hak maakten ze de perceeltjes zaai- of plantrijp. Vaak met een baby slapend op de rug gebonden. Hier en daar wat kleine huisjes, verspreid over de heuvels. Sommige gemaakt van een houten raamwerk met daartussen ‘stenen’ van gedroogde klei vermengd met stro. Andere huisjes waren gemaakt van steen. Langs de kant van de weg waren mannen en vrouwen bezig onkruid te wieden en de weg te onderhouden. In Base verlieten we de asfaltbaan en waagden we ons op smalle aarden pistes. Regelmatig stopten we om foto’s te maken of te filmen. Telkens weer herhaalde zich hetzelfde scenario. Eerst kwamen er een of twee kindjes. Enkele tellen later stonden ze met tien, twintig, dertig rond de jeeps. Toen Jaak een foto maakte en die aan de kinderen liet zien, was het hek helemaal van de dam. Alle kinderen wilden op de foto! De pracht van het land staat in fel contrast met de armoede die er heerst. Kinderen in lompen, op blote voetjes, sommige duidelijk ondervoed of ziek. Het raakt je telkens weer: die vragende gezichtjes, die uitgestoken handjes. En toch: kinderen en volwassenen lachen en zwaaien als we voorbijrijden. Zo veel blije mensen! Rwandezen zijn ook bijzonder vindingrijk. We zagen alle mogelijke modellen van fietsen met nog van die metalen handvatten om te remmen. En kruiwagens volledig in hout gemaakt. Alles volgestouwd, duwend de heuvel  op. Af en toe passeerden we een dorpje of een markt. Piepkleine huisjes doen dienst als restaurant, kapperszaak, naai-atelier, winkeltje… Daar was het ook telkens een drukte van jewelste. We hielden even halt boven aan de watervallen van Butaro die we wel hoorden maar niet zagen. Ook daar stroomden de mensen toe om ons te bekijken. De jongens lachten om Leen en mij. Rokende dames is een bezienswaardigheid! Ook Linda’s benen hadden veel bekijks. Omdat de nood heel hoog was, stopten we even verder bij het huis van de dokter in Butaro voor een dringende plaspauze. Naar het schijnt was die man heel vereerd dat we daarvoor bij hem langs kwamen. Ook hier weer drumden de mensen samen rond ons en onze jeeps. Wuiven, lachen en gepraat waar we niets van verstonden. We konden wel al ‘goeiedag’ zeggen. Muraho! Tot plots een politieagent verscheen. Enkele woorden en gebaren waren voldoende om de menigte uit elkaar te halen. Samen met de agent kwam ook de burgemeester een kijkje nemen. In het district Butaro wonen op dit moment 66.000 mensen. Dat is heel veel voor zo’n district. Wat later reden we over nog kleinere paadjes met nog meer en diepere kuilen erin naar de paroisse van Runaba. In de tuin van het klooster genoten we van onze pick nic toast met ham en ei. Als toetje aten we twee lekkerzoete banaantjes die we ’s morgens langs de kant van de weg gekocht hadden. Linda’s rug hield redelijk stand, Joseliens misselijkheid was over en Filip zei dat zijn rug het ook nog wel uithield. En dus trokken we weer op pad. Vanuit Butaro volgden we de route langs de meren Burera en Ruhondo. Het landschap was hier adembenemend mooi, de putten en kuilen in de weg iets minder. In deze buurt zagen we ook nog veel traditionele hutjes van stro en bananenbladeren. We genoten van het prachtige uitzicht op de watervallen, de machtige vulkanen in de mist, de kleurige veldenmozaïek en de bootjes op het meer. Gedurende heel onze tocht zagen we langsheen de weg ontelbare kinderen met water of droge planten zeulen. Die laatste droegen ze als een gigantische berg op hun hoofd, zodat je nog amper hun gezicht zag. Ook de volwassenen dragen bijna alles op hun hoofd: balen gevuld met groenten, bussels met lange houten planken, vaten met water, tot zelfs een naaimachine toe. Voortdurend liepen de kinderen een eindje achter de jeep aan. Ze konden ons wel even bijhouden: met al die kuilen ging het niet echt snel vooruit. En zoveel stof! Eentje reed zelfs een eindje mee achterop, zich vastklampend aan het reservewiel. Zo bereikten we rond halfvijf de nieuwe luxueuze ‘Virunga lodge’. We genoten van het prachtige panorama van 360 ° met uitzicht op de vulkanen en de meren. Jammer genoeg was het niet erg helder. Maar toch hadden we ogen te kort om van dit prachtige uitzicht te genieten. Linda, Joselien en ik waren blij dat we hier een betaalbaar glaasje wijn konden drinken. De lodge is erg mooi, met respect voor de Rwandese bouwwijze. Dé grote verrassing was hier wel het toilet. Vermits er hier geen stromend water is, werd dat doorgespoeld met zand. Naar het schijnt een Amerikaanse uitvinding. Het werd stilaan tijd om het laatste stukje van onze dagreis aan te vatten. Nog even werden we grondig door elkaar geschud toen we van de lodge terug naar de baan reden. Daarna ging het vlot naar Ruhengeri. Hoewel het bijna donker was, was er nog steeds veel volk op stap langs de kant van de weg. Het was al donker toen we eindelijk in hotel Muhabura aankwamen. Daar probeerden we een nieuwe truc uit om niet te lang op ons avondmaal te moeten wachten. Iedereen was immers moe. Eerst gingen we de menukaart bekijken en ons eten bestellen. Daarna zouden we ons wat opfrissen. We hingen immers vol stof. Rond acht uur zouden we dan gaan eten. En het lukte! Weliswaar was de vis die we bestelden niet meer in voorraad. Daardoor ging Leo als ‘police’ de kamers langs, vergezeld van een ober met de menukaart. Maar rond kwart over acht genoten we van een lekkere schotel. Daarna nog even de ‘pot’ aanvullen. En ten slotte konden we genieten van een hopelijk heerlijke nachtrust.
PS Vandaag een kakkerlak in bad gevonden. Doorgespoeld. Hagedissen in restaurant. Verder niet veel ongewenste ‘beestjes’.


 

Woensdag 28 december 2005

In telegramstijl: woensdagavond veel te moe om nog iets te schrijven. Vandaag (donderdag) voor het ontbijt een half uurtje om verslag uit te brengen. Deze woensdag was een dag met hindernissen. Lekker ontbijt. Valiezen pakken en afrekenen. Volgens onze reservatie: kamer met ontbijt. Slechts ontbijt voor 1 persoon inbegrepen. De tweede persoon moet ontbijt betalen. Niet juist volgens Leo. Wel juist volgens manager. "Je huurt een kamer en krijgt één ontbijt gratis toe". Nog een bijzonderheid: alle tweepersoonskamers hadden maar één reuzehanddoek. Ikzelf met een eenpersoonskamer, beschikte over twee handdoeken. Rare jongens die Rwandezen. Op weg naar "Mountain gorilla" nest’ in Kiningi. Van hieruit vertrekken de tochten naar de gorilla’s. Was wat te duur voor ons. Enkele kaartjes gekocht. Weg erheen met gekende putten en kuilen. Veel armoedige huisjes tussen de velden. Voor het eerst veldjes met bloemen gezien. Kinderen op blote voeten rennen achter de jeeps. "Akatchoepa! Akatchoepa!" roepen ze. (betekent klein flesje); Kunnen ontzettend snel lopen. Tussen de huisjes hier en daar een kraan voor water. Ongelooflijk wat mensen op het hoofd dragen, zelfs kleine kinderen dragen jerrycans met water met een doek rond het hoofd op de rug. Fietsen volgeladen met drie-vier grote zakken, met tafels, met stoelen, met zetels, vooruitduwend de heuvel op in het stof dat opwaait achter de jeeps. Af en toe een man gezien die meehelpt op het land. Een zeldzaamheid! In "Mountain gorilla’s nest" kraanvogels en parelhoenen gezien. Mooi! Geen groots uitzicht wegens vele bomen. Wel mooie kamers en prachtige tuin. Daarna langs zelfde stoffige, hobbelige weg terug naar beneden. Van daaruit naar Gisenyi, de geboortestreek van Jaak. Laat, geen tijd om te stoppen in Nyundo, dus geen bezoek aan artisanale winkel. Even stoppen bij theevelden voor foto’s. Onmiddellijk verzamelen mensen rond de auto’s. Voortdurend mensen langs de weg, beladen met alles en nog wat, stappend naar "somewhere". Er worden veel nieuwe huisjes gebouwd. Er staan ook veel huisjes te vervallen. Gevolg van de génocide. Sommige "huizen" bestaan uit enkele stokken met daaroverheen een plastiek zeil. Daarnaast nieuw gebouwd huisje van steen. Groot contrast. Rond halftwee aankomst in hotel Palm Beach. Bij het uitstappen onmiddellijk straatventers met maskers, beelden, sieraden. Marie-Jeanne zegt dat dit Kongolese beelden en maskers zijn. Ook enkele kinderen komen rond ons staan. Plots een harde slag. Een kind (6 jaar?) heeft een harde klap gekregen met een matrak. Loopt huilend en hinkend weg. Security van het hotel wil geen bedelende kinderen in de buurt. Pijnlijk! Kennismaking met Julienne (Leo’s schoonzus) en haar kinderen Hugues, Armand, Igor en Sandrine. Julienne herkent mij direct als de mama van Tom. Zegt dat hij op mij gelijkt. Heeft thuis een foto van hem en Eveline. We horen dat er sneeuw ligt in België en dat het er –2 ° tot –5 ° is. Wij genieten van een glaasje aan het Kivumeer bij 25 °. Kivumeer is prachtig, lijkt bijna de zee met zandstrand. Baaien met groene heuvels. Wachten op eten. Valt wel mee, gezellig op het strand met uitzicht op het meer. Hugues en Armand willen voor ons postzegels kopen even verderop. Komen terug zonder. Veel duurder dan gedacht en brieven moeten gewogen worden. Lekker gegeten: kip of tilapia Provençaal met frietjes of rijst. Ondertussen gingen Leen en Sammy in gezelschap van Leo een brief afgeven bij een dame net naast het hotel. Ze wist veel over de vroegere toestand in Gisenyi. Dus gingen Jaak en Dominique ook kennismaken. Na het eten splitsten we ons in drie groepen. Leo en Marie-Jeanne gingen met Julienne en de kinderen naar ons gereserveerde hotel ‘Le Paradis’. Daar zouden ze de geschenken voor de familie overladen in zakken. Meteen zou ook al alle bagage worden afgezet. Le Paradis bleek alles behalve een paradijs. Madame Odette had onze kamers doorverhuurd aan Rwandezen die net aan het inchecken waren toen Leo en de familie arriveerde. Ruzie. Tumult. Bijna een gevecht. "Gingen blanken voor Rwandezen misschien? Een, schande was het…" Op aanraden van onze chauffeur Jean besloten Leo en Marie-Jeanne te vertrekken. Op zoek naar andere kamers. Niet zo simpel voor 11 personen. Ze waren er de hele verdere namiddag zoet mee. Hier en daar vruchteloos geprobeerd. Uiteindelijk gelukt in hotel Umuwe. De manager vertelde dat hij nog 3 dubbele kamers had. De rest waren kamers voor één persoon. Gelukkig wist Jean dat dit eigenlijk niet kon. Uiteindelijk hadden we 5 tweepersoonskamers en 1 eenpersoonskamer. Marie-Jeanne dacht nog dat ze in Le Paradis wel president Kagame gezien had. Zou het? Onwetend van dit alles gingen Jaak en Dominique op verkenning in Gisenyi. Onder de bomen bij de pier hadden Jaak en Leo nog gekampeerd met de scouts van Save. Daar waren ze hem komen halen om naar het voetbalstadion te gaan Dat was 3 km verderop. Daar moest hij afscheid nemen van zijn ouders. Nadien werd hij naar het weeshuis in Save gebracht. Ze bezochten ook het politiekantoor en vonden de straat waar hij als kind gewoond had. Even onwetend van de perikelen met de kamers ging de rest van ons gezelschap shoppen. En winkeltjes dat we gezien hebben! En cadeautjes dat we gekocht hebben! Niets, noppes, nada, rien! Bij de Internationale School kwamen net twee mannen buiten. We maken een praatje. Vragen hoeveel kinderen er school lopen. Als antwoord zeggen ze ons dat het 100 dollar kost. Voor 1 week? Een maand? We vragen de weg naar de winkeltjes waar we souveniertjes kunnen kopen. Ze nemen ons mee op sleeptouw. En inderdaad: even verderop is er een "centre d’artisanat". De bewaker opent de poort. "Pas de problème". Maar het centrum is gesloten tot 3 januari. Wij terug de straat op. We bedanken onze gidsen voor de moeite. We besluiten dan maar om richting Goma te wandelen. De Congolese grens is niet zo ver weg. Een mooie wandeling door een prachtige laan met bomen. Het zandstrand aan het Kivumeer verandert in een strand met keien. Kinderen spelen in het water. Tieners tonen hun kunstjes. Anderen proberen wat vis te vangen. We wandelen langs grote domeinen die echter verlaten zijn. Afgezet met prikkeldraad. Gebroken ruiten. villa gerestaureerd. Misschien wordt het een hotel? Als we bijna aan de grens zijn, zien we een controlepost. Leen is er echt niet gerust in. Dus keren we maar op onze stappen terug en wandelen we naar de Palm Beach. We zijn nog wat vroeg. Vleien ons neer op een stoel onder de bomen. Zalig! Zoals gewoonlijk drinken de heren Primus of Mutzig. Voor ons is deze keer een glaasje rode wijn ook betaalbaar. Als Marie-Jeanne en Leo aankomen horen we het hele verhaal van Le Paradis. We besluiten om in de Palm Beach te eten. Het wachten duurt eindeloos lang. Tussendoor valt er een ‘slang’ uit de cactusboom. Gelukkig niet op iemands hoofd! De elektriciteit valt enkele keren uit. Gelukkig heeft Leo zijn grote lamp mee, zodat we toch niet in het pikdonker zitten. Even gelukkig zijn we met het gezelschap van Nicole Merlot. Deze blanke dame woont reeds sinds haar geboorte in deze streek. Ze kan boeiend vertellen en spreekt vlot verschillende talen: Nederlands, Frans, Kinyarwanda, Italiaans… Ze was getrouwd met een Italiaan en had in Massisi (Kongo) een boerderij met 6.000 koeien en 420 paarden. Door de oorlog is ze alles kwijtgeraakt. Toen ze het vertelde zag je hoe erg dit haar had aangegrepen. "Alles was weg. Alles. Er was zelfs geen vogeltje meer! En dat op een boerderij waar voorheen zoveel leven was!" Tijdens de génocide heeft ze veel kinderen gered. Door haar boeiende verhalen ging de lange wachttijd nog tamelijk vlug voorbij en beleefden we een erg interessante avond. Sindsdien dragen de dames ook geen shorts meer.  We hadden zelf al gemerkt dat men ons daarmee uitlachte. Nu begrepen we ook waarom. Uiteindelijk geraakten we toch aan eten. En het smaakte. Doodmoe kropen we ’s avonds in bed. Toch kon ik niet direct in slaap geraken. Dat is al alle dagen zo. Zoveel indrukken. Té veel om op te korte tijd te verwerken. Een boeiende maar vermoeiende dag met hindernissen. Dat was deze dag. 


 

Donderdag 29 december 2005

Na een verkwikkende nachtrust genoten we van een lekker ontbijt op het terras. Wetend dat er in België sneeuw lag en dat het er vroor, genoten we dubbel van het lekkere zonnetje. Even later vertrokken we richting Kibuye. Al vlug verlieten we de asfaltweg om de "pistes" op te zoeken. Eens te meer was het landschap waar we doorheen reden prachtig. De heuvels met duizenden kleine akkertjes. De uitgestrekte theeplantages waar vrouwen en kinderen aan het werk waren. Mensen op weg, meestal te voet, beladen met zware balen theebladeren. Hier en daar was er een plaats waar die thee gewogen werd. Waar we stopten om foto’s te nemen, werden we omringd door nieuwsgierige Rwandezen. Joselien verdeelde een appel in stukjes die ze uitdeelde. Ze nam eerst zelf een hap om te tonen dat het eetbaar was. We deelden de zeepjes uit die we in ons hotel meegenomen hadden. Ook hier lijken de lege plastieken flesjes voor de kinderen goud waard. We zagen een mama met een baby’tje van anderhalve maand oud op de rug. Prachtige mama, prachtige baby, prachtige foto. Voorbij Kivumu maakten de theeplantages plaats voor weiden met koeien en het woud. We picknickten aan de rand van het "Forêt naturelle de Gishwati". Jean vertelde dat een deel van het woud gekapt was om de weiden aan te leggen. In het woud zagen we twee mannen die met een lange handzaag een dikke boomstam in planken verzaagde. De fijne geur van vers hout. Een knap staaltje vakmanschap: de planken waren kaarsrecht. Boos omdat we niet wilden betalen voor het nemen van een foto. De weg naar Kibuye was wel wat langer dan verwacht. Maar dat was niet erg. Het landschap was heel afwisselend en we genoten met volle teugen. De geuren, de kleuren, de mensen… Af en toe dommelde ik wat in. Tot ik met een ‘boink’ tegen de ruit bonkte. Onze chauffeurs waren nochtans erg voorzichtig en probeerden zoveel mogelijk de kuilen en bulten te vermijden. Vandaag was het ook de dag van de Gacaca, een soort volksrechtbanken die dienen om de trauma’s van de génocide te helpen verwerken. Hier en daar merkten we inderdaad groepjes mensen die samenzaten. Om half vijf arriveerden we in het Centre Béthanie te Kibuye. Na het uitladen van de koffers is er tijd om te genieten van een lekker drankje aan de rand van het Kivumeer. Als aperitiefhapje bestelden we gebakken arachidenootjes. Lekker! We kenden ondertussen de truc om ervoor te zorgen dat we niet te lang op ons eten moesten wachten. Op voorhand bestellen! Na een frisse (voor Linda koude) douche, genoten we van de rust op het terras. De kamer van Jaak had geen licht in de badkamer. Hij verwittigde de receptie om de lamp te vervangen. Dat wou hij best zelf doen. Maar ze zouden iemand sturen. Even later werd er geklopt aan de kamer van Leo.Men kwam de kapotte lamp vervangen. Ongelooflijk snel vond Leo dat. Hij had zelfs de receptie nog niet verwittigd. Eerst probeerden ze het met een stoel. Die was echter 10 cm te kort. Groot probleem. Tot Leo opmerkte dat ze misschien een ladder nodig hadden. Ah ja, dan zou het wel lukken. Toen ze met de ladder aankwamen moest Leo uitleggen dat ze de ladder best open zetten voor ze erop kropen. Bleek dat ze de verkeerde lamp meehadden. Morgen zouden ze terugkomen. Ondertussen zat Jaak te wachten op de vervanging van zijn lamp. Toen hij het verhaal van Leo hoorde werd alles al snel duidelijk. Enfin: zowel Leo en Marie-Jeanne als Jaak en Dominique konden een badje nemen bij kaarslicht. Romantisch toch? Tijdens het eten opperden Leo en Jaak het idee om hier "iets" te beginnen als ze met pensioen zouden zijn. Een brainstorm met de groep leverde het volgende project op. Meteen werden de taken verdeeld. 

 El Dorado is een luxehotel met fitnesscentrum, sauna en zwembad. We organiseren voor U uitstapjes in de streek en boottochtjes op het Kivumeer. Verder hebben we uitgestippelde wandelroutes en een uitdagend mountainbikeparcours.

U kan genieten van onze heerlijke gerenommeerde Franse keuken ‘on time’.

Eén dag per week organiseren we een ‘chaosdag’. Dan zorgen we ervoor dat alles in het honderd loopt.

Voor de kinderen is er, indien gewenst, opvang door ervaren deskundigen.

El Dorado vindt U in Kibuye, aan de rand van het Kivumeer.

Taakverdeling:

- Filip: supervisor

- Luc: financieel adviseur

- Dominique: verantwoordelijke public relations

- Jaak: sportdirecteur

- Joselien: directeur PWA klusjesdienst

- Leen: directeur ecologisch beheer

- Sammy: tuinarchitect, domeinbeheerder

- Leo: chef kok ‘on time’

- Marie-Jeanne: directeur kamercontrole

    - Linda: kinderopvang

- Monique: auteur van brochures

 Geef toe: we hebben het wel goed bekeken. In een tweede fase plannen we de uitbouw van een netwerk van jeugdherbergen. 
Na een laatste glaasje namen we afscheid van de vissers op het meer. Slaap lekker.


 

Vrijdag 30 december 2005 

Lekker lang uitgeslapen!  Ik heb niets gehoord van de vissers die zingend hun buit binnenbrachten. Gelukkig was Leo vroeg uit de veren en heeft hij alles gefilmd. Zo kan ik het later thuis misschien nog eens bekijken. Op het terras in het prieeltje genieten we van de ‘petit déjeuner complet’. Het eitje smaakt. Sammy heeft bedenkingen bij het project El Dorado. Aan zijn kamer alleen al heeft hij een half jaar werk! Na het ontbijt blijven Marie-Jeanne en ik genieten aan de rand van het meer. Zalig in het zonnetje dit dagboek verder aanvullen terwijl Marie-jeanne haar kaartjes schrijft. Een fris briesje brengt af en toe verkoeling. Vissersbootjes en bootjes met toeristen varen af en aan. De rest van het gezelschap trekt te voet naar het centrum van Kibuye, ongeveer 3 km verder. Op de markt was het een drukte van jewelste. “Een echte mierennest” zei Leen. De post was te ver weg. Geen postzegels dus. Misschien konden we vanmiddag met de boot tot aan de post varen? Maar Marie-Jeanne had een beter idee. Dus telefoneerde Leo naar Jean. Die zou de postzegels voor ons halen. Benieuwd of het gelukt is. Dat zullen we  morgen weten. Misschien is 103 postzegels ineens wat veel voor Kibuye. Stipt om halfdrie stapten we op de boot voor een tochtje op het Kivumeer. Zelfs Marie-Jeanne ging mee. Met een klein hartje, maar toch. We voeren eerst naar het Ile Napoléon. Gelukkig scheen de zon niet te fel en was het vrij bewolkt. Hoedjes en petjes mochten dus in de rugzak blijven. Bij het naderen van het eiland hoorden we de vleermuizen al krijsen. Toen we aanlegden vlogen ze in dichte zwermen op met luid gekrijs. Bij het uitstappen viel Joselien tussen de spijlen van de primitieve ladder die de bootsman klaargelegd had. Schaafwonden aan haar hand en een toch vrij grote wonde onder aan haar been. Gelukkig had Jaak ontsmettende zalf mee. Met de hulp van de pleisters van Marie-Jeanne werden de eerste zorgen toegediend. Het deed niet zoveel pijn zei Joselien. Alleen haar hart ging wild te keer. En  nog een geluk dat ze haar geluksarmbandje droeg. Anders was het vast veel erger geweest. Enkele dapperen (Sammy en Jaak) klommen tot boven aan het eiland. Daar zagen ze de vleermuizen in de bomen hangen. Jammer genoeg hadden ze geen fototoestel mee. Ondertussen was uit het niets een Rwandees met zijn kano verschenen. Hij wenste ons "bonne année" en vroeg geld voor het nemen van een foto. Zijn kano was gemaakt uit een boomstam. Knap vakwerk! We vervolgden onze boottocht naar het eiland Amahoro. Onderweg ontmoetten we een boot met mensen die terugkwamen van de markt. Toen we foto’s wilden maken werden ze erg boos. Wat later sloop Linda over het dek om ongezien foto’s te maken van de vissersboten aan één van de eilanden. De vissers waren echter vriendelijk. Eén van hen liep langs de rand van het water mee met onze boot. Ondertussen kleedde hij zich al lopend uit. Daarna dook hij het water in en zwom naar de boot. Jaak gaf hem een dollar omdat hij zo hard gezwommen had. Het was moeilijk uit te maken wie het meest blij was: de visser die triomfantelijk zijn dollar opstak, of Jaak die van deze vreugde genoot. Op Amahoro dronken we een glaasje. Daarna zetten we onze tocht tussen de eilandjes verder. Deze kleine eilandjes zijn bewoond. We zagen huisjes en velden met maïs en bananenbomen. Ook de geitjes lieten zich horen terwijl de mensen naar ons riepen en zwaaiden. Stipt om halfzes meerden we aan bij ons hotel. Wat een Europese stiptheid! Een beetje verbrand. Een koude douche (geen warm water) maar al blij dat ik me kan verfrissen. Bij het avondmaal leerde Jaak ons "Gelukkig Nieuwjaar" zeggen in het Kinyarwanda. Op Nieuwjaar gaat hij zich verkleden en als kerstman de pakjes uitdelen aan de kinderen. Met de hulp van Nicole Merlot had hij zijn speech gemaakt in het Rwandees. Nadat hij zijn ding gedaan had, zouden wij allen zeggen "UMWAKA MWIZA".  

We kennen ondertussen al een aardig mondje Rwandees:

MURAHO : goede dag UMUZUNGU : blanke
AMAKURU : hoe gaat het? AMAZUNGU  : blanken
NI MEZA: goed KWISIBIMAGACHO : gezondheid, santé
YEGO :  ja MURAKOZE : dank u
OYA : nee AMATA : melk
INZOGA : bier AMAZI : water

Na het avondmaal bleven we nog wat napraten. Leo en Jaak vertelden ons een en ander over wat ze meemaakten in hun jeugd. Over het weeshuis in Save en het weeshuis "Villa Bambino" in Schoten. Over het "probeerbezoek" bij pleegouders. Over hun zoektocht naar hun roots. Sammy vertelde over zijn pleegbroers Levi en Simon. Wij luisterden geboeid en waren dankbaar dat zij een stukje van hun leven met ons wilden delen. 


 

Zaterdag 31 december 2005

Op deze laatste dag van het jaar worden we rond zeven uur gewekt door de vissers die zingend terugkomen met hun vangst. Na een lekker ontbijt vertrekken we richting Gitarama. Geen pistes vandaag. We rijden langs een nieuw aangelegde asfaltweg. Het landschap lijkt hier niet zo groen, veel droger. De oogst staat te verpieteren op de velden. Als we een bezoek brengen aan de zusters in Gitarama om een brief te bezorgen vertellen ze ons dat het al gedurende maanden bijna niet meer geregend heeft. Er heerst al hongersnood. In Burundi is de situatie nog slechter. Rond de middag gaan we op zoek naar de moeder van Georges. Ook hij verbleef in Save, net als Leo en Jaak. We picknicken in het prieeltje in de tuin van de blanke buurvrouw. Het is zalig in de schaduw want de zon doet erg haar best op deze laatste dag van het jaar.  De temperatuur loopt op tot 31°.Na het eten bezoeken we de moeder van Georges Kamanayo. Ze is 84 jaar, nog kaarsrecht met sneeuwwit haar. Wel kan ze niet meer zien. Een Rwandese familie zorgt voor haar. Eén van de meisjes vertelt trots dat ze de moeder is van drie kinderen. Twee ervan staan met grote ogen te kijken. Het jongste is 4 jaar, net zo oud als Kiara. Haar andere dochter is 9 en verblijft bij familie. De vrouw had gedurende drie maanden een cursus Engels gevolgd en wilde die taal verder leren. Ze kon zich al heel goed verstaanbaar maken en wisselde een mailadres uit met Linda. Ze vroeg of we haar tante niet kenden. Leo bleek die dame heel goed te kennen, het bleek Anne Petros te zijn een meisje die ook in Save was. Leo beloofde de groeten over te brengen. Ik heb nog weinig iemand zo stralend zien lachen als deze jonge vrouw. Ze was intens gelukkig. We waren verwonderd en blij over dit toeval. In een gezapig tempo ging het daarna richting Kigali. Door de warmte dommelde iedereen wat in. Er was nog tijd om te winkelen en souveniertjes mee te nemen voor we ons klaarmaakten om samen Oudejaarsavond te vieren. Jean en Apolinaire brachten ons naar restaurant "Sole Luna". Eerst dronken we een lekker aperitiefje: Italiaanse Orvietta. Het koud en warm buffet bood voor elk wat wils: pasta, risotto, gerookte vis, witloof en broccoli, tilapia, varkensvlees, kalkoen, vissalade… Als dessert was er notentaart en chocoladetaart. We genoten van het vele lekkere eten en het uitzicht op Kigali met de duizend twinkelende lichtjes.  Om 12 uur plaatselijke tijd wensten we elkaar een Gelukkig Nieuwjaar. Er werd druk gesmst met het thuisfront. Om het nieuwe jaar in te zetten (en ook een beetje om het heimwee naar thuis te vergeten) bestelden we nog twee flesjes Orvietta. Rond twee uur keerden we terug naar ons hotel met drie plaatselijke taxi’s. We beleefden de rit van ons leven! Naar goede gewoonte moest onze auto in gang geduwd worden. "C’est l’Afrique". Langs een weg in aanleg reden we door putten en kuilen tot aan de hoofdweg. Reeds bij het begin van de rit, aan een steile helling, ging het mis. De auto’s geraakten niet boven. Linda zei: "En nu deruut zeker?!?" - "Oui" antwoordde de chauffeur. Waarop Linda besloot dat hij geen Frans of Engels, wel Nederlands kende. In vliegende vaart ging het naar ons hotel. Voetgangers, fietsers en andere auto’s moesten maar zorgen dat ze uit de weg waren. Regelmatig kneep ik mijn ogen dicht. Ook Joselien voelde zich allesbehalve op haar gemak. Toen we boven aan de straat van ons hotel kwamen, reed de chauffeur het hele eind achteruit tot aan onze bestemming. Zoals gezegd: de rit van ons leven!  Rond drie uur kropen we in bed, denkend aan morgen. Een dag in het weeshuis. Wat zou het worden?


 

Zondag 1 januari 2006 

We mochten (een beetje) uitslapen. Rond halftien gingen we ontbijten. Daarna laadden we de jeeps met de zakken met alle pakjes voor de kinderen en de medewerkers in het weeshuis. Rond elf uur arriveerden we daar. We waren nog wat vroeg. Ze waren nog bezig om de zaal klaar te zetten voor het feest. Daarom zetten we de rondleiding verder waar we ze vorige keer gestopt waren. We bezochten eerst het kippenhok. Enkele weken geleden werden 100 kleine legkuikens aangekocht. Er is er slechts eentje gestorven. Dus liepen er nog 99 kipjes rond. Nog enkele weken eten en groeien en dan zorgen ze voor eitjes voor de kinderen van het weeshuis. Daarna bezochten we de douches en de toiletten. Jammer genoeg is de waterleiding nog niet in orde. Dus zagen we kinderen sleuren met teiltjes gevuld met water. In heel Rwanda wordt nogal met water gesleurd. Als de waterleiding nu vlug in orde geraakt, zal dat een hele verbetering zijn! Het duurde nog een tijdje voor alle ‘notabelen’ er waren. Dan was het moment aangebroken voor de officiële opening van het naai-atelier. Die eer was voor Marie-Jeanne die met een grote glimlach het lint doorknipte. In het atelier waren de naaimachines geïnstalleerd. Eén van de meisjes gaf een demonstratie. Ook de rollen stof lagen al klaar op de schappen.  Linda wilde proberen om een kindje te dragen in een doek op de rug zoals Afrikaanse vrouwen dat doen. Met de hulp van de schoondochter en het kleinkind van Thérèse lukte het een beetje. Linda was er nochtans niet gerust op en gaf het kleintje gauw terug aan haar mama. Ten slotte was het tijd om naar de zaal te gaan waar alle kinderen ondertussen klaar zaten. Alweer werden we vergast op zang, dans en sketches door de kinderen van verschillende leeftijden. Daarna genoten de kinderen (en wij) van een lekkere broodmaaltijd. Er was van alles: gebakken banaan, aardappeltjes, rijst, spinazie, courgettes, rauwe groentjes, brood en rundvlees. Als dessert was er vers fruit. Iedereen kreeg ook een drankje. De kinderen genoten van hun volle bordje en aten hun buikje rond. Wat iemand niet lustte werd geruild voor ander lekkers. Wij genoten vooral van de glunderende gezichtjes van de kinderen.  Na het eten was het "pakjestijd". We hadden Père-Noël meegebracht uit België. Hij sprak de kinderen toe in het Kinyarwanda. De kleintjes zaten met open mond te kijken.   

MURAHO      AMAKURU    
NI MEZA

Goeiedag --- hoe gaat het?  
Goed.

 NJE  KUBASURA
Dank voor uw ontvangst

 MVUYE  IBURAYI
Ik kom uit Europa

 

MBAZANIYE  INTASHYO
Ik heb geschenken bij
 

YA  BAGIRA  NEZA
Geschenken van goede mensen

 UMWAKA  MWIZA
Gelukkig Nieuwjaar

Na de kinderen kregen ook de medewerkers en hun gezinnen de voor hen bestemde pakjes. We zagen veel gelukkige gezichtjes! Het was bijna halfacht toen we afscheid namen. Even was er consternatie toen Marie-Jeanne ontdekte dat een radiootje, bestemd voor Thérèse, verdwenen was. Damas vertelde aan de kinderen hoe jammer het was dat dat radiootje verdwenen was. Zeker nadat iedereen toch een pakje gekregen had. Even later was het gelukkig terecht. Met een goed gevoel namen we toen afscheid. Voor we met de taxibus naar het hotel reden, dronken we nog een glaasje in de bar van Damas. Terug in het hotel wilden we nog een croquetje eten. Er was echter geen brood. Alleen sandwiches. En in plaats van hesp was er kip. Maar het smaakte. Daarna gingen we doodmoe maar met een goed gevoel naar bed. 


 

Maandag 2 januari 2006 

Na een smakelijk ontbijt gingen we eerst langs bij de zusters Bernardinnen. We hadden immers bijkomende euro’s nodig! Na getankt te hebben reden we langs het vliegveld van Kigali richting Akagera. We reden door een steeds wisselend landschap. In Rwamagana wist Jaak, dankzij zijn reisgids, een winkeltje waar we misschien souveniertjes konden kopen. Het is een soort coöperatieve waar vrouwen het handwerk dat ze maken, aan de toeristen verkopen. Het was echt de moeite waard. Er werd druk gekeken en gekozen. Dus zetten we onze tocht verder beladen met pakjes. We verlieten de asfaltweg om een bezoek te brengen aan zuster Marie-Aimée in Munyaga. Het klooster en de tuin waren zeer mooi onderhouden. We bezochten ook de nieuwe basisschool die zondag aanstaande (8 januari) zou geopend worden. We namen ook een kijkje in het Gezondheidscentrum. Ten slotte was het tijd om in de schaduw van de kapel onze picknick aan te spreken. De zusters trakteerden nog met zelfgebakken taart en met reuzencitroenen uit eigen tuin. Jammer genoeg had men ook hier last van de droogte. De kolen die de zuster geplant had, stonden te verdrogen. Er was ook een meisje van vijftien jaar met een baby. In ruil voor wat werk, kreeg ze in het klooster eten. Met haar baby’tje ging het nu al wat beter. We zetten onze tocht verder naar hotel Akagera. Al gauw belandden we weer op de stoffige pistes. Onze jonge chauffeur (APOLINAIERE WAS ZIEK GEWORDEN) was nog erg onervaren. En dat merkten we ook. Onderweg kreeg Luc het lumineuze idee om onze lege plastic flesjes (akatchoepa) te vullen met een stylo. Langs de kant van de weg stonden immers weer heel veel jonge kinderen. Die lege flesjes gebruiken ze om water mee te nemen als ze naar school gaan. In het hotel werden we verwelkomd door de bavianen die boven op het dak zaten. Wij zaten van kop tot teen onder het rode stof. Zodat een fikse douche meer dan welkom was. Gelukkig was er deze keer water. Lekker warm water. Wat een sopje!! Daarna genoten we van een lekker glaasje aan de rand van het zwembad. Marie-Jeanne probeerde kaartjes te "plakken" maar had moeite met het vinden van de juiste postzegels. Moet daar nu een aap en een vogel op? Of nee. Een kalkoen en een slekke. Meteen kregen we een lesje West-Vlaams.  

Een boy : een trui

Mul : veel geld

Smoeten : insmeren

Smeuspatat : puree

Skoere : schouder

Smotten : vleien

Likt me liptje :  heel lekker 

In het donker wrong Linda zich nog in allerlei bochten om toch maar een foto van Luc met de maan te kunnen nemen. Ze ging daarvoor zelfs plat op haar buik liggen! Uiteindelijk lukte het dan toch min of meer. Ik proefde voor het eerst Guiness. En dat beviel me wel. Na een lekker avondmaal kropen we onder de wol. Benieuwd welke dieren we morgen in het park zouden tegenkomen. 


 

Dinsdag 3 januari 2006

Rond halfzes biepte de GSM me wakker. Uitgebreid ontbijt om zes uur: fruitsap, eitjes, brioches, brood, toast, vers fruit… Marie-Jeanne bleef aan het zwembad. Ze was te moe en had het park al verschillende keren bezocht. Rond zeven uur vertrokken we naar het Akagera Park. We konden het inkomgeld betalen in euro. Elk biljet werd aan een grondige controle onderworpen. Bij het kleinste scheurtje of vouwtje in het biljet werd dat geweigerd. Stel je voor! De biljetten moesten spiksplinternieuw zijn. Terwijl de Rwandese biljetten dikwijls meer op vodjes lijken. Luc moet zich trouwens een nieuw portefeuille aanschaffen. De zijne "ruikt" naar het Rwandese geld. Daarna trokken we in het gezelschap van de gids het park in. Eerst bezochten we de giraffen. De statige dieren met hun lange poten en nog langere nek bekeken ons rustig, hautain bijna. Onder een groepje bomen lag een kudde buffels. Om hen niet te storen, maakten we een ommetje. Het zijn blijkbaar erg gevaarlijke dieren. Een eind verder liep een kanjer van een varaan over de weg, de bosjes in. Even later dacht Jaak: “Oei, mijn verrekijker is vast uit de auto gevallen bij het fotograferen van de giraffen.” Wij dus terug met de jeeps. Luc had echter zijn twijfels. En even later toverde hij de verrekijker uit de zak aan de zetel tevoorschijn. Omdat wij geen gids hadden, schreef Leen briefjes GIRAF – ZEBRA en hield die tegen de achterruit. Omdat we dit toch niet ideaal vonden, keerden we terug naar de ingang en pikten daar Samuel op. Nu hadden we ook een gids die ons hielp bij het dieren spotten en vertelde over de geschiedenis van het park. We reden door een sterk afwisselend landschap. Naast de bush, waarin kleinere dieren zich schuilhielden, was er ook het typische savannelandschap. Open grasvlakten met hier en daar een boom. Door de droogte van de laatste maanden waren de dieren moeilijker te vinden. We besloten de grote toer naar het noorden te maken. Daar zouden we meer dieren zien. En we hadden inderdaad geluk: We observeerden kuddes zebra’s, impala’s en okapi’s. We ontmoetten een eenzame olifant die een beetje karaktergestoord was. We bewonderden arenden en een visarend. De nijlpaarden bleven bijna helemaal onder water. We picknickten onder de bomen, beschut tegen de brandende zon. Jean had met gaas, tape en wat stukken hout een ingenieus systeem in elkaar geknutseld. Zo konden de ramen open zonder dat er al te veel ‘stekkebeesten’ binnen konden. Af en toe vloog er toch eentje de jeep in. Samuel pakte dit vlug en zette het onverstoord uit de wagen. De leeuwen en de jaguars kregen we niet te zien. We vroegen of er ook struisvogels in het park leefden. Samuel begreep ons niet en wij kenden het Franse woord niet. Daarom tekende Dominique er eentje op een stuk papier. “Maar natuurlijk” zei Samuel, “die leven hier ook in het park.” We hadden echter onze twijfels. Na de middag veranderde het weer. Donkere wolken stapelden zich op. Er was ook wat meer wind. Maar regenen deed het niet. Bij het verlaten van het park zagen we grote kuddes koeien met van die lange horens. De veetelers daar kweken koeien en leven uitsluitend van de opbrengst van de melk. Ze leven in kleine hutjes die her en der verspreid stonden. Het was dan al rond half zes. We hadden nog een rit van 2 ½ uur voor de boeg om in ons hotel te geraken. In Gahini dronken we nog een glaasje aan de rand van het Gahini meer. We zagen een prachtige zonsondergang en bewonderden de nestjes van de ‘wevertjes’ die aan de takken van de bomen hingen. In het donker reden we langs de slingerende piste naar ons hotel. Jaak gaf aanwijzingen aan de chauffeur. Het rijden lukte daardoor vrij aardig. Bij elk lichtje dat we in de verte zagen vroegen we ons af: “Is dat het hotel?”  De weg leek eindeloos lang en iedereen was moe. We zaten ook onder een dikke laag rood stof. Het was al na achten toen we in het hotel arriveerden. Marie-Jeanne begon stilaan ongerust te worden. Maar Leo had haar wel al verwittigd met de GSM. Na een verkwikkende douche aten we nog iets. We waren te moe om nog te blijven napraten.


 

Woensdag 4 januari 2006

Vandaag wekte de GSM me om halfacht. Er was al een smsje van Tom en Eveline om mij een gelukkige verjaardag te wensen. Aan het ontbijt verwelkomde de groep mij met ‘Lang zal ze leven.’ Een warm gevoel van vriendschap voor mensen die ik anderhalve maand geleden amper kende en die me zo spontaan hadden opgenomen in hun gezelschap. Volgend jaar zal ik met heimwee terugdenken aan deze speciale verjaardag! Even later een smsje van Marijke. Twee berichtjes teruggestuurd. Rond half tien gingen we terug op pad. Jean was ondertussen al heel bedreven in het in- en uitladen van de bagage. We stopten aan de ingang van het park. Nog even dag zeggen aan Samuel en de andere gids. We kochten het prachtige fotoboek "Rwanda Nziza". Er waren echter niet genoeg exemplaren in voorraad. Maar geen nood: in de toeristische dienst van Kigali zijn ze ook verkrijgbaar. Via de stoffige piste bereikten we de asfaltweg. Door de streek van Kibungo reden we naar het zuiden van het land. De bananenplantages wisselden nu af met rijstvelden in de omgeving van de rivier. Nog moe van gisteren dommelde ik af en toe in. We hielden een korte plaspauze in het atelier Kakira waar de vrouwen de prachtige Imigongo’s maken. Wat verderop aten we onze picknick op een rustige plaats. We genoten van de rust en de stilte en het uitzicht op de heuvels van Tanzania die we van hieruit konden zien. Wat over is, geven we aan een herdersjongen die de schapen hoedt. Hij is heel blij met de stylo die hij van Luc krijgt en tekent daarmee direct een armbandje op zijn arm. We rijden verder tot aan de waterval aan de grens met Tanzania. Op de brug bewonderen we het bruine water dat zich met donderend geraas in de diepte stort. Aan de overkant kabbelt het water rustig Tanzania binnen. Daarna keren we terug en stoppen opnieuw in het atelier Kakira. Daar zien we hoe de Imigongo’s gemaakt worden van kalvermest. Oorspronkelijk werd de techniek gebruikt voor de versiering van de hutten. Nu werkt men op houten panelen die heel decoratief zijn. Er is niet veel keuze want men werkt vooral op bestelling. Dominique kiest twee panelen met traditionele motieven. Leen gaat voor de maskers en Linda kiest er eentje met kraanvogels. Op de terugweg naar Kigali stoppen we nog even voor een glaasje in het hotel Dereva in  Rwamagana. Getrakteerd voor mijn verjaardag. Het was al donker toen we in Kigali aankwamen. Een vlugge douche en avondmaal. Daarna snel in bed. Iedereen is moe van de lange rit.


 

Donderdag 5 januari 2006

Na het ontbijt om zeven uur duurde het toch nog wat langer voor we echt op weg waren. Water kopen (in onze winkel bij het hotel uitverkocht) Mazout (in het derde station konden we tanken). Kamers reserveren (aangepaste planning volgende week). Rond negen uur vertrokken we dan toch via Gitarama naar Butare. Onze eerste stop was voorzien in Nyanza. Jean reed wat rapper zodat onze oorspronkelijke planning toch niet helemaal in het honderd liep. In Nyanza, de vroegere hoofdstad van Rwanda, bezochten we eerst het huis van de laatste Rwandese koning Rudahigwa. Het ‘paleis’ werd door de Belgen gebouwd in 1932. De koning verbleef er tot zijn dood in 1959. Zijn vrouw bleef er  wonen tot 1964, waarna ze verdreven werd en verder leefde in Butare. Aan de overkant, op de top van de heuvel, bouwde de koning een nieuwe residentie die hij echter nooit bewoonde. Men is van plan er een museum in te richten. We bezochten eerst de drie salons: voor het gewone volk, voor de chefs en voor de intimi van de koning en belangrijke gasten. Ook zijn slaapkamer, badkamer en garage kregen we te zien. Toen ik na een toiletbezoek de emmer oppakte om door te spoelen, voelde ik de vertrouwde rugpijn er terug inschieten. Gauw een pijnstiller genomen. Het meest interessant vond ik het bezoek aan de hutten van de vroegere Bami (koningen) die volledig en volgens de oude technieken, werden gereconstrueerd. Het volk wachtte op het plein voor de residentie die helemaal omheind was. Aan de ingang stonden speciale bomen om de kwade geesten af te weren. De koningshut kon men herkennen aan de twee ‘pieken’ die in het dak staken aan weerskanten van de ingang. Wie tot een audiëntie toegelaten werd, moest eerst knielen, klappen in de handen en dan langs de zijkant tot bij de koning komen. Na weer knielen, klappen en de lof van de koning zingen, kon men zijn probleem voorleggen. In de hut waren alleen de raadgevers van de koning en zijn vrouwen toegelaten. Zijn moeder besliste elke avond wie het bed met haar zoon mocht delen. De koningin-moeder was tevens de belangrijkste raadgever van haar zoon. Ze had dus eigenlijk heel veel macht. Na een bezoek aan de melkhut en de brouwershut, gingen we op weg naar hotel Ibis in Butare. Het was slechts een uurtje rijden van Nyanza. We laadden vlug onze koffers van de jeep en aten een snack in het hotel. De spaghetti was lekker maar redelijk zwaar. Leen, Sammy Luc en Leo met Jean onze chauffeur gingen op zoek naar Faustin een Oom van Levi, en Symon. Wij kregen 45 minuten tijd om te shoppen. Butare is immers gekend voor zijn houtsnijwerk. Beladen met pakjes waren we rond half vier terug. De rit naar het "Musée National du Rwanda" duurde maar vijf minuutjes. We bezochten het museum in ‘sneltreinvaart’. Een beetje jammer, want het wel echt heel interessant. Eigenlijk willen we veel te veel zien op te korte tijd. Maar ja… Ook in het museum werd nog een en ander gekocht; Zouden we alles nog wel in de valies krijgen? Daarna genoten we van het dansspektakel van de Intore-dansers. Dat was werkelijk subliem! De sierlijkheid van de dansers en danseressen, het ritme van de trommels, het prachtige kader… Op het einde werden sommigen uitgenodigd om mee te dansen. Leen heeft het ritme al goed onder de knie. Ook Leo liet zich even gaan. Jaak daarentegen danste vol overgave een "vruchtbaarheidsdans".Na een glaasje wijn (nog eens voor mijn verjaardag, dank je wel) en een lekkere maaltijd doken we het nestje in. Sammy en Leen aten die avond apart, samen met Faustin, de oom van Levi en Samy.


 

Vrijdag 6 januari 2006

Niet zo goed geslapen. Rugpijn. Om vijf uur gewekt door het gezang van de vogels. ‘t Was nog donker. Niet meer geslapen. Opgestaan en me klaargemaakt. Alles gaat moeizaam en kost tijd. Na een lekker ontbijt vertrekken we naar Save. Leo en Jaak verbleven hier in het weeshuis en zaten hier op de lagere school. We werden ontvangen door zuster Veneranda. Ze was bijzonder teleurgesteld dat we er maandag niet zouden zijn zoals oorspronkelijk gepland. Ze had immers een heel feest op touw gezet en allen families uitgenodigd van de kinderen die door de Vriendenkring gesteund worden. Dus pasten Marie-Jeanne en Leo de planning aan zodat we maandag terugrijden naar Save. In het begin herkende Jaak niet veel. Maar tijdens de rondleiding herkende hij stilaan verschillende gebouwen: de klaslokalen, de refter, de slaapzalen, de kapel. Ook de gescheiden speelplaats met de appelsienenbomen kwam hem bekend voor. Hij en Leo haalden herinneringen op. Daarna reden we terug richting Butare om de goudsmederij te bezoeken. Dat viel tegen. We konden enkel het piepkleine winkeltje bezoeken waar we niets vonden naar onze zin. We besloten verder te rijden richting Gitarama en de pottenbakkerij en het batikwinkeltje te bekijken.  Het bezoek aan Gikongoro met de Génocide Mémorial werd afgeschaft omdat ons programma al overvol was. We zagen het niet zitten om een uur heen en een uur terug te rijden voor vijftien minuten. In de plaats zouden we het Génocide Museum in Kigali bezoeken. Het was rond één uur en de pottenbakkerij opende pas om twee uur. Jean wist een plaatsje in de buurt "chez la fille Belge" waar we onze boterhammetjes konden opeten. Het bleek een huisje te zijn  waar twee Belgische meisjes woonden die in het plaatselijke ziekenhuis werkten. Er waren ook twee meisjes op bezoek die er vorig jaar stage liepen en er nu op vakantie waren. Ze waren op zoek naar werk in de streek. In de schaduw van het prieelhutje aten we onze smos. Lies zou mee terugrijden naar Kigali. Een vriend van haar was daar gestorven nadat hij op Nieuwjaar was opgepakt door de politie. Blijkbaar omdat hij een rastakapsel droeg. In de gevangenis werd zijn haar afgeknipt. Enkele dagen later was hij dood. De pottenbakkerij was erg interessant. We zagen een klein vaasje groeien uit een klomp klei. In het winkeltje werd druk gekocht. Onderweg naar Kigali vertelde Lies over haar werk en de moeite die het haar vaak kost om de Rwandezen te doorgronden. Het batikwinkeltje was gesloten. Nadat we Lies hadden afgezet arriveerden we iets voor vijf uur in het Museum van de Génocide in Kigali. We mochten niet meer binnen. Dan maar op zoek naar "panjes", de traditionele klederdracht van de Afrikaanse vrouwen. In de drukke winkelstraten vonden we in een van de piepkleine winkeltjes onze gading. Bij ons hotel aangekomen zat Marie-Jeanne als een moeder kloek onze bagage te bewaken bij de ingang. Douchen en klaarmaken voor een Rwandese avond in de Passadena in gezelschap van Massabo Nyangezi, een bekende Rwandese zanger en zijn echtgenote. We genoten van het playbacken. Maar vooral van het buikdansen van de meisjes. Er was ook een danser die ons vergastte op traditionele dansen, maar op moderne muziek. Knap! Voor het eten hadden we de keuze tussen vis, kip of geitenbrochette. Deze laatste was wel wat taai maar heel lekker. Rond half twaalf brachten we nog een bezoekje aan het huis van Massabo. Hij zong speciaal voor ons enkele liedjes, begeleid op zijn gitaar. Daar heb ik niet echt meer van genoten. Om één uur, meer dan doodmoe, ons bed in.


 

Zaterdag 7 januari 2006 

Gelukkig mochten we vandaag wat langer slapen. Maar om zeven uur al werd ik wakker van het lawaai in en rond hotel Isimbi. Opgestaan en dagboek verder aangevuld. Rug is al veel beter. Zal vandaag toch nog maar Voltaren nemen. Na het ontbijt: afrekenen, bagage op de kamers van de langblijvers en dan op weg naar het weeshuis. Zal proberen in de spelotheek enkele speelhoekjes in te richten. Met de hulp van de twee Sara’s, Sammy en Leen en een van de oudere jongens is dit ongeveer gelukt. Er stond nog wel veel materiaal van de klassen. Omdat Anne-Marie, de hoofdonderwijzeres niet aanwezig was, wisten we daar niet zo goed weg mee. Teken- en leeshoek moet nog ingericht worden. Eigenlijk té veel speelgoed. Moet er nog een nachtje over slapen. Maar dinsdag en vrijdag is er nog wel tijd. Moet trouwens ook eens alles kuisen dan. Ook Leo en Marie-Jeanne hadden een moeilijke maar vruchtbare vergadering. De rest van ons gezelschap ging samen met Jean een rondrit maken door Kigali. Het was reeds rond half drie toen we in de Karibu aankwamen  om te eten. Er was niet zoveel keus meer. Marie-Jeanne miste de zoete aardappeltjes. Joselien was misselijk en moest overgeven. Van de geitenbrochetjes? Van het lauwe water? Ze was de rest van de dag onpasselijk. Toen we de afrekening kregen, bleek die niet te kloppen. We waren wat dat betreft ondertussen wel al wat gewoon. Bijna altijd liep er wel iets mis. Teveel, te weinig, verkeerde drankjes, te veel aangerekend… Maar wat we hier meemaakten tart elke verbeelding. Iedereen, behalve Joselien, at de ‘menu du jour’. Kostprijs 1.500 Rwf. Op de rekening stond echter 10 x 2.000 Rwf. Verklaring van de ober: “Il y a des prix pour les Rwandais et des prix pour les les Européens. » Dan maar de patron erbij gehaald. Men zou de rekening opnieuw maken. Bij de nieuwe afrekening rekende men 500 Rwf te veel voor de croque van Joselien. Weer reclameren. Derde keer: goede keer. Correcte afrekening. Hoewel… de prijzen van de dranken zijn nergens geafficheerd. Maar enfin. Dat lieten we niet meer aan ons hart komen. In het voorbijgaan, toch nog een winkeltje gezien. Ook Marie-Jeanne had nu een kransje. Koffers verder maken. Naar de luchthaven in het gezelschap van Sandra. Onderweg verschillende trouwparen gezien. Zaterdag is trouwdag in Rwanda. Afscheid nemen. Een emotioneel moment. We hadden gedurende deze voorbije veertien dagen heel wat mooie, ontroerende, vermoeiende, hilarische momenten beleefd. De achterblijvers klommen tot aan het "terrasse publique" waar we echter niets konden zien. Bij het verlaten van de luchthaven had een van onze jeeps autopech. Leo merkte op dat we toch wel een goede engelbewaarder mee hebben. Stel je voor dat dit gebeurde bij het doorrijden naar de luchthaven. Of op één van de pistes "in the middle of nowhere". Morgen gaan we ons laatste geld wisselen. De zusters hadden vanavond feest. Bij een glaasje berekenden we hoeveel we nog zouden nodig hebben voor onze laatste week. Ondertussen was ook Julienne aangekomen. We beleefden een gezellige avond en aten nog een snack in ons hotel. Ons avontuur van ’s middags indachtig, rekenden we onmiddellijk af. Jaak had de taak van Luc als bankier overgenomen. Vaak kwamen de thuisreizigers ter sprake. "Zouden ze al in de lucht hangen? Nu zullen ze wel al in Naïrobi zijn. Zou Linda niet te veel schrik hebben? Zou Joselien zich al wat beter voelen?" Rond elf uur trokken we met een flesje water naar onze kamer.


 

Zondag 8 januari 2006 

Vroeg uit de veren. Om zeven uur ontbijt. Daarna de valiezen in de kamer van Marie-Jeanne en Leo. Het aantal zakken met pakjes die moeten verhuisd worden, groeit gestaag. Iets later dan voorzien gaan we geld wisselen bij de zusters. Daarna op weg naar Gitarama. Deze weg kennen we ondertussen al. In Gitarama gaan we naar het noorden, naar Satinsyi. Het landschap verandert telkens weer. Eerst eerder droog, later groener. Prachtige vergezichten. We stoppen voor foto’s en de nodige plaspauze. Mensen blijven staan kijken. Wat komen die Amazungu (blanken) hier zoeken? We rijden over de brede, traag stromende Nyanbarongorivier. We bewonderen ibissen en kraanvogels. Langs de kant van de weg zoeken geitjes en een enkel schaap hun kostje bij elkaar. We passeren kinderen op weg naar school. Keurig gekleed, rugzak, zelfs matras op het hoofd. Even later verandert de asfaltweg in de piste naar Satinsyi. Dit is een van de "betere" pistes. We worden voortdurend heen en weer, op en neer geschud. Berichtje van Dominique uit België. Uurtje vertraging in Naïrobi, uurtje later dan voorzien in België. Maar goed toegekomen! De weg naar het huis van Leo’s moeder maakt een scherpe bocht. Nogal moeilijk te nemen.

Geen nood: een wat oudere man zorgt er met zijn hak voor dat de weg wordt aangepast. Ondertussen verzamelen zich steeds meer kinderen rond onze jeep. Wat verder manoeuvreert Jean de jeep behendig over een boombruggetje. Even verder verleggen de kinderen de boomstammetjes, zodat we ook daar overheen kunnen. Maar honderd meter verder moet de jeep stoppen. We  moeten geen onnodige risico’s nemen. Dus gaan we te voet verder, gevolgd door een lange rij kinderen die steeds langer wordt. We passeren de visvijvers. Het uitzicht is hier wondermooi. Hier en daar zijn kleine huisjes bijgebouwd. Het is een hele klim. Er is nog slechts een smal voetpaadje tussen de begroeiing. Wel vermoeiend voor Marie-Jeanne die met haar krukken toch tot boven geraakt. Achter de laatste draai doemt het witte huisje op. De vroegere omheining is verdwenen. Het huis raakt stilaan in verval. We bezoeken het graf van Leo’s moeder. Julienne is hier vorige maand geweest om de weg naar het graf proper te maken. Een mooi gebaar. De oleander bloeit prachtig en is al een heuse boom geworden. Ook de andere bloemen die Marie-Jeanne en Leo geplant hebben groeien nog. Daarvan nemen we wat zaadbollen mee. Misschien lukt het om ze thuis te kweken. Daarna gaan we langs de verschillende kamers. Er woont nu iemand anders die het huis "bewaakt". Julienne neemt nog een handtas en een tamtam van Leo’s moeder mee. De meeste andere spullen werden vroeger al gestolen. Dan gaan we de lange weg terug naar beneden. Het landschap is adembenemend mooi. De groep kinderen en volwassenen wordt steeds groter. Even later rijden we langs dezelfde piste terug richting Gitarama. Terug op de asfaltweg zoekt Jean een geschikt plaatsje om te picknicken. Dat smaakt! Ook hier weer staat er in een mum van tijd een hele groep kinderen rond de jeep. Ze komen zelfs van de heuvel afgerend om ons te bekijken, of eerder om ons aan te gapen. Jaak gaapt op dezelfde manier terug. Ze lachen. Ook enkele volwassenen blijven staan kijken. Na het eten eerst wat soezen in de jeep. Dan in slaap gevallen tot we arriveerden in het Centre Saint-André in Kabgayi. We worden verwelkomd met kerkmuziek. De mis is nog bezig. Het centrum werd in 1993 gebouwd. Mooie, ruime kamers: salonnetje, bureau, aparte slaapkamer en badkamer. Eigenaardig detail: het toilet staat letterlijk "midden" in de badkamer. Een verkwikkende douche. Met de nodige moeite en dankzij de hulp van Leo, toch een mailtje kunnen sturen. Rond halfacht naar beneden om te eten. ’t Was lekker. Voor het eerst soep gegeten. Daarna een slaatje, kip met frietjes, rijst en boontjes. Vers fruit als dessert. Ten slotte kropen we rond tien uur onder de wol. 


 

Maandag 9 januari 2006 

Na een verkwikkende nachtrust en een lekker ontbijt met eitje en honing bezochten we eerst de basiliek van Kabgayi. Prachtige houten gewelven en mooie mozaïeken. Daarna op weg naar Save waar we rond halfelf aankwamen. Zuster Veneranda vergastte ons op zelfgebrouwen wijn gemaakt van honing, water en gebakken sorgo. Een lekker aperitiefje vergezeld van Sambusa (driehoekige, gevulde hapjes). Ze was erg blij met de foto’s van Aline. Maar een beetje teleurgesteld dat haar oudere zus en de kinderen voor wie ze zorgde nog niet waren aangekomen. Rond twaalf uur arriveerden ze dan toch. Patrice, Beataen, en Jeanne d’Arc. Ze brachten geschenken mee. De kennismaking verliep heel hartelijk. Daarna aten we samen met de zusters: zoete en gewone aardappelen, bruine bonen en konijn. Met fruitsla toe. Bij het afscheid beloofde zuster Veneranda ons te bezoeken in Kigali. Ze zou dan enkele flessen van haar wijn meebrengen. Die konden we bij onze volgende samenkomst op haar gezondheid opdrinken. Ondertussen was de zon verdwenen achter dreigende wolken. Bij ons vertrek vielen de eerste regendruppels op de uitgedroogde aarde. Volgens de zuster was dit een teken dat we goede mensen waren. We zorgden voor regen. Ze vertelde ook dat je een bezoeker steeds uitgeleide moest doen. Anders zouden de ratten de bezoeker uitlachen. Tijdens het eerste deel van onze terugrit naar Kigali regende het gestaag. Goed voor de oogst. Maar een uurtje later was de bui al over. Ondertussen had Marie-Jeanne wel wat last van haar stof / allergie. Rond vier uur arriveerden we in Kigali waar we eerst passeerden in het Centre Touristique. Boek voor Marie-Jeanne en Leo gekocht. Boek met info over Rwanda voor mezelf gekocht. Eigenlijk was het centrum al gesloten. Maar gelukkig werden we toch bediend. Jaak gebruikte eens te meer zijn charmante glimlach en kreeg het nog gedaan dat zijn koffie en thee werden ingepakt!Daarna genoten we in hotel Isimbi van een lekkere Mutzig, cola of Guiness. ’s Avonds gingen we eten in de bar, bistro, supermarkt, beenhouwerij, patisserie aan de hoek op een boogscheut van ons hotel. (het MBK) We verkenden de supermarkt en vonden er badschuim uit de Aldi, kruidenpotjes met Nederlandstalige opschriften, een assortiment kazen en een verzorgde koeltoog. We bestelden filet de boeuf, de dagschotel. maar die was niet meer te krijgen. Het Rwandese dienstertje raadde ons meatloaf aan. De "vogelnestjes" smaakten. Leo maakte nog een afspraak met Massabo in dancing Abrasax voor morgenavond. Ondertussen spijkerde Jaak zijn kennis van het Kiniarwanda bij (met de hulp van Julienne) en oefende nog even het West-Vlaamse skoere, da kost hier nie veel mul, ’t is van likt me liptje weeje. We maakten er een gezellige avond van! 


 

Dinsdag 10 januari 2006 

Na een goede nachtrust en een snel ontbijt vertrokken we om kwart voor tien naar het weeshuis. Ik had de stof voor een panje mee. Misschien konden ze die in het naai-atelier maken? Leo en Marie-Jeanne begonnen te vergaderen. Jaak installeerde de printer. Julienne en ik trokken met Jean op boodschappentocht. Eerst haalden we water en postzegels. Daarna begon de zoektocht naar plastieken draad (om parels te rijgen), mandjes voor de parels en plastieken tapijten om in de speelhoekjes te leggen. Het was erg warm en bijzonder druk. Moeilijk om een parkeerplaats te vinden. Winkel in, winkel uit. Maar tegen ’s middags hadden we alles wat we wilden. Daarna gingen we eten in La Sierra, nabij de Amerikaanse ambassade. Om halfdrie gingen we terug aan de slag in het weeshuis. Julienne en ik begonnen met het afwassen van alle speelgoed dat onder een dikke laag rood stof lag. Enkele bereidwillige jongens hielpen ons nadat ze eerst op zoek waren gegaan naar een vod. Wij hadden ons voorzien van handdoeken, een dweil en zeep. Sandra kuiste heel de vloer. We werkten naarstig door en zweetten verschrikkelijk. Jaak zorgde voor een matras en installeerde de tafeltjes en bankjes. Rond halfzes zag alles er min of meer piekfijn uit. Op de terugweg naar het hotel vertelden Leo en Marie-Jeanne dat de vergadering al bij al, ondanks een moeizame start, toch goed verlopen was. Ze opperden het idee van ‘kuisploegen’ met de kinderen. In ieder hoekje en kantje ligt immers steen afval, vuilnis, resten van… Ieder van ons had na deze werkdag toch een voldaan gevoel. Na een koud badje (Zal ik een emmer warm water naar de kamer brengen? Vroeg men aan de receptie. Ik bedankte ‘k Had al een koud bad genomen) gingen we eten in hetzelfde restaurant als gisteren. Net zoals gisteren was de ‘plat du jour’ niet meer verkrijgbaar. Geen spaghetti dus. Maar de "côte de porc" was ook wel lekker. Jean bracht ons met de jeep naar café-discotheek Abrasax. Jaak had afgesproken met enkele vrienden van vroeger die ook in Save geweest waren. Het was een hartverwarmend weerzien. Bij menige Mutzig werden herinneringen opgehaald en anekdotes verteld in een mengelmoes van Frans, Nederlands en Engels. Bleek dat de zoon van Jaak en de zoon van Albert bijna op de vuist waren gegaan in België. Allebei met Afrikaans bloed, hadden ze toch wel interesse in elkaars afkomst. Bleek dat hun vaders goede vrienden waren. Sindsdien zijn de twee vechtersbazen goede vrienden geworden. Albert Brijon vertelde het verhaal van de vriend van Lies die was opgepakt door de politie en later overleed. Hij heeft een bekend radiostation en op de radio werd deze zaak besproken. De politie die was uitgenodigd om zijn versie van de feiten te geven, zegde op het laatste moment af. Een tijd geleden was er zelfs een radioprogramma waar president Kagame vragen beantwoordde die mensen telefonisch konden stellen. Zoiets was vroeger ondenkbaar. Er verandert dus toch wel één en ander ten goede. Al blijft het vanzelfsprekend moeilijk en is Rwanda nog lang geen democratisch land naar onze normen. Maar eigenlijk kan men dat ook niet verwachten. In veel opzichten is de situatie in Rwanda te vergelijken met de situatie bij ons pakweg 60-70 jaar geleden. En daarbij kwam dan nog de gruwel van de génocide. Maar er zijn toch vele tekenen van hoop dat dit wondermooie land dit te boven komt. Julienne was verguld dat ze met Massabo op de foto mocht. We spraken af elkaar vrijdagavond op dezelfde plaats weer te ontmoeten en er een jamsessie te houden. Massabo nodigde ons ook nog bij hem thuis uit. En we moesten nog gaan eten bij de zusters Bernardinnen. We zullen tijd te kort hebben deze laatste dagen in Rwanda! Veel later dan voorzien keerden we met een blij hart terug naar ons hotel. We beleefden een echt schitterende Rwandese avond! 


 

Woensdag 11 januari 2006 

Marie-Jeanne had gisteravond nog tot halfeen kleding uitgezocht voor Julienne, het weeshuis en enkele families. Rond negen uur vertrokken we vanuit het zonnige Kigali via Ruhengeri naar Gisenyi. Tussen Base en Ruhengeri verkenden we een nieuw stukje Rwanda. Voor het eerst kleine graanakkertjes gezien op de heuvels. Een mozaïek van tinten groen, geel, rood, bruin. Prachtig gewoon. Langs de kant van de weg veel steenoventjes waar men bakstenen maakt. De klei daarvoor komt vermoedelijk uit het vruchtbare rivierdal. Weer valt het ons op hoe groen en vruchtbaar dit stukje Rwanda is. Aan de kant van de weg zat een man eieren te verpakken in bananenbladeren. Overal verspreid waren vrouwen bezig op hun akkertjes. In Ruhengeri stopten we bij het ons bekende hotel Muhabura voor een drankje. We kochten snel nog enkele cadeautjes. De zon was verdwenen en dreigende wolken stapelden zich op. Even later begon het te regenen. Eerst een beetje, later steeds dikkere druppels. De regen viel nu met bakken uit de lucht, vergezeld van donder en bliksem. Dit was dus de plensbui die Joselien eens wilde meemaken. Jammer dat ze er niet bij was. We spurtten naar de ingang van hotel "La Corniche" waar we vannacht zouden slapen en besloten eerst te eten. Ook hier zorgde de rekening weer voor een verrassing. We betaalden voor 6 maaltijden. Maar daarna werd er nog apart aangerekend voor elk stukje vlees dat we extra aten. Over afrekeningen kunnen we ondertussen bijna een apart boekje schrijven! Maar het eten was wel lekker. Hoewel Marie-Jeanne zegt dat het lang zal duren voor ze thuis nog eens stoofvlees klaarmaakt. Daarna gingen Leo, Jaak en Jean de valiezen halen. Het regende nog steeds. Dus gebruikten ze maar een parasol als regenscherm. Iets later arriveerde Nicole Merlot. Zij zou Jaak op sleeptouw nemen, op zoek naar stukjes van zijn verleden. Julienne ging haar pakjes thuis afzetten. Marie-Jeanne en ik gingen iets warmers aantrekken. Ondertussen was het opgehouden met regenen. Dus brachten we samen met Julienne een bezoekje aan de plaatselijke markt. In een wirwar van kraampjes werd werkelijk alles verkocht: schoenen, vlees (de geur was onvoorstelbaar), kleine verse en gedroogde visjes, zout, arachidemeel, olie, palmolie, zeep, shampoo, speelgoed, T-shirts, stoffen… Ondertussen zaten naaisters druk te stikken (Hoe zou het met mijn panjes zijn?). Strijken deed men met ijzeren strijkijzers gevuld met houtskool. Jean bracht ons terug naar het strand aan het Kivumeer. We bezochten een souvenirwinkeltje waar het potdonker was: geen elektriciteit. We eindigden in het hotel Kivu-Sun. Prachtig hotel met zwembad en magnifiek uitzicht op het Kivumeer. Bij een lekker drankje genoten we van de luxe en het prachtige uitzicht. Er waren zelfs ijsblokjes in de herenurinoirs! Joost mag weten waarom. Jaak en Nicole waren ondertussen ook gearriveerd. Jaak had zijn ouderlijk huis teruggevonden. De huidige bewoner was erg behulpzaam. Er werd gefilmd en foto’s gemaakt. Jaak had ook een heel goed gesprek met Felix, een oudere mesties die hem wat informatie kon geven over het leven in die tijd. Ook het raadsel van het verre voetbalveld was opgelost; Dat Was er toen nog niet. Jaak bezocht nu het andere voetbalveld, veel dichter bij het meer. Hun zoektocht had dus wel al heel wat opgeleverd. We besloten daar ook te eten. Een van onze duurste maaltijden. Maar het smaakte wel erg lekker. In de koelte van de avond keerden we terug naar "La Corniche".


 

Donderdag 12 januari 2006

Na een stille nacht die alleen af en toe onderbroken werd door het geluid van blaffende honden, zaten we om halfnegen aan het ontbijt. Het was vrij fris en nogal bewolkt. Het uitgebreide ontbijt maakte het gebrek aan comfort van de kamers goed. Er was immers alleen koud stromend water. Men bracht ons wel een bidon met warm water die bijna niet te tillen was. Maar toen hadden we ons koude kattenwasje al achter de rug. Rond negen uur trokken Jaak en Nicole weer op speurtocht. Wij bleven nog wat gezellig keuvelen. Ondertussen was het terug beginnen regenen. Een zonnige voormiddag aan het strand zat er dus niet in. Tijd genoeg dus om dit dagboek verder aan te vullen. Rond tien uur met de jeep op zoek naar het "Centre d’Artisanat". Gesloten wegens Gacaca. Dan maar een kijkje gaan nemen naar hotel ‘Le Paradis’. Langs het Kivumeer naar het haventje. Naar onze gemiste overnachtingsplaats. Af en toe regen, koel weer. Wondermooi uitzicht. Theetje gedronken. Men bracht ons een houtskoolvuurtje dat men onder de tafel zette om onze voeten te verwarmen. Deed deugd! We besloten daar te eten. Jaak en Nicole brachten ook nieuws. Op bezoek bij verschillende monseigneurs waren ze toch wat wijzer geworden. We aten bijzonder lekkere vis, geserveerd op aangepaste houten borden. Een bord in visvorm en een bord in de vorm van een kippenbout waarop de kip van Julienne geserveerd werd. Voor het eerst aten we met houten bestek. Dat alles verzachtte het lange wachten. Op de terugweg naar Kigali gestopt bij het artisanale winkeltje in Nyundo, de eerste katholieke missiepost in Rwanda. Weer cadeautjes gekocht.. Valiezen maken zal puzzelen worden! Rustige rit naar Kigali. Deze maal hebben wij geluk, de regen heeft de mist rond de vulkanen doen wegsmelten, wat maakt dat wij nu een fantastische zicht hebben . Jean noemt al de zichtbare vulkanen: Muhabura, Gahinga,Sabyinyo en de Visoke. Leo vond dat de maan al vlug aan de hemel stond. Het was toen echter al zes uur. De avond viel. Rond twintig voor zeven was het donker. In de verte zagen we de duizend lichtjes van Kigali in het dal en tegen de heuvels. Ook hier had het geregend. Maar het was er merkelijk warmer dan in Gisenjyi. Na een lekker avondmaal (eerst een koud badje) kropen we onder de wol. Ons verblijf in Rwanda liep stilaan op zijn einde. Ongelooflijk toch wat we al hadden meegemaakt, gezien, beleefd. Ongelooflijk ook hoeveel Jaak al te weten gekomen was. Benieuwd voor morgen. Zou de panjes mooi zijn?


 

Vrijdag 13 januari 2006 

Een bewolkte hemel, maar gelukkig geen regen. Bij het ontbijt verrasten we Leo en Marie-Jeanne met een klein geschenkje namens de ganse groep. Telkens ze in het fotoboek van Rwanda kijken, zullen ze misschien eens aan onze toffe reisgroep denken. Wij van onze kant wilden hen hiermee bedanken voor alle moeite die ze zich getroost hebben om ervoor te zorgen dat dit voor ons een onvergetelijke reis werd. Na het ontbijt gingen Marie-Jeanne, Julienne en ik op pad om de laatste cadeautjes te kopen. We vonden wat we zochten en kochten ook voor Julienne een kransje en aangepaste oorringen. Ze was heel blij! Daarna gingen we op weg naar het weeshuis voor een laatste bezoek. Marie-Jeanne en Leo vergaderden met de aannemer in verband met het waterproject.  Julienne en ik legden aan Anne-Marie de bedoeling en de werking van de spelotheek uit. Het is pas een begin. Er zal nog heel wat werk zijn om de leraressen, de mamans en de kinderen te leren omgaan met al het materiaal. Potjes, pannetjes, een pop, de meeste kinderen hebben dit nog nooit gezien. Ook de vele gezelschapsspelletjes zijn onbekend. Maar er is een begin gemaakt en ik had de indruk dat Anne-Marie de bedoeling wel begreep. Ze was in ieder geval heel blij en dankbaar. Als echte onderwijzeres zei ze dat de kinderen vooral leren door te spelen. En nu maar hopen dat het lukt! Groot was onze verwondering toen Damas ons uitnodigde om even een kijkje te nemen in de refter van het weeshuis. Enkele jongeren waren de muren aan het beschilderen met allerlei Disney personages. Van een verrassing gesproken, blijkbaar heeft ons bezoek  hen weer gemotiveerd om zelf initiatieven te nemen. Heel mooi, dit maakt van de refter een echte kunstzaal. Daarna was het tijd om naar het naai-atelier te gaan. Mijn panje was echt heel mooi.  Zondag, als de kinderen komen zal ik dat zeker aantrekken. Waarschijnlijk met een dikke ‘boy’ erover. Maar toch. ’s Middags waren we uitgenodigd bij de zusters Bernardinnen. We waren wat later dan voorzien. Heure Africaine. Voor het eerst in drie weken aten we lekkere sla, geraspte worteltjes en tomaat. Vogelnestjes en gebakken aardappeltjes waren er ook. We dronken een glaasje zelfgemaakte fruitwijn. Na het eten hadden Marie-Jeanne en Leo nog een ontmoeting met Jean Damascène samen met Ingrid, een Belgische vrouw die kinderen van een Rwandese familie wil helpen via "kinderhulp Rwanda" vzw. Ze wil die familie verder helpen maar wil zekerheid dat de steun goed wordt besteed. Uiteindelijk vertrokken we rond vier uur voor een rondrit door Kigali. Eerst bezochten we de plek waar tientallen kleine souvenirwinkeltjes waren. Afbieden was hier de boodschap. "C’est trois mille francs. Mais on peut discuter". De sightseeing doorheen Kigali was een beetje een afknapper. Ongelooflijk grote luxe villa’s in de nieuwe wijken. Daarnaast plaatsen waar piepkleine huisjes opeengepakt staan langs een wirwar van aarden weggetjes. De tegenstelling tussen superrijk en straatarm. De zuster had ’s middags verteld dat veel kleine huisjes in de heuvels rond Kigali onteigend worden. De mensen krijgen wat geld, maar niet genoeg om ergens anders iets te kopen. Dus moeten ze een kamer huren. Na een tijdje is het geld op en dan hebben ze helemaal niets meer. Een probleem in de meeste grootsteden over heel de wereld. Ten slotte brachten we nog een bezoek aan zuster Veneranda die in het klooster in Kigali was aangekomen. Ze bezorgde ons enkele bidons zelfgemaakte honingwijn. Die zullen we uitdrinken bij onze volgende samenkomst met de hele groep in België. Verder had ze ook dingen mee om te verkopen voor de Vriendenkring. Marie-Jeanne maakte een keuze. Daarna brachten Marie-Jeanne en Leo nog een bezoekje aan een zuster, die bedlegerig was en vroeger ook in Save gewerkt had. Bleek dat zij familie was van de vroegere Mwami en van de huidige president Kagame. Jaak was ondertussen uitgenodigd bij Albert Tosch. Die woonden in een van die chique villa’s. Ook hij stond versteld van de grote luxe. Maar wat zijn dag helemaal goed maakte, was het telefoontje van Nicole. Ze had niet stil gezeten en was verder op zoek gegaan naar de ouders en de familie van Jaak. Zijn moeder en tante?? Waren gedood tijdens de génocide. Maar die tante had vier kinderen. Drie meisjes woonden in de buurt van Ruhengeri. De jongen was taxichauffeur in Gisenyi. Deze laatste zou morgen langs komen. Jaak was er ondersteboven van. Wij waren blij voor hem. Het was al rond acht uur toen we probeerden iets tussen de kiezen te krijgen. Op de hoek was er alleen nog meatloaf te krijgen. Daar hadden we geen zin in. Dus besloten we de pizzeria-bar naast het hotel te proberen. We moesten niet te lang wachten en de croques waren lekker. Daarna bracht Jean ons naar de Abraxas. Deze keer moesten we 1.500 Rwf entreegeld betalen. Het was immers vrijdagavond en er was life-music. Toen we iets bestelden om te drinken, moesten we de rekening vooraf betalen. We hadden al van alles meegemaakt; Maar dit was weer iets nieuws. Bij het tweede rondje was het niet meer nodig om op voorhand te betalen. Rare jongens die Rwandezen. Het was nog vrij kalm. Vooral jonge mensen hingen rond de bar of zaten hier en daar aan tafeltjes. Net als bij  ons in een discotheek kwam er pas in de late uurtjes steeds meer volk binnen. Ook verschillende blanken, jongens en meisjes en enkele oudere heren. We vermoedden dat het vertegenwoordigers waren van een of andere ngo. Later bleek een van de oudere heren de Belgische ambassadeur te zijn. Wel wel wel.. De muziek was voortreffelijk, vooral covers van bekende liedjes. De Afrikaanse shadows??? Zoals Jaak opmerkte. Hij waagde zich wel eventjes op de dansvloer. Wij genoten van het ‘mensjes kijken’. Albert Tosh wou niet zingen. Het waren niet zijn vertrouwde muzikanten en hij vond het geluid niet goed. De voorziene jamsessie viel dus in het water. Maar we beleefden toch een leuke laatste avond onder de sterrenhemel van Kigali.


 

Zaterdag 14 januari 2006 

Op de laatste ochtend werden we gewekt door de vogels en een stralende zon. Bij het ontbijt bestlede ik nog een laatste ‘omelette jambon,’. Er was geen elektriciteit, dus geen toast. Geen nood: het smaakte. Daarna naar boven om de valiezen verder in te pakken en te proberen dicht te krijgen. Dat lukte mij niet echt. Dan maar een extra plastieken zakje gevuld. Daarna kennis gemaakt met Espérance, de vroegere huishoudster van Leo zijn broer, en haar vier kinderen allemaal jongens. Ondertussen had Jaak een ontmoeting met zijn neef Bienvenu Matata. Bleek dat ook Julienne hem kende. Eens te meer blijkt hoe klein de wereld is. Hij bleef de hele dag bij ons. Ons laatste middagmaal aten we waar we ook de eerste keer kennismaakten met de Rwandese keuken. We zorgden er wel voor er iets vroeger te zijn. Zodat we niet zoals vorige week alleen maar de restjes hadden. Onze ‘entrée’ in de Karibu ging niet onopgemerkt voorbij. Obers riepen naar elkaar: “Daar heb je die blanken weer die niet akkoord waren met de rekening!” Of zoiets. Kiniarwanda verstaan we niet zo goed. Ze hadden toch wel de prijzen aangepast zeker! Een ‘plat du jour’ kostte nu 1.700 Rwf. Dat kon ons budget nog net hebben. Daarna de valiezen opgehaald en in twee jeeps richting luchthaven. We hadden nog een afspraak bij Lando met enkele mensen van het weeshuis. Tijdens de génocide was het hele gezin dat dit hotel runde, uitgemoord. De in de buurt aanwezige para’s mochten niet helpen. Maar twee zusters en een broer zetten de zaak nu verder. Onder dezelfde naam. Het is een begrip in Kigali. Damas trakteerde. Hij bedankte Marie-Jeanne en ons voor het werk dat we voor het weeshuis doen. Hij benadrukte dat het feest op nieuwjaar verder zal blijven in de herrinering van de kinderen, zo iets hadden ze nog nooit mee gemaakt. Dit  alles dank zij onze aller inzet, en in het bijzonder deze van Jaak. En dat hij heel goed beseft dat wij er in België heel wat moeten voor doen, en dat hij dat zeker respecteert. En dat opbouwende kritiek zeker welkom is, vooral als het van Marie-Jeanne komt. "zij ziet alles, zelfs als er glas ontbreekt in een boekenkast die maanden voordien is besteld, ze is "fantastisch Madame le Président" Hij sprak verder de hoop uit dat wij verder in de toekomst het weeshuis willen verder helpen! Ja waarom zouden wij niet, als ge al die gelukkige kindergezichtjes ziet, kan je niet anders! We kregen elk een mooie Rwandese mand als geschenk. Na de laatste foto’s in de tuin van het hotel Lando, was het tijd om naar de luchthaven te vertrekken. Blij in het vooruitzicht binnenkort weer in België te zijn. Maar ook weemoed om het afscheid. We nemen Rwanda voor altijd mee in ons hart, ja het land van de duizend heuvels heeft indruk gemaakt .

Monique V

Copyright © 2011 / 2012 Kinetjesweb.  All rights reserved.
To get authorization for reproduction, in part or in whole, for print or electronic media, you must get permission

Webm@ster Leoke