|
Zaterdag 24
december 2005
|
Om 6
uur uit de veren, kwart over 7 vertrokken. Alles verliep vlot tot
voorbij Bornem. In Puurs was een auto over de kop gegaan. Verschillende
auto’s reden zomaar voorbij. Wij zijn gestopt om hulp te bieden.
Daardoor wat tijd verloren. In Zaventem file om aan de luchthaven te
geraken. Nog meer file om in te checken en bij de douane. Geen tijd meer
voor een ontbijt op de luchthaven.
Om kwart voor elf eindelijk op het
vliegtuig. We moesten om 10.35 opstijgen. Om 11 uur gingen we dan toch
de lucht in.
We werden door SN Brussels Airlines in de watten gelegd. Eerst een
aperitiefje, daarna lekkere vis met broccoli en patatjes met een
suikerwafel bij de koffie toe. In de namiddag kregen we nog een praline
en een ijsje. Ook het avondmaal (broodjes met tonijnsla) smaakte lekker.
Linda en Marie-Jeanne overleefden
het opstijgen en landen met
de nodige schrik. Joselien had een bloedneus.
Om
6u30, 7u30 plaatselijke tijd, landden we in Kigali. Met haar krukken had
Marie-Jeanne wel wat last om van de vliegtuigtrap te geraken. Maar ze
kreeg wel een bus voor haar alleen om tot aan het gebouw te rijden.
Ook
hier weer aanschuiven voor paspoortcontrole en douane. We oefenden ons
al om in het Afrikaanse ritme te geraken: rustig, rustig, rustig…
De medewerkers van het weeshuis stonden ons reeds op te wachten met
jeeps en een heuse kleine vrachtwagen. Die moesten ze later, net als
onze jeep, in gang duwen. Op weg naar het hotel genoten we van ‘Kigali by night’. Daar aangekomen konden we de kracht van de Rwandezen
bewonderen: met twee zware zakken, dozen of valiezen gezwind de trappen
op naar de tweede of derde verdieping!
Bij een eerste glaasje maakten we kennis met enkele medewerkers van het
weeshuis CMG (centre
mémorial Gisimba). Rond 11
uur genoten we van een heerlijke maaltijd. We begonnen met een slaatje
van avocado, rode kool, boontjes, pasta, komkommer en tomaat. Tocht maar
voorzichtig met rauwe groenten! Daarna volgde een lekker soepje. Als
hoofdgerecht was er kip met rijst en gebakken aardappeltjes. Er waren
ook warme bloemkooltjes en erwtjes. Als toetje serveerde men
pannenkoekjes met confituur. Het eten was bijzonder lekker en verzorgd.
Rond halfeen kropen we onder de lakens voor onze eerste nacht op
Afrikaanse bodem.
Het valt eigenlijk
moeilijk te omschrijven welke ongelooflijke Kerstdag we beleefden. Toch
wil ik proberen deze emotievolle dag te bewaren. En dat kan alleen door
hem aan dit papier toe te vertrouwen. Een poging…
Na een min of meer rustige nacht, al dan niet met behulp van een
pilletje, verzamelden we om acht uur voor het ontbijt. Het omeletje
smaakte heerlijk, net als de Afrikaanse thee.
Toast, boter en confituur
was er ook.
Marie-Thérèse ging de hele dag met ons mee op stap. Zij heeft een
bureautje in het CMG en werkt vooral met de gezinnen in de heuvels.
Rond
tien uur vertrokken we voor een kennismaking met de zusters Bernardinnen.
Marie-Jeanne en Thérèse namen een taxi. Met krukken de heuvel op was
immers n iet doenbaar. De rest maakte er een prettige wandeling van. Het
was wel betrokken, maar warm. Zalig! De zusters ontvingen ons hartelijk
met een kopje koffie of thee. Ook zelfgebakken koekjes en wafeltjes
werden aangeboden. Na het afgeven van de briefwisseling en pralines, was
het tijd om geld te wisselen. Dat had wel wat voeten in de aarde.
Rekenen, tellen, hertellen… enfin: voor 500 euro per persoon ontvingen
we 65 briefjes van 5.000 RWF.
We waren meteen 325.000
Rwfr.
Rijker. Nadat we nog even hadden nagepraat in de mooie tuin, gingen we
weer op pad.
Drie dappere heren (Jaak,
Leo en Luc) zetten er stevig de pas in om flesjes water te gaan kopen in
het winkeltje bij het hotel. De rest volgde het tempo van Marie-Jeanne
naar restaurant Karibu. Het was zalig verpozen onder de bomen en de
parasols in de tuin. Bovendien was het eten opnieuw heel lekker. Naast
rauwe groentjes (toch wat voorzichtig) proefden we ook gebakken banaan,
rundvlees, zoete aardappelen, spaghetti en een soort spinazie gemaakt
van maniokbladeren. Helaas was het bezoek aan de mis erbij ingeschoten.
Eigenlijk wenden we erg snel aan het Afrikaanse ritme!
Marie-Jeanne en Thérèse gingen met de taxi naar het hotel om de post, de
ballonnen en de snoepjes klaar te maken die we zouden meenemen naar het
weeshuis.
Wij wandelden te voet verder naar het oude militaire
kamp-Kigali
waar in
1994 tien Belgische para’s werden vermoord. Het zien van de ingeslagen
kogelgaten maakte iedereen stil. Het monument zelf bestaat uit tien
stenen kolommen, één voor elke doodgeschoten para.
In elke kolom zijn
horizontale lijnen geslepen, één lijn voor elk levensjaar van die para.
Binnen in de kamers hangen panelen die niet alleen vertellen over de
eerste en de tweede Rwandese génocide, maar ook aandacht vragen voor de
miljoenen mensen die in het recente verleden vermoord werden in Europa
(tweede wereldoorlog) Cambodja, Turkije, Rusland… Er wordt ook aandacht
besteed aan de oorzaken van dergelijke misdrijven tegen de
menselijkheid: racisme, onwetendheid, armoede, onrechtvaardigheid. We
waren allemaal wat stiller toen we onze tocht op weg naar het hotel
verder zetten. De zon, die af en toe al heerlijk geschenen had,
verdween
achter een stapel dreigende wolken.
Linda en Joselien merkten op dat ze
eigenlijk wel eens zo’n echte Rwandese plensbui wilden meemaken. Onvoorstelbaar toch! Na amper anderhalve dag het kille, miezerige,
Belgische weer achter
gelaten te hebben
en dan al verlangen naar regen! We wandelden nu door de ‘rijke’ wijk van
Kigali waar de meeste ambassades gevestigd zijn. Keurig onderhouden
voetpaden, majestueuze bomen in prachtige tuinen. Toen we voorbij hotel
Continnental (chique, duur) wandelden, wilden Leen en Dominique dit toch
wel eens van binnen zien.
Een dringend plasmoment leek hen een gedroomd
excuus. En het lukte hen nog ook! Een securituy-agent begeleidde de
dames naar het toilet. Dominique wilde zo’n bravourestukje nog eens
herhalen door de ambassade van de U.S te filmen.
De security was nu wel
wat minder vriendelijk.
Rond kwart voor drie arriveerden we in ons hotel waar Marie-Jeanne al
vol ongeduld zat te wachten. Per taxibus gingen we naar het weeshuis. De
wijken waar we doorreden waren in niets te vergelijken met de plaats
waar we ’s morgens wandelden. Het ene piepkleine winkeltje naast het
andere. Heel veel volk op straat. Putten en bulten in de rijbaan. Muren
en daken van golfplaten.
Bij aankomst in het weeshuis werden we verwelkomd door Damas en zijn medewerkers.
Met veel enthousiasme toonden ze ons de nieuwste verwezenlijkingen. We
bezochten achtereenvolgens:
| |
1
- De slaapkamer van de oudste jongens. |
| |
2
- De nieuwe bibliotheek die werd ingericht door de 4 jonge
vrijwilligers die in september gedurende een achttal weken in Rwanda
waren. Ze hadden werkelijk schitterend werk geleverd. Muren, deuren
en vensters werden geschilderd. In de kasten stonden de boeken
netjes gerangschikt zodat de kinderen vlug konden vinden wat ze
wilden lezen. Er stonden rijen mooie tafeltjes die geschikt waren om
computers op te zetten. Het systeem met de bibliotheekkaarten werkte
behoorlijk en de kinderen waren enthousiast om boeken te lezen. Als
de computers nu nog geïnstalleerd werden, zou deze ruimte optimaal
kunnen benut worden. Met eenvoudige middelen werd hier een heus
leercentrum gecreëerd! |
| |
3
- Het nieuwe naai-atelier was ook heel mooi. De ingemaakte kasten boden een zee
van ruimte. Ook de ‘paskamer’ was klaar. Nu nog de machines en de
stoffen en het naai-atelier kan geopend worden. |
| |
4
- Ook de nieuwe
spelotheek was min of meer gebruiksklaar. De puzzels zaten in de
kasten. Er was materiaal om te bouwen, een grote bak vol poppen en
pluchen beestjes, een andere vol auto’s, een schommelpaard… Damas
zei dat het nog moeilijk was om de kinderen te ‘leren’ spelen. Als
echte ‘onderwijsfreak’ had ik wel enkele ideetjes. Met bakken en
bankjes kun je speelhoeken maken: een puzzelhoek, een bouw- en
poppenhoek, een tekenhoek… Met gekleurde armbandjes of kransjes kun
je duidelijk maken hoeveel kinderen in een bepaalde hoek kunnen
spelen. Via een bord kan men zorgen voor een doorschuifsysteem zodat
alle kinderen met het verschillend speelgoed kunnen spelen. Toen ik
later in de wasplaats die nu dienst deed als opslagruimte allerlei
bankjes vond, jeukten mijn handen om speelhoekjes in te richten. |
| |
5
- De andere
kleuterklasjes waren voorzien van ronde tafeltjes en kleine
stoeltjes. |
| |
6 - Een deel van het waterproject was
al klaar. Van verschillende gebouwen wordt het regenwater
opgevangen in een
ondergrondse waterreservoir en
via twee pompen omhoog gebracht
naar bovengrondse reservoirs,
zodat men stromend water heeft. Daarnaast werden ook goten
aangelegd zodat het water dat bij regenweer van de heuvel
afstroomt wordt opgevangen en weggeleid. Zo worden de
gebouwen niet meer beschadigd door neerstromend regenwater. |
| |
7
- Ook de keuken werd vernieuwd. In
plaats van de grote, open houtvuren installeerde men
stoomketels
die ook op hout werken, maar die veel zuiniger zijn,
een grote vooruitgang.
Vroeger was de keuken volledig open. Nu is een deel toegemaakt. Er
is geen schouw, de rook trekt weg door de open ramen bovenaan. Jaak
vertelde dat hij op het internet iets gevonden had dat misschien ook
wel bruikbaar kon zijn. Er is immers een verbod om nog bomen te
kappen. In Kigali zou er een project bestaan waarbij men afval
recycleert en van het restafval briketten maakt waarmee men kan
stoken. Misschien nog eens opzoeken en doormailen?
|
| |
8 - In een andere slaapzaal toonden
enkele mamans
de babykleertjes die ze gebreid hadden. Schitterend, maar misschien
wel wat warm voor hier? |
Eigenlijk vond ik deze
rondleiding al veel te lang duren. Hoe nodig en interessant ook; de
kinderen zaten ondertussen wel al geruime tijd te wachten. Met zachte
dwang loodste ik Marie-Jeanne naar de ingang van de eetzaal. Ik kan met
geen woorden beschrijven wat er door me heen ging toen we de zaal
binnenstapten.
Zoveel paar ogen die ons nieuwsgierig aanstaarden.
Lachende, vragende, ernstige gezichtjes van groot en klein. Achter mijn
ogen prikten tranen die ik verwoed trachtte binnen te houden. Wat niet
echt lukte. Ook andere mensen uit ons gezelschap konden hun ontroering
moeilijk verbergen.
We werden onthaald met liedjes, dansjes
en sketches. De kinderen hadden duidelijk veel geoefend en zongen en
dansten vol overgave! Daarna kregen ze een kleine traktatie: wat
snoepjes, ballonnen en een drankje. Ondertussen bedeelde Marie-Jeanne de
post aan een aantal kinderen en maakten Sammy, Leen, Linda, Luc,
Joselien en Filip kennis met Sandra. Voor ieder van hen een emotioneel
moment. Na een woordje van Marie-Jeanne en Damas, vergastten de tieners
ons op een traditionele Rwandese dans. Ze nodigden ons uit om mee te
doen. Vergeleken met hun sierlijke bewegingen, leek ik eerder een houten
klaas. Bij Jaak echter kon je duidelijk merken dat het Rwandese bloed
door
zijn aderen stroomt. Hij zat trouwens de hele namiddag tussen de kinderen en amuseerde zich
kostelijk.
Nadat we om zes uur door de kinderen waren uitgewuifd, ging het in
sneltreinvaart naar het hotel. We hadden voor dit ritje een lagere prijs
bedongen dan bij het vertrek. Vandaar misschien? Leo had nog Rwandees
geld over van een vorig bezoek en betaalde de chauffeur. Enkele tellen
later kwam de jeep in achteruit teruggebold.
Bleek dat Leo’s geld niet
meer bruikbaar was. Iets met een datum en de naam van de vorige
gouverneur op die biljetten. We lieten het niet aan ons hart komen en
spraken af om rond halfacht samen te komen voor het avondmaal.
Bij een glas Mutzig, water of een theetje wisselden we onze eerste
indrukken uit. Linda verwoordde heel goed wat iedereen dacht: "Wat we nu
hebben mogen meemaken kan je nooit aan iemand proberen uit te leggen.
Daar zijn geen woorden voor!" Joselien vond dat de kinderen er allemaal
heel goed en verzorgd uitzagen. Het is ongelooflijk wat Marie-Jeanne en
Leo hier samen met de Vriendenkring gedurende vijftien jaar allemaal
realiseerden. Vertrekkend van één enkel hoofdgebouw werd er jaar na jaar
verder gebouwd en verbeterd. Alle kamers waren netjes. De kinderen zagen
er gelukkig uit. Velen van ons vroegen zich af wat er in die hoofdjes
omging. En wat in ons hoofd aan indrukken door elkaar heen tuimelde. We
beseffen niet voldoende
hoe goed wij het wel hebben, hoe gelukkig en bevoorrecht wij zijn. Het
zet ons aan om wat dankbaarder te zijn. En ook groeit de sterke wil bij
ieder van ons: hier willen we verder aan meewerken, hiervoor willen we
ons verder blijven inzetten, wat hier gerealiseerd wordt is meer dan de
moeite waard om te bewaren en verder uit te bouwen. Naast de
geschiedenis van het ontstaan van de Vriendenkring, vertelde
Marie-Jeanne ons ook het verhaal van Sandra. Zij werd als klein meisje
door haar moeder verstoten en kwam toen in het weeshuis terecht. Daar
had ze het relatief goed. Maar na de génocide moesten alle kinderen die
nog familie hadden het weeshuis verlaten
om plaats te maken voor de vele génocide
wezen en terug bij hun familie gaan wonen.
Sandra moest dus terug naar haar moeder die haar niet wilden. Bovendien was haar familie heel arm.
Sandra liep weg, keerde terug naar
het weeshuis, moest terug naar haar familie, liep weer weg… Ondertussen
had de vriendenkring "Meulebeke zonder grenzen"
de familie onder haar hoede genomen.
Ze hielden een ontbijtactie bouwden en
bouwden een huisje en zorgden ervoor dat de
ergste nood gelenigd werd. Maar Sandra bleef weglopen en was soms
dagenlang zoek. Bovendien was ze doodongelukkig bij haar familie.
Uiteindelijk vond de Vriendenkring een oplossing voor Sandra. Alle
weeskinderen die gedoopt worden, krijgen bij hun doopsel een peter en
meter. Dat zijn mensen uit Kigali of omstreken die de kinderen willen
helpen en het weeshuis steunen. Toen Sandra bij haar doopmeter ging
wonen, waren de grootste problemen opgelost.
De Vriendenkring nam Sandra’s familie
onder haar hoede. Zo betaalden ze de
oogoperatie van haar zusje. Daarnaast werd ook het gezin van de
doopmeter geholpen. Sandra woont daar trouwens nu nog altijd. Ze is
ondertussen 22 jaar en studeert nog (haar laatste jaar). Tijdens de
vakantie komt ze helpen in het weeshuis. Marie-Jeanne hoopt dat ze later
het werk van Thérèse in de heuvels kan verder zetten. En wat heeft Sammy
hier nu mee te maken? Zijn ouders steunden Sandra
al via VKR vzw
van toen ze als heel klein meisje in het weeshuis kwam. Ze zijn haar al
die jaren blijven steunen en begonnen daarvoor de Meulebeekse "ontbijtactie". De
allereerste actie had als motto "Een dak voor Sandra".Het ingezamelde
geld werd gebruikt om het huisje voor Sandra’s familie te bouwen. Daarom
waren Sammy en Leen, samen met de anderen die de ontbijtactie sindsdien
elk jaar op touw zetten, zo blij dat ze nu écht konden kennismaken met
Sandra.
Een stralende zon. Een strakblauwe hemel met hoge, witte
wolkenvegen. In de verte liggen de heuvels rond Kigali gevangen in een
lichte mistwaas. Na een lekker ontbijt splitsen we onze groep in twee.
De mannen gaan in het weeshuis de computers installeren. Wij vrouwen
gaan shoppen in de vele Afrikaanse winkeltjes in de buurt van ons hotel.
A ls dat geen bevestiging is van het traditionele rollenpatroon! Het is
erg druk in Kigali wanneer we langs en in de vele winkeltjes op zoek
gaan naar mooie dingen om mee te nemen. Het spiekbriefje van Leo met de
omrekening van Rwf naar euro wordt druk geraadpleegd.
Straatventers
proberen hun waren aan de man of vrouw te brengen: parfum, riemen,
schoenen, papieren zakdoekjes, kaartjes, batik stoffen, houten beeldjes…
We willen nog niets kopen; enkel kijken en genieten. De winkeltjes
bieden een bonte verzameling: houten beelden, sieraden, poppen, maskers,
houten speelgoed, schalen, manden, tamtams, speren, snaarinstrumenten,
kerststallen, napjes, onderzetters, beelden en doosjes in zeepsteen,
gebakken tegels met prachtige motieven… Joselien en ik kopen
geluksarmbandjes. Die zijn gemaakt van olifantenstaart. Ook de anderen
kunnen niet weerstaan aan de mooie halssnoeren, oorbellen of ringen.
Twee tieners proberen ons batik en olifantjes te verkopen. We zeggen dat
we wachten tot zaterdag. De hele verdere voormiddag volgen ze ons. We
hebben twee Rwandese bodyguards. Nadat we kaartjes kochten (een hele
onderneming) werd het stilaan tijd om naar het ons vertrouwde restaurant
Karibu te wandelen. Eerst nog even postzegels kopen. Maar: tweede
Kerstdag. De post is dicht. Ondertussen proberen onze bodyguards
Joselien te overtuigen om een zwart olifantje te kopen.
Ze is wel een
echte zakenvrouw. Van 16.000 Rwf laat ze de prijs steeds verder zakken.
Uiteindelijk verandert het olifantje van eigenaar voor de ronde som van
3.000 Rwf. In de tuin van restaurant Karibu genieten we van een lekker
drankje. Even later is ons gezelschap weer compleet. Het installeren van
de computers verliep heel vlot. Met de hulp van Jaaks "magische"
gereedschap werden de tafels uit de container gehaald en in een wip in
elkaar gezet. Voor de kinderen leek het wel toverij, zo snel ging het.
Ze waren natuurlijk heel enthousiast en keken vol spanning toe tot het
scherm voor het eerst oplichtte.
Gelukkig waren alle computer OK. Niet
zo vanzelfsprekend als je bedenkt welke reis ze achter de rug hadden.
Na een lekker middagmaal wipten we nog snel binnen in het hotel om de
pakjes voor de zustertjes van Calcutta op te halen.
Enkele regendruppels
begeleidden het instappen in de taxi. Maar dat was vlug over. De rit
erheen was al een voorproefje van onze rondreis van morgen. Toen we
voorbij de kerk van Sint-Famille
reden vertelde Marie-Jeanne hoe de kinderen van het weeshuis Gisimba
daarheen gevlucht waren tijdens de genocide.
Om een of andere reden
konden ze daar niet blijven en vluchtten ze verder weg. Wat later werden
alle mensen die in de kerk bescherming zochten, vermoord. ‘Onze’
weeskinderen moeten dus wel een goede engelbewaarder hebben. In het
weeshuis werken tien zustertjes van Calcutta.
Ze ontfermen zich over
kleine kindjes van 0 tot 5
jaar. Zieke of gehandicapte kinderen blijven daar. Men probeert de
kleintjes te laten adopteren. Vooral in Zwitserland en Frankrijk
lukt dit goed.
Eens de gezonde kindjes drie jaar zijn, worden ze geplaatst in andere
weeshuizen waar ze ook naar school kunnen gaan. Onlangs werden drie
kindjes opgenomen in het weeshuis van Gisimba. Zo komt er plaats vrij
voor nieuwe kleintjes. De oudste kindjes verwelkomden ons met muziek en
dans. Weer viel het ons op hoeveel gevoel voor ritme deze kleintjes
hebben. Dat moet dus echt wel aangeboren zijn. Vrij snel kwamen de
kleintjes naar ons toegelopen? Toen enkele peuters de zak met speelgoed
opmerkten, werd het even een kleine overrompeling. Al snel had iedereen
een vliegtuigje of autootje. Toen ze daarna nog snoep en een ballon
kregen, was hun geluk compleet.
Daarna leidde een van de
zusters ons rond. In een zaaltje zaten de "lopertjes" bij elkaar. Wat
verder was een grote zaal met allemaal kleine bedjes. Hier verbleven de
kleinsten.
Er hing een penetrante geur. Sommige baby’s sliepen. Anderen
lagen voor zich uit te staren of zaten te spelen. De zusters ontfermen
zich ook over bejaarden en zieke of gehandicapte volwassenen. Onlangs
nog waren vier mensen gestorven aan aids. Ook heel wat kinderen zijn
besmet. Voor hen is er weinig toekomst. Hoe de zusters het dag in dag
uit volhouden is ons een raadsel.
Zelf zeggen ze:"C’est avec l’aide du
Seigneur. En ook al is het werk dat we doen maar een druppeltje in de
oceaan, toch is die druppel belangrijk. Want anders zou de oceaan een
druppel minder groot zijn.
Diep onder de indruk verlieten we het weeshuis. De rit terug naar het
hotel verliep nogal "schokkend". Af en toe wipte er
wel iemand met
zijn of haar hoofd tegen het plafond van het minibusje.
Nadat we een nodig en deugddoend badje genomen hadden,
bestelden we het avondeten in ons hotel. De avond tevoren hadden we
nogal lang moeten wachten. Dus toen we onze bestelling hadden
doorgegeven, besloten we om met enkelen naar het cybercafé te gaan. We
wilden mailen naar de thuisblijvers. Wegens werkzaamheden was het café
echter voor de hele week gesloten. Geen nood, wat verder was er nog zo’n mail-café. Maar ook hier vingen we bot. Dus keerden we onverrichterzake
terug naar het hotel. Daar moesten we nog langer op ons avondeten
wachten! Na 2 ½ uur kregen we toch iets tussen de kiezen. Daarna vlug
onder de wol, want om halfzeven zouden we ontbijten. Eerst maakten we
nog wel onze valies klaar voor een vijfdaagse
trip door het land der duizend heuvels.
Met kleine oogjes verschenen we aan het ontbijt. Lawaai
had ons de voorbije nacht uit onze slaap gehouden. En het was zo vroeg.
Toch was het al licht. Het beloofde een zonnige dag te worden. Heel wat
omeletjes verdwenen in hongerige magen.
We wilden immers goed voorbereid
aan onze tocht beginnen. Onze chauffeurs waren goed op tijd zodat we om
acht uur konden vertrekken. Onze overtollige bagage raakten we kwijt in
de kamer van Marie-Jeanne en Leo. In Kigali was het op dit uur al erg
druk. Onze eerste halte was bij het benzinestation. Jeeps rijden nu
eenmaal niet op water. We schrokken wel een beetje van de prijs. Die was
bijna even hoog als bij ons in België.
We reden in noordelijke richting via Base
en Nyamugali.
De asfaltweg was in goede staat en we genoten met volle teugen van het
wondermooie landschap. Als een
lappendeken lagen de heuvels bezaaid met
duizenden kleine of grotere veldjes. Dankzij de vulkanen is dit een zeer
vruchtbare streek. Een mozaïek van kleuren ontrolde zich voor onze ogen:
bananenbomen, maïs, kolen, bonen, sorgo, aardappels, afgewisseld met
bloemen en eucalyptus die een heerlijke geur verspreidden. Op de velden
waren vrouwen in kleurige kledij aan het werk.
Met de hak maakten ze de
perceeltjes zaai- of plantrijp. Vaak met een baby slapend op de rug
gebonden.
Hier en daar wat kleine
huisjes, verspreid over de heuvels. Sommige gemaakt van een houten
raamwerk met daartussen ‘stenen’ van gedroogde klei vermengd met stro.
Andere huisjes waren gemaakt van steen. Langs de kant van de weg waren
mannen en vrouwen bezig onkruid te wieden en de weg te onderhouden. In
Base verlieten we de asfaltbaan en waagden we ons op smalle aarden
pistes. Regelmatig stopten we om foto’s te maken of te filmen. Telkens
weer herhaalde zich hetzelfde scenario. Eerst kwamen er een of twee
kindjes. Enkele tellen later stonden ze met tien, twintig, dertig rond
de jeeps. Toen Jaak een foto maakte en die aan de kinderen liet zien,
was het hek helemaal van de dam. Alle kinderen wilden op de foto! De
pracht van het land staat in fel contrast met de armoede die er heerst.
Kinderen in lompen, op blote voetjes,
sommige duidelijk ondervoed of
ziek. Het raakt je telkens weer: die vragende gezichtjes, die
uitgestoken handjes. En toch: kinderen en volwassenen lachen en zwaaien
als we voorbijrijden. Zo veel blije mensen! Rwandezen zijn ook bijzonder
vindingrijk. We zagen alle mogelijke modellen van fietsen met nog van
die metalen handvatten om te remmen.
En kruiwagens volledig in hout
gemaakt. Alles volgestouwd, duwend de heuvel op. Af en toe passeerden we
een dorpje of een markt. Piepkleine huisjes doen dienst als restaurant,
kapperszaak, naai-atelier, winkeltje… Daar was het ook telkens een
drukte van jewelste.
We
hielden even halt boven aan
de watervallen van Butaro die we wel hoorden maar niet zagen. Ook daar
stroomden de mensen toe om ons te bekijken. De jongens lachten om Leen
en mij. Rokende dames is een bezienswaardigheid! Ook Linda’s benen
hadden veel bekijks. Omdat de nood heel hoog was, stopten we even verder
bij het huis van de dokter in Butaro voor een dringende plaspauze. Naar
het schijnt was die man heel vereerd dat we daarvoor bij hem langs
kwamen. Ook hier weer drumden de mensen samen rond ons en onze jeeps.
Wuiven, lachen en gepraat waar we niets van verstonden. We konden wel al
‘goeiedag’ zeggen. Muraho! Tot plots een politieagent verscheen. Enkele
woorden en gebaren waren voldoende om de menigte uit elkaar te halen.
Samen met de agent kwam ook de burgemeester een kijkje nemen.
In het
district Butaro wonen op dit moment 66.000 mensen. Dat is heel veel voor
zo’n district. Wat later reden we over nog
kleinere
paadjes met nog meer en diepere kuilen erin naar de paroisse van Runaba.
In de tuin van het klooster genoten we
van onze pick nic toast
met ham en ei. Als toetje aten we twee lekkerzoete banaantjes die we ’s
morgens langs de kant van de weg gekocht hadden.
Linda’s rug hield
redelijk stand, Joseliens misselijkheid was over en Filip zei dat zijn
rug het ook nog wel uithield. En dus trokken we weer op pad. Vanuit
Butaro volgden we de route langs de
meren Burera en Ruhondo. Het landschap was
hier adembenemend mooi, de putten en kuilen in de weg iets minder. In
deze buurt zagen we ook nog veel traditionele hutjes van stro en
bananenbladeren. We genoten van het prachtige uitzicht op de
watervallen, de machtige vulkanen in de mist, de kleurige veldenmozaïek
en de bootjes op het meer.
Gedurende
heel onze tocht zagen we langsheen de weg ontelbare kinderen met water
of droge planten zeulen. Die laatste droegen ze als een gigantische berg
op hun hoofd, zodat je nog amper hun gezicht zag.
Ook de volwassenen
dragen bijna alles op hun hoofd: balen gevuld met groenten, bussels met
lange houten planken, vaten met water, tot zelfs een naaimachine toe.
Voortdurend liepen de kinderen een eindje achter de jeep aan. Ze konden
ons wel even bijhouden: met al die kuilen ging het niet echt snel
vooruit. En zoveel stof! Eentje reed zelfs een eindje mee achterop, zich
vastklampend aan het reservewiel. Zo bereikten we rond halfvijf de
nieuwe luxueuze ‘Virunga lodge’. We genoten van het prachtige panorama
van 360 ° met uitzicht op de vulkanen en de meren. Jammer genoeg was het
niet erg helder.
Maar toch hadden we ogen te kort om van dit prachtige
uitzicht te genieten. Linda, Joselien en ik waren blij dat we hier een
betaalbaar glaasje wijn konden drinken. De lodge is erg mooi, met
respect voor de Rwandese bouwwijze. Dé grote verrassing was hier wel het
toilet. Vermits er hier geen stromend water is, werd dat doorgespoeld
met zand. Naar het schijnt een Amerikaanse uitvinding. Het werd stilaan
tijd om het laatste stukje van onze dagreis aan te vatten. Nog even
werden we grondig door elkaar geschud toen we van de lodge terug naar de
baan reden. Daarna ging het vlot naar Ruhengeri. Hoewel het bijna donker
was, was er nog steeds veel volk op stap langs de kant van de weg. Het
was al donker toen we eindelijk in hotel Muhabura aankwamen. Daar
probeerden we een nieuwe truc uit om niet te lang op ons avondmaal te
moeten wachten. Iedereen was immers moe. Eerst gingen we de menukaart
bekijken en ons eten bestellen. Daarna zouden we ons wat opfrissen. We
hingen immers vol stof. Rond acht uur zouden we dan gaan eten. En het
lukte! Weliswaar was de vis die we bestelden niet meer in voorraad.
Daardoor ging Leo als ‘police’ de kamers langs, vergezeld van een ober
met de menukaart. Maar rond kwart over acht genoten we van een lekkere
schotel. Daarna nog even de ‘pot’ aanvullen. En ten slotte konden we
genieten van een hopelijk heerlijke nachtrust.
PS Vandaag een kakkerlak in bad gevonden. Doorgespoeld. Hagedissen in
restaurant. Verder niet veel ongewenste ‘beestjes’.
|
Woensdag
28 december 2005 |
In telegramstijl:
woensdagavond veel te moe om nog iets te schrijven. Vandaag (donderdag)
voor het ontbijt een half uurtje om verslag uit te brengen.
Deze woensdag was een dag met hindernissen.
Lekker ontbijt. Valiezen
pakken en afrekenen. Volgens onze reservatie: kamer met ontbijt. Slechts
ontbijt voor 1
persoon inbegrepen. De
tweede persoon moet ontbijt betalen. Niet juist volgens Leo. Wel juist
volgens manager. "Je huurt een kamer en krijgt één ontbijt gratis toe".
Nog een bijzonderheid: alle tweepersoonskamers hadden maar één reuzehanddoek. Ikzelf met een eenpersoonskamer, beschikte over twee
handdoeken.
Rare jongens die Rwandezen.
Op weg naar "Mountain
gorilla" nest’ in Kiningi. Van hieruit vertrekken de tochten naar de
gorilla’s. Was wat te duur voor ons. Enkele kaartjes gekocht. Weg erheen
met gekende putten en kuilen. Veel armoedige huisjes tussen de velden.
Voor het eerst veldjes met bloemen gezien. Kinderen op blote voeten
rennen achter de jeeps. "Akatchoepa! Akatchoepa!" roepen ze. (betekent
klein flesje); Kunnen ontzettend snel lopen. Tussen de huisjes hier en
daar een kraan voor water. Ongelooflijk wat mensen op het hoofd dragen,
zelfs kleine kinderen dragen jerrycans met water met een doek rond het
hoofd op de rug. Fietsen volgeladen met drie-vier grote zakken, met
tafels, met stoelen, met zetels, vooruitduwend de heuvel op in het stof
dat opwaait achter de jeeps. Af en toe een man gezien die meehelpt op
het land. Een zeldzaamheid! In "Mountain gorilla’s nest" kraanvogels en parelhoenen gezien. Mooi! Geen groots uitzicht wegens vele bomen. Wel
mooie kamers en prachtige tuin. Daarna langs zelfde stoffige, hobbelige
weg terug naar beneden. Van daaruit naar Gisenyi, de geboortestreek van
Jaak. Laat, geen tijd om te stoppen in Nyundo, dus geen bezoek aan
artisanale winkel.
Even
stoppen bij theevelden voor foto’s. Onmiddellijk verzamelen mensen rond
de auto’s. Voortdurend mensen langs de weg, beladen met alles en nog
wat, stappend naar "somewhere".
Er worden veel
nieuwe huisjes gebouwd. Er staan ook veel huisjes te vervallen. Gevolg
van de génocide. Sommige "huizen" bestaan uit enkele stokken met
daaroverheen een plastiek zeil. Daarnaast nieuw gebouwd huisje van
steen. Groot contrast. Rond halftwee aankomst in hotel Palm Beach. Bij
het uitstappen onmiddellijk straatventers met maskers, beelden,
sieraden. Marie-Jeanne zegt dat dit Kongolese beelden en maskers zijn.
Ook enkele kinderen komen rond ons staan. Plots een harde slag. Een kind
(6 jaar?) heeft een harde klap gekregen met een matrak. Loopt huilend en
hinkend weg. Security van het hotel wil geen bedelende kinderen in de
buurt. Pijnlijk!
Kennismaking met Julienne (Leo’s schoonzus) en haar
kinderen Hugues,
Armand, Igor en Sandrine. Julienne herkent mij direct als de mama van
Tom. Zegt dat hij op mij gelijkt. Heeft thuis een foto van hem en
Eveline. We horen dat er sneeuw ligt in België en dat het er –2 ° tot –5
° is. Wij genieten van een glaasje aan het Kivumeer bij 25 °. Kivumeer
is prachtig, lijkt bijna de zee met zandstrand. Baaien met groene
heuvels. Wachten op eten. Valt wel mee, gezellig op het strand met
uitzicht op het meer.
Hugues
en Armand willen voor ons
postzegels kopen even verderop.
Komen terug zonder. Veel duurder dan
gedacht en brieven moeten gewogen worden. Lekker gegeten: kip of tilapia
Provençaal met frietjes of rijst. Ondertussen gingen Leen en Sammy
in gezelschap van Leo
een brief afgeven bij een
dame net naast het hotel. Ze wist veel over de vroegere toestand in Gisenyi. Dus gingen Jaak en Dominique ook kennismaken.
Na het eten splitsten we ons in drie groepen.
Leo en Marie-Jeanne gingen
met Julienne en de kinderen naar ons gereserveerde hotel ‘Le Paradis’.
Daar zouden ze de geschenken voor de familie overladen in zakken. Meteen
zou ook al alle bagage worden afgezet. Le Paradis bleek alles behalve
een paradijs. Madame Odette had onze kamers doorverhuurd aan Rwandezen
die net aan het inchecken waren toen Leo en de familie arriveerde.
Ruzie. Tumult.
Bijna een gevecht. "Gingen blanken voor Rwandezen
misschien? Een, schande was het…" Op aanraden van onze chauffeur
Jean besloten Leo en Marie-Jeanne te vertrekken. Op zoek naar andere
kamers.
Niet zo simpel voor 11 personen. Ze waren er de hele verdere
namiddag zoet mee. Hier en daar vruchteloos geprobeerd. Uiteindelijk
gelukt in
hotel Umuwe.
De manager vertelde dat hij nog 3 dubbele kamers had. De rest waren
kamers voor één persoon. Gelukkig wist Jean dat dit eigenlijk niet kon.
Uiteindelijk hadden we 5 tweepersoonskamers en 1 eenpersoonskamer.
Marie-Jeanne dacht nog dat ze in Le Paradis wel president Kagame gezien
had. Zou het? Onwetend van dit alles gingen Jaak en Dominique op
verkenning in Gisenyi. Onder de bomen bij de pier hadden
Jaak en Leo nog gekampeerd
met de scouts van Save. Daar waren ze hem
komen halen om naar
het voetbalstadion te gaan Dat was 3 km verderop.
Daar moest hij
afscheid nemen van zijn ouders. Nadien werd hij naar het weeshuis in
Save gebracht. Ze bezochten ook het politiekantoor en vonden de straat
waar hij als kind gewoond had.
Even
onwetend van de perikelen met de kamers ging de rest van ons gezelschap
shoppen. En winkeltjes dat we gezien hebben! En cadeautjes dat we
gekocht hebben! Niets, noppes, nada, rien! Bij de Internationale School
kwamen net twee mannen buiten. We maken een praatje. Vragen hoeveel
kinderen er school lopen. Als antwoord zeggen ze ons dat het 100 dollar
kost. Voor 1 week? Een maand? We vragen de weg naar de winkeltjes waar
we souveniertjes kunnen kopen. Ze nemen ons mee op sleeptouw. En
inderdaad: even verderop is er een "centre d’artisanat". De bewaker
opent de poort. "Pas de problème".
Maar het centrum is gesloten tot 3
januari. Wij terug de straat op.
We bedanken onze gidsen voor de moeite.
We besluiten dan maar om richting Goma te wandelen. De
Congolese grens
is niet zo ver weg.
Een mooie wandeling door een
prachtige
laan met bomen. Het zandstrand aan het
Kivumeer verandert in een strand met keien. Kinderen spelen in het
water. Tieners tonen hun kunstjes. Anderen proberen wat vis te vangen.
We wandelen langs grote domeinen die echter verlaten zijn. Afgezet met
prikkeldraad. Gebroken ruiten. villa gerestaureerd. Misschien wordt het
een hotel? Als we bijna aan de grens zijn, zien we een controlepost.
Leen is er echt niet gerust in. Dus keren we maar op onze stappen terug
en wandelen we naar de Palm Beach. We zijn nog wat vroeg. Vleien ons
neer op een stoel onder de bomen. Zalig! Zoals gewoonlijk drinken de
heren Primus of Mutzig. Voor ons is deze keer een glaasje rode wijn ook
betaalbaar.
Als Marie-Jeanne en Leo
aankomen horen we het hele verhaal van Le Paradis.
We besluiten om in de
Palm Beach te eten. Het wachten duurt eindeloos lang. Tussendoor valt er
een ‘slang’ uit de cactusboom. Gelukkig niet op iemands hoofd! De
elektriciteit valt enkele keren uit. Gelukkig heeft Leo zijn grote lamp
mee, zodat we toch niet in het pikdonker zitten. Even gelukkig zijn we
met het gezelschap van Nicole Merlot. Deze blanke dame woont reeds sinds
haar geboorte in deze streek. Ze kan boeiend vertellen en spreekt vlot
verschillende talen: Nederlands, Frans, Kinyarwanda, Italiaans… Ze was
getrouwd met een Italiaan en had in Massisi (Kongo) een boerderij met
6.000 koeien en 420 paarden. Door de oorlog is ze alles kwijtgeraakt.
Toen ze het vertelde zag je hoe erg dit haar had aangegrepen. "Alles was
weg. Alles. Er was zelfs geen vogeltje meer! En dat op een boerderij
waar voorheen zoveel leven was!" Tijdens de génocide heeft ze veel
kinderen gered. Door haar boeiende verhalen ging de lange wachttijd nog
tamelijk vlug voorbij en beleefden we een erg interessante avond.
Sindsdien dragen de dames ook geen shorts meer. We hadden zelf al
gemerkt dat men ons daarmee uitlachte. Nu begrepen we ook waarom.
Uiteindelijk geraakten we toch aan eten. En het smaakte. Doodmoe kropen
we ’s avonds in bed. Toch kon ik niet direct in slaap geraken. Dat is al
alle dagen zo. Zoveel indrukken. Té veel om op te korte tijd te
verwerken. Een boeiende maar vermoeiende dag met hindernissen. Dat was
deze dag.
|
Donderdag 29 december 2005 |
Na
een verkwikkende nachtrust genoten we van een lekker ontbijt op het
terras. Wetend dat er in België sneeuw lag en dat het er vroor,
genoten we dubbel van het lekkere zonnetje.
Even later vertrokken we richting Kibuye. Al vlug verlieten we de
asfaltweg om de "pistes" op te zoeken. Eens te meer was het landschap
waar we doorheen reden prachtig.
De heuvels met duizenden kleine
akkertjes. De uitgestrekte theeplantages waar vrouwen en kinderen aan
het werk waren. Mensen op weg, meestal te voet, beladen met zware balen
theebladeren.
Hier en daar was er een plaats waar die thee gewogen werd.
Waar we stopten om foto’s te nemen, werden we omringd door nieuwsgierige Rwandezen.
Joselien verdeelde een appel in stukjes die ze uitdeelde.
Ze nam
eerst zelf een hap om te tonen dat het eetbaar was. We deelden de
zeepjes uit die we in ons hotel meegenomen hadden.
Ook hier lijken de
lege plastieken flesjes voor de kinderen goud waard. We zagen een mama
met een baby’tje van anderhalve maand oud op de rug. Prachtige mama,
prachtige baby, prachtige foto.
Voorbij Kivumu maakten de theeplantages plaats voor
weiden met koeien en het woud. We picknickten aan de rand van het "Forêt
naturelle de Gishwati". Jean vertelde dat een deel van het woud gekapt
was om de weiden aan te leggen. In het woud zagen we twee mannen die met
een lange handzaag een dikke boomstam in planken verzaagde. De fijne
geur van vers hout. Een knap staaltje vakmanschap: de planken waren
kaarsrecht.
Boos omdat we niet wilden betalen voor het nemen van een
foto. De weg naar Kibuye was wel wat langer dan verwacht. Maar dat was
niet erg.
Het landschap was heel afwisselend en we genoten met volle
teugen. De geuren, de kleuren, de mensen… Af en toe dommelde ik wat in.
Tot ik met een ‘boink’ tegen de ruit bonkte. Onze chauffeurs waren
nochtans erg voorzichtig en probeerden zoveel mogelijk de kuilen en
bulten te vermijden. Vandaag was het ook de dag van de Gacaca, een soort
volksrechtbanken die dienen om de trauma’s van de génocide te helpen
verwerken. Hier en daar merkten we inderdaad groepjes mensen die
samenzaten.
Om
half vijf
arriveerden we in het Centre Béthanie te Kibuye. Na het uitladen van de
koffers is er tijd om te genieten van een lekker drankje aan de rand van
het Kivumeer.
Als aperitiefhapje bestelden we gebakken arachidenootjes.
Lekker! We kenden ondertussen de truc om ervoor te zorgen dat we niet te
lang op ons eten moesten wachten.
Op voorhand bestellen! Na een frisse
(voor Linda koude) douche, genoten we van de rust op het terras.
De kamer van Jaak had geen licht in de badkamer.
Hij verwittigde de
receptie om de lamp te vervangen. Dat wou hij best zelf doen. Maar ze
zouden iemand sturen. Even later werd er geklopt aan de kamer van Leo.Men kwam de kapotte lamp vervangen. Ongelooflijk snel vond Leo dat. Hij
had zelfs de receptie nog niet verwittigd. Eerst probeerden ze het met
een stoel. Die was echter 10 cm te kort. Groot probleem. Tot Leo
opmerkte dat ze misschien een ladder nodig hadden. Ah ja, dan zou het
wel lukken. Toen ze met de ladder aankwamen moest Leo uitleggen dat ze
de ladder best open zetten voor ze erop kropen. Bleek dat ze de
verkeerde lamp meehadden. Morgen zouden ze terugkomen. Ondertussen zat
Jaak te wachten op de vervanging van zijn lamp. Toen hij het verhaal van
Leo hoorde werd alles al snel duidelijk. Enfin: zowel Leo en
Marie-Jeanne als Jaak en Dominique konden een badje nemen bij
kaarslicht. Romantisch toch? Tijdens het eten opperden Leo en Jaak het
idee om hier "iets" te beginnen als ze met pensioen zouden zijn. Een
brainstorm met de groep leverde het volgende project op. Meteen werden
de taken verdeeld.
El
Dorado is een luxehotel met fitnesscentrum, sauna en zwembad. We
organiseren voor U uitstapjes in de streek en boottochtjes op het
Kivumeer. Verder hebben we uitgestippelde wandelroutes en een uitdagend
mountainbikeparcours.
U
kan genieten van onze heerlijke gerenommeerde Franse keuken ‘on time’.
Eén dag per week organiseren we een ‘chaosdag’. Dan zorgen we ervoor dat
alles in het honderd loopt.
Voor de kinderen is er, indien gewenst, opvang door ervaren deskundigen.
El Dorado vindt U in Kibuye, aan de rand van het Kivumeer.
Taakverdeling:
|
- Filip: supervisor
|
|
- Luc: financieel adviseur
|
|
- Dominique:
verantwoordelijke public relations |
|
- Jaak: sportdirecteur
|
|
- Joselien: directeur PWA klusjesdienst
|
|
- Leen: directeur ecologisch beheer
|
|
-
Sammy: tuinarchitect, domeinbeheerder
|
|
-
Leo: chef kok ‘on time’ |
|
- Marie-Jeanne: directeur kamercontrole
|
|
- Linda: kinderopvang |
|
-
Monique: auteur van brochures
|
Geef toe: we hebben het wel goed bekeken. In een tweede fase plannen we
de uitbouw van een netwerk van jeugdherbergen.
Na
een laatste glaasje namen we afscheid van de vissers op het meer. Slaap
lekker.
|
 |
 |
Lekker
lang uitgeslapen! Ik heb niets gehoord van de vissers die zingend hun
buit binnenbrachten. Gelukkig was Leo vroeg uit de veren en heeft hij
alles gefilmd. Zo kan ik het later thuis misschien nog eens bekijken. Op
het terras in het prieeltje genieten we van de ‘petit déjeuner complet’.
Het eitje smaakt.
 Sammy heeft bedenkingen bij het project El Dorado. Aan
zijn kamer alleen al heeft hij een half jaar werk!
Na het ontbijt blijven Marie-Jeanne en ik genieten aan de rand van het
meer. Zalig in het zonnetje dit dagboek verder aanvullen terwijl
Marie-jeanne haar kaartjes schrijft. Een fris briesje brengt af en toe
verkoeling. Vissersbootjes en bootjes met toeristen varen af en aan.
De
rest van het gezelschap trekt te voet naar het centrum van Kibuye,
ongeveer 3 km verder.
Op de markt was
het een drukte van jewelste. “Een echte mierennest” zei Leen.
De post was te ver weg. Geen postzegels dus. Misschien konden we
vanmiddag met de boot tot aan de post varen? Maar Marie-Jeanne had een
beter idee. Dus telefoneerde Leo naar Jean. Die zou de postzegels voor
ons halen. Benieuwd of het gelukt is.
Dat zullen we morgen weten.
Misschien is 103 postzegels ineens wat veel voor Kibuye.
Stipt om halfdrie stapten we op de boot voor een tochtje op het Kivumeer.
Zelfs Marie-Jeanne ging mee.
Met een klein hartje, maar toch. We voeren
eerst naar het Ile Napoléon.
Gelukkig scheen de zon niet te fel en was
het vrij bewolkt. Hoedjes en petjes mochten dus in de rugzak blijven.
Bij het naderen van het eiland hoorden we de vleermuizen al krijsen.
Toen we aanlegden vlogen ze in dichte zwermen op met luid gekrijs. Bij
het uitstappen viel Joselien tussen de spijlen van de primitieve ladder
die de bootsman klaargelegd had. Schaafwonden aan haar hand en een toch
vrij grote wonde onder aan haar been.
Gelukkig had Jaak ontsmettende
zalf mee. Met de hulp van de pleisters van Marie-Jeanne werden de eerste
zorgen toegediend. Het deed niet zoveel pijn zei Joselien. Alleen haar
hart ging wild te keer. En nog een geluk dat ze haar geluksarmbandje
droeg.
Anders was het vast veel erger geweest. Enkele dapperen (Sammy en Jaak) klommen tot boven aan het eiland.
Daar zagen ze de vleermuizen in
de bomen hangen.
Jammer genoeg hadden ze geen fototoestel mee.
Ondertussen was uit het niets een Rwandees met zijn kano verschenen.
Hij
wenste ons "bonne année" en vroeg geld voor het nemen van een foto.
Zijn
kano was gemaakt uit een boomstam. Knap vakwerk!
We vervolgden onze boottocht naar het eiland Amahoro. Onderweg
ontmoetten we een
boot met mensen die
terugkwamen van de markt. Toen we foto’s wilden maken werden ze erg
boos. Wat later sloop Linda over het dek om ongezien foto’s te maken van
de vissersboten aan één van de eilanden. De vissers waren echter
vriendelijk. Eén van hen liep langs de rand van het water mee met onze
boot. Ondertussen kleedde hij zich al lopend uit. Daarna dook hij het
water in en zwom naar de boot. Jaak gaf hem een dollar omdat hij zo hard
gezwommen had. Het was moeilijk uit te maken wie het meest blij was: de
visser die triomfantelijk zijn dollar opstak, of Jaak die van deze
vreugde genoot. Op Amahoro dronken we een glaasje. Daarna zetten we onze
tocht tussen de eilandjes verder. Deze kleine eilandjes zijn bewoond. We
zagen huisjes en velden met maïs en bananenbomen. Ook de geitjes lieten
zich horen terwijl de mensen naar ons riepen en zwaaiden. Stipt om
halfzes meerden we aan bij ons hotel. Wat een Europese stiptheid!
Een beetje verbrand. Een koude douche (geen warm water) maar al blij dat
ik me kan verfrissen. Bij het avondmaal leerde Jaak ons "Gelukkig
Nieuwjaar" zeggen in het Kinyarwanda. Op Nieuwjaar gaat hij zich
verkleden en als kerstman de pakjes uitdelen aan de kinderen. Met de
hulp van Nicole Merlot had hij zijn speech gemaakt in het Rwandees.
Nadat hij zijn ding gedaan had, zouden wij allen zeggen "UMWAKA MWIZA".
|
We
kennen ondertussen al een aardig mondje Rwandees: |
|
MURAHO : |
goede dag |
UMUZUNGU : |
blanke
|
|
AMAKURU : |
hoe gaat het? |
AMAZUNGU : |
blanken |
|
NI MEZA: |
goed |
KWISIBIMAGACHO : |
gezondheid, santé |
|
YEGO : |
ja |
MURAKOZE : |
dank u |
|
OYA : |
nee |
AMATA : |
melk |
|
INZOGA : |
bier |
AMAZI : |
water |
Na
het avondmaal bleven we nog wat napraten. Leo en Jaak vertelden ons een
en ander over wat ze meemaakten in hun jeugd. Over het weeshuis in Save
en het weeshuis "Villa Bambino" in
Schoten. Over het "probeerbezoek" bij
pleegouders. Over hun zoektocht naar hun roots. Sammy vertelde over zijn
pleegbroers Levi en Simon. Wij luisterden geboeid en waren dankbaar dat
zij een stukje van hun leven met ons wilden delen.
|
Zaterdag 31 december 2005 |
Op
deze laatste dag van het jaar worden we rond zeven uur gewekt door de
vissers die zingend terugkomen met hun vangst. Na een lekker ontbijt
vertrekken we richting Gitarama. Geen pistes vandaag. We rijden langs
een nieuw aangelegde asfaltweg. Het landschap lijkt hier niet zo groen,
veel droger. De oogst staat te verpieteren op de velden.
Als we een
bezoek brengen aan de zusters in
Gitarama om een brief te bezorgen vertellen
ze ons dat het al gedurende
maanden bijna niet meer geregend heeft. Er heerst al hongersnood. In
Burundi is de situatie nog slechter. Rond de middag gaan we op zoek naar
de moeder van Georges. Ook hij verbleef in Save, net als Leo en Jaak. We
picknicken in het prieeltje in de tuin van de blanke buurvrouw. Het is
zalig in de schaduw want de zon doet erg haar best op deze laatste dag
van het jaar. De temperatuur loopt op tot
31°.Na het
eten bezoeken we de moeder van
Georges Kamanayo. Ze is 84 jaar, nog
kaarsrecht met sneeuwwit haar. Wel kan ze niet meer zien. Een Rwandese
familie zorgt voor haar. Eén van de meisjes vertelt trots dat ze de
moeder is van drie kinderen. Twee ervan staan met grote ogen te kijken.
Het jongste is 4 jaar,
net zo oud als Kiara. Haar andere dochter is 9 en
verblijft bij familie. De vrouw had gedurende drie maanden een cursus
Engels gevolgd en wilde die taal verder leren. Ze kon zich al heel goed
verstaanbaar maken en wisselde een mailadres uit met Linda. Ze vroeg of
we haar tante niet kenden.
Leo bleek die dame heel goed te kennen,
het bleek Anne Petros te zijn een
meisje die ook in Save was. Leo beloofde de groeten over te brengen.
Ik heb nog weinig iemand zo stralend zien lachen als deze jonge vrouw.
Ze was intens gelukkig. We waren verwonderd en blij over dit toeval.
In
een gezapig tempo ging het daarna richting Kigali. Door de warmte
dommelde iedereen wat in. Er was nog tijd om te winkelen en souveniertjes mee te nemen voor we ons klaarmaakten om samen
Oudejaarsavond te vieren. Jean en Apolinaire brachten ons naar
restaurant "Sole Luna".
Eerst dronken we een lekker aperitiefje: Italiaanse Orvietta. Het koud
en warm buffet bood voor elk wat wils: pasta, risotto, gerookte vis,
witloof en broccoli, tilapia, varkensvlees, kalkoen, vissalade… Als
dessert was er notentaart en chocoladetaart. We genoten van het vele
lekkere eten en het uitzicht op Kigali met de duizend twinkelende
lichtjes.
Om 12 uur plaatselijke tijd wensten we elkaar een Gelukkig
Nieuwjaar. Er werd druk gesmst met het thuisfront. Om het nieuwe jaar in
te zetten (en ook een beetje om het heimwee naar thuis te vergeten)
bestelden we nog twee flesjes Orvietta.
Rond twee uur keerden we terug naar ons hotel met drie plaatselijke
taxi’s.
We beleefden de rit van ons leven! Naar goede gewoonte moest
onze auto in gang geduwd worden. "C’est l’Afrique". Langs een weg in
aanleg reden we door putten en kuilen tot aan de hoofdweg. Reeds bij het
begin van de rit, aan een steile helling, ging het mis. De auto’s
geraakten niet boven. Linda zei: "En nu deruut zeker?!?" -
"Oui" antwoordde de chauffeur.
Waarop Linda besloot dat hij
geen Frans of Engels, wel Nederlands kende. In vliegende vaart ging het
naar ons hotel. Voetgangers, fietsers en andere auto’s moesten maar
zorgen dat ze uit de weg waren. Regelmatig kneep ik mijn ogen dicht. Ook
Joselien voelde zich allesbehalve op haar gemak. Toen we boven aan de
straat van ons hotel kwamen, reed de chauffeur het hele eind achteruit
tot aan onze bestemming. Zoals gezegd: de rit van ons leven!
Rond
drie uur kropen we in bed, denkend aan morgen. Een dag in het weeshuis.
Wat zou het worden?
We
mochten (een beetje) uitslapen. Rond halftien gingen we ontbijten.
Daarna laadden we de jeeps met de zakken met alle pakjes voor de
kinderen en de medewerkers in het weeshuis. Rond elf uur arriveerden we
daar. We waren nog wat vroeg. Ze waren nog bezig om de zaal klaar te
zetten voor het feest. Daarom zetten we de rondleiding verder waar we ze
vorige keer gestopt waren.
We bezochten eerst het kippenhok. Enkele
weken geleden werden 100 kleine legkuikens aangekocht. Er is er slechts
eentje gestorven. Dus liepen er nog 99 kipjes rond. Nog enkele weken
eten en groeien en dan zorgen ze voor eitjes voor de kinderen van het
weeshuis. Daarna bezochten we de douches en de toiletten. Jammer genoeg
is de waterleiding nog niet in orde. Dus zagen we kinderen sleuren met
teiltjes gevuld met water. In heel Rwanda wordt nogal met water
gesleurd. Als de waterleiding nu vlug in orde geraakt, zal dat een hele
verbetering zijn! Het duurde nog een tijdje voor alle ‘notabelen’ er
waren. Dan was het moment aangebroken voor de officiële opening van het naai-atelier.
Die eer was voor Marie-Jeanne die met een grote glimlach
het lint doorknipte. In het atelier waren de naaimachines geïnstalleerd.
Eén van de meisjes gaf een demonstratie. Ook de rollen stof lagen al
klaar op de schappen. Linda wilde proberen om een kindje te dragen
in een doek op de rug zoals Afrikaanse vrouwen dat doen. Met de hulp van
de schoondochter en het kleinkind van Thérèse lukte het een beetje.
Linda was er nochtans niet gerust op en gaf het kleintje gauw terug aan
haar mama.
Ten slotte was het tijd om naar de zaal
te gaan waar alle kinderen ondertussen klaar zaten. Alweer werden we
vergast op zang, dans en sketches door
de
kinderen van verschillende leeftijden.
Daarna genoten de kinderen (en wij) van een lekkere broodmaaltijd. Er
was van alles: gebakken banaan, aardappeltjes, rijst, spinazie,
courgettes, rauwe groentjes, brood en rundvlees. Als dessert was er vers
fruit. Iedereen kreeg ook een drankje. De kinderen genoten van hun volle
bordje en aten hun buikje rond. Wat iemand niet lustte werd geruild voor
ander lekkers. Wij genoten vooral van de glunderende gezichtjes van de
kinderen.
Na het
eten was het "pakjestijd". We hadden Père-Noël meegebracht uit
België. Hij sprak de kinderen toe in het Kinyarwanda. De kleintjes zaten
met open mond te kijken.
|
MURAHO AMAKURU
NI MEZA
Goeiedag --- hoe gaat
het?
Goed.
NJE KUBASURA
Dank voor uw ontvangst
MVUYE IBURAYI
Ik kom uit Europa
|
 |
 |
|
MBAZANIYE INTASHYO
Ik heb geschenken bij
YA BAGIRA NEZA
Geschenken van goede mensen
UMWAKA MWIZA
Gelukkig Nieuwjaar |
 |
 |
Na
de kinderen kregen ook de medewerkers en hun gezinnen de voor hen
bestemde pakjes. We zagen veel gelukkige gezichtjes! Het was bijna
halfacht toen we afscheid namen. Even was er consternatie toen
Marie-Jeanne ontdekte dat een radiootje, bestemd
voor Thérèse,
verdwenen was. Damas vertelde aan de kinderen hoe jammer het was dat dat
radiootje verdwenen was. Zeker nadat iedereen
toch een pakje gekregen had. Even later was het gelukkig terecht.
Met een
goed gevoel namen we toen afscheid. Voor we met de taxibus naar het
hotel reden, dronken we nog een glaasje in de bar van Damas. Terug in
het hotel wilden we nog een croquetje eten. Er was echter geen brood.
Alleen sandwiches. En in plaats van hesp was er kip. Maar het smaakte.
Daarna gingen we doodmoe maar met een goed gevoel naar bed.
Na een smakelijk ontbijt
gingen we eerst langs bij de zusters Bernardinnen. We hadden immers
bijkomende euro’s nodig! Na getankt te hebben reden we langs het
vliegveld van Kigali richting Akagera.
We reden door een steeds
wisselend landschap.
In Rwamagana wist Jaak, dankzij zijn reisgids, een
winkeltje waar we misschien souveniertjes konden kopen. Het is een soort
coöperatieve waar vrouwen het handwerk dat ze maken, aan de toeristen
verkopen. Het was echt de moeite waard. Er werd druk gekeken en gekozen.
Dus zetten we onze tocht verder beladen met pakjes.
We verlieten de asfaltweg om een bezoek
te brengen aan zuster Marie-Aimée in Munyaga. Het
klooster en de tuin
waren zeer mooi onderhouden. We bezochten ook de nieuwe basisschool die
zondag aanstaande (8 januari) zou geopend worden. We namen ook een
kijkje in het Gezondheidscentrum. Ten slotte was het tijd om in de
schaduw van de kapel onze picknick aan te spreken.
De zusters
trakteerden nog met zelfgebakken taart en met reuzencitroenen uit eigen
tuin.
Jammer genoeg had men ook hier last van de droogte.
De kolen die
de zuster geplant had, stonden te verdrogen. Er was ook een meisje van
vijftien jaar met een baby. In ruil voor wat werk, kreeg ze in het
klooster eten. Met haar baby’tje ging het nu al wat beter. We zetten onze tocht verder naar hotel Akagera. Al gauw belandden we
weer op de stoffige pistes. Onze jonge chauffeur (APOLINAIERE WAS ZIEK
GEWORDEN) was nog erg onervaren. En dat merkten we ook. Onderweg kreeg
Luc het lumineuze idee om onze lege plastic flesjes (akatchoepa) te vullen met
een stylo. Langs de kant van de weg stonden immers weer heel veel jonge
kinderen. Die lege flesjes gebruiken ze om water mee te nemen als ze
naar school gaan.
In het hotel werden we verwelkomd door de bavianen die boven op het dak
zaten. Wij zaten van kop tot teen onder het rode stof. Zodat een fikse
douche meer dan welkom was. Gelukkig was er deze keer water. Lekker warm
water. Wat een sopje!!
Daarna genoten we
van een lekker glaasje aan de rand van het zwembad. Marie-Jeanne
probeerde kaartjes te "plakken" maar had moeite met het vinden van de
juiste postzegels. Moet daar nu een aap en een vogel op? Of nee. Een
kalkoen en een slekke. Meteen kregen we een lesje West-Vlaams.
Een boy
: een
trui
Mul :
veel geld
Smoeten
: insmeren
Smeuspatat
: puree
Skoere :
schouder
Smotten :
vleien
Likt me liptje
:
heel lekker
In het donker wrong
Linda zich nog in allerlei bochten om toch maar een foto van Luc met de
maan te kunnen nemen. Ze ging daarvoor zelfs plat op haar buik liggen!
Uiteindelijk lukte het dan toch min of meer. Ik proefde voor het eerst
Guiness. En dat beviel me wel. Na een lekker avondmaal kropen we onder
de wol. Benieuwd welke dieren we morgen in het park zouden tegenkomen.
Rond
halfzes biepte de GSM me wakker. Uitgebreid ontbijt om zes uur:
fruitsap, eitjes, brioches, brood, toast, vers fruit… Marie-Jeanne bleef
aan het zwembad. Ze was te moe en had het park al verschillende keren
bezocht. Rond zeven uur vertrokken we naar het Akagera Park. We konden
het inkomgeld betalen in euro.
Elk biljet werd aan een grondige controle
onderworpen. Bij het kleinste scheurtje of vouwtje in het biljet werd
dat geweigerd. Stel je voor! De biljetten moesten spiksplinternieuw
zijn. Terwijl de Rwandese biljetten dikwijls meer op vodjes lijken. Luc
moet zich trouwens een nieuw portefeuille aanschaffen. De zijne "ruikt"
naar het Rwandese geld.
Daarna trokken we in het gezelschap van de gids het park in. Eerst
bezochten we de giraffen. De statige dieren met hun lange poten en nog
langere nek bekeken ons rustig, hautain bijna. Onder een groepje bomen
lag een kudde buffels.
Om hen niet te storen, maakten we een ommetje.
Het zijn blijkbaar erg gevaarlijke dieren. Een eind verder liep een
kanjer van een varaan over de weg, de bosjes in. Even later dacht Jaak:
“Oei, mijn verrekijker is vast uit de auto gevallen bij het fotograferen
van de giraffen.” Wij dus terug met de jeeps. Luc had echter zijn
twijfels. En even later toverde hij de verrekijker uit de zak aan de
zetel tevoorschijn. Omdat wij geen gids hadden, schreef Leen briefjes
GIRAF – ZEBRA en hield die tegen de achterruit. Omdat we dit toch niet
ideaal vonden, keerden we terug naar de ingang en pikten daar Samuel op.
Nu hadden we ook een gids die ons hielp bij het dieren spotten en
vertelde over de geschiedenis van het park.
We reden door een sterk afwisselend landschap.
Naast de bush, waarin
kleinere dieren zich schuilhielden, was er ook het typische
savannelandschap.
Open grasvlakten met hier en daar een boom.
Door de
droogte van de laatste maanden waren de dieren moeilijker te vinden. We
besloten de grote toer naar het noorden te maken.
Daar zouden we meer
dieren zien.
En we hadden inderdaad geluk: We observeerden kuddes
zebra’s,
impala’s en
okapi’s. We ontmoetten een eenzame olifant die een beetje
karaktergestoord was. We bewonderden arenden en een visarend. De
nijlpaarden bleven bijna helemaal onder water.
We picknickten onder de
bomen, beschut tegen de brandende zon. Jean had met gaas,
tape en wat
stukken hout een ingenieus systeem in elkaar geknutseld. Zo konden de
ramen open zonder dat er al te veel ‘stekkebeesten’ binnen konden. Af en
toe vloog er toch eentje de jeep in. Samuel pakte dit vlug en zette het
onverstoord uit de wagen. De leeuwen en de jaguars kregen we niet te
zien. We vroegen of er ook struisvogels in het park leefden. Samuel
begreep ons niet en wij kenden het Franse woord niet. Daarom tekende
Dominique er eentje op een stuk papier. “Maar natuurlijk” zei Samuel,
“die leven hier ook in het park.” We hadden echter onze twijfels. Na de
middag veranderde het weer. Donkere wolken stapelden zich op. Er was ook
wat meer wind. Maar regenen deed het niet. Bij het verlaten van het park
zagen we grote kuddes koeien met van die lange horens.
De veetelers daar
kweken koeien en leven uitsluitend van de opbrengst van de melk. Ze
leven in kleine hutjes die her en der verspreid stonden. Het was dan al
rond half zes. We hadden nog een rit van 2 ½ uur voor de boeg om in ons
hotel te geraken. In Gahini dronken
we nog een glaasje aan de rand van het Gahini meer.
We zagen een prachtige zonsondergang en bewonderden de nestjes van de
‘wevertjes’ die aan de takken van de bomen hingen.
In het
donker reden we langs de slingerende piste naar ons hotel. Jaak gaf
aanwijzingen aan de chauffeur. Het rijden lukte daardoor vrij aardig.
Bij elk lichtje dat we in de verte zagen vroegen we ons af: “Is dat het
hotel?” De weg leek eindeloos lang en iedereen was moe. We zaten ook
onder een dikke laag rood stof. Het was al na achten toen we in het
hotel arriveerden. Marie-Jeanne begon stilaan ongerust te worden. Maar
Leo had haar wel al verwittigd met de GSM. Na een verkwikkende douche
aten we nog iets. We waren te moe om nog te blijven napraten.
Vandaag
wekte de GSM me om halfacht. Er was al een smsje van Tom en Eveline om
mij een gelukkige verjaardag te wensen. Aan het ontbijt verwelkomde de
groep mij met ‘Lang zal ze leven.’ Een warm gevoel van vriendschap voor
mensen die ik anderhalve maand geleden amper kende en die me zo spontaan
hadden opgenomen in hun gezelschap.
Volgend jaar zal ik met heimwee
terugdenken aan deze speciale verjaardag! Even later een smsje van
Marijke. Twee berichtjes teruggestuurd.
Rond half tien gingen we terug op pad. Jean was ondertussen al heel
bedreven in het in- en uitladen van de bagage. We stopten aan de ingang
van het park. Nog even dag zeggen aan Samuel en de andere gids.
We
kochten het prachtige fotoboek "Rwanda Nziza". Er waren echter niet
genoeg exemplaren in voorraad. Maar geen nood: in de toeristische dienst
van Kigali zijn ze ook verkrijgbaar. Via de stoffige piste bereikten we
de asfaltweg. Door de streek van Kibungo reden we naar het zuiden van
het land. De bananenplantages wisselden nu af met rijstvelden in de
omgeving van de rivier. Nog moe van gisteren dommelde ik af en toe in.
We hielden een korte plaspauze in het atelier Kakira waar de vrouwen de
prachtige Imigongo’s maken. Wat verderop aten we onze picknick op een
rustige plaats. We genoten van de rust en de stilte en het uitzicht op
de heuvels van Tanzania die we van hieruit konden zien. Wat over is,
geven we aan een herdersjongen die de schapen hoedt. Hij is heel blij
met de stylo die hij van Luc krijgt en tekent daarmee direct een
armbandje op zijn arm. We rijden verder tot aan de waterval aan de grens
met Tanzania. Op de brug bewonderen we het bruine water dat zich met
donderend geraas in de diepte stort. Aan de overkant kabbelt het water
rustig Tanzania binnen. Daarna keren we terug en stoppen opnieuw in het
atelier Kakira. Daar zien we hoe de Imigongo’s gemaakt worden van
kalvermest. Oorspronkelijk werd de techniek gebruikt voor de versiering
van de hutten. Nu werkt men op houten panelen die heel decoratief zijn.
Er is niet veel keuze want men werkt vooral op bestelling. Dominique
kiest twee panelen met traditionele motieven. Leen gaat voor de maskers
en Linda kiest er eentje met kraanvogels. Op de terugweg naar Kigali
stoppen we nog even voor een glaasje in het hotel Dereva in Rwamagana.
Getrakteerd voor mijn verjaardag. Het was al donker toen we in Kigali
aankwamen. Een vlugge douche en avondmaal. Daarna snel in bed. Iedereen
is moe van de lange rit.
Na het ontbijt om zeven uur duurde het toch nog wat langer voor we echt
op weg waren. Water kopen (in onze winkel bij het hotel uitverkocht) Mazout (in het derde station konden we tanken).
Kamers reserveren
(aangepaste planning volgende week). Rond negen uur vertrokken we dan
toch via Gitarama naar Butare. Onze eerste stop was voorzien in Nyanza.
Jean reed wat rapper zodat onze oorspronkelijke planning toch niet
helemaal in het honderd liep.
In Nyanza, de vroegere hoofdstad van
Rwanda, bezochten we eerst het huis van de laatste Rwandese koning
Rudahigwa. Het ‘paleis’ werd door de Belgen gebouwd in 1932. De koning
verbleef er tot zijn dood in 1959. Zijn vrouw bleef er wonen tot 1964,
waarna ze verdreven werd en verder leefde in Butare. Aan de overkant, op
de top van de heuvel, bouwde de koning een nieuwe residentie die hij
echter nooit bewoonde. Men is van plan er een museum in te richten. We
bezochten eerst de drie salons: voor het gewone volk, voor de chefs en
voor de intimi van de koning en belangrijke gasten. Ook zijn slaapkamer,
badkamer en garage kregen we te zien. Toen ik na een toiletbezoek de
emmer oppakte om door te spoelen, voelde ik de vertrouwde rugpijn er
terug inschieten.
Gauw een pijnstiller genomen. Het meest interessant
vond ik het bezoek aan de hutten van de vroegere Bami (koningen) die
volledig en volgens de oude technieken, werden gereconstrueerd. Het volk
wachtte op het plein voor de residentie die helemaal omheind was. Aan de
ingang stonden speciale bomen om de kwade geesten af te weren. De
koningshut kon men herkennen aan de twee ‘pieken’ die in het dak staken
aan weerskanten van de ingang. Wie tot een audiëntie toegelaten werd,
moest eerst knielen, klappen in de handen en dan langs de zijkant tot
bij de koning komen. Na weer knielen, klappen en de lof van de koning
zingen, kon men zijn probleem voorleggen. In de hut waren alleen de
raadgevers van de koning en zijn vrouwen toegelaten. Zijn moeder
besliste elke avond wie het bed met haar zoon mocht delen. De
koningin-moeder was tevens de belangrijkste raadgever van haar zoon. Ze
had dus eigenlijk heel veel macht. Na een bezoek aan de melkhut en de
brouwershut, gingen we op weg naar hotel Ibis in Butare. Het was slechts
een uurtje rijden van Nyanza. We laadden vlug onze koffers van de jeep
en aten een snack in het hotel. De spaghetti was lekker maar redelijk
zwaar.
Leen, Sammy Luc en Leo met Jean onze chauffeur gingen op zoek
naar Faustin een Oom van Levi, en Symon. Wij kregen 45 minuten tijd om
te shoppen. Butare is immers gekend voor zijn houtsnijwerk. Beladen met
pakjes waren we rond half vier terug. De rit naar het
"Musée National du
Rwanda" duurde maar vijf minuutjes. We bezochten het museum in
‘sneltreinvaart’. Een beetje jammer, want het wel echt heel interessant. Eigenlijk willen we veel te veel zien op te korte tijd. Maar ja…
Ook in
het museum werd nog een en ander gekocht; Zouden we alles nog wel in de
valies krijgen? Daarna genoten we van het dansspektakel van de Intore-dansers.
Dat was werkelijk subliem! De sierlijkheid van de
dansers en danseressen, het ritme van de trommels, het prachtige kader…
Op het einde werden sommigen uitgenodigd om mee te dansen. Leen heeft
het ritme al goed onder de knie. Ook Leo liet zich even gaan. Jaak
daarentegen danste vol overgave een "vruchtbaarheidsdans".Na een glaasje
wijn (nog eens voor mijn verjaardag, dank je wel) en een lekkere
maaltijd doken we het nestje in. Sammy en Leen aten die avond apart,
samen met Faustin, de oom van Levi en Samy.
Niet
zo goed geslapen. Rugpijn. Om vijf uur gewekt door het gezang van de
vogels. ‘t Was nog donker. Niet meer geslapen. Opgestaan en me
klaargemaakt. Alles gaat moeizaam en kost tijd.
Na een lekker ontbijt
vertrekken we naar Save. Leo en Jaak verbleven hier in het weeshuis en
zaten hier op de lagere school. We werden ontvangen door zuster
Veneranda. Ze was bijzonder teleurgesteld dat we er maandag niet zouden
zijn zoals oorspronkelijk gepland. Ze had immers een heel feest op touw
gezet en allen families uitgenodigd van de kinderen die door de
Vriendenkring gesteund worden. Dus pasten Marie-Jeanne en Leo de
planning aan zodat we maandag terugrijden naar Save. In het begin
herkende Jaak niet veel.
Maar tijdens de rondleiding herkende hij
stilaan verschillende gebouwen: de klaslokalen, de refter, de
slaapzalen, de kapel. Ook de gescheiden speelplaats met de
appelsienenbomen kwam hem bekend voor. Hij en Leo haalden herinneringen op. Daarna reden we terug richting Butare om de goudsmederij te
bezoeken. Dat viel tegen. We konden enkel het piepkleine winkeltje
bezoeken waar we niets vonden naar onze zin. We besloten verder te
rijden richting Gitarama en de pottenbakkerij en het batikwinkeltje te
bekijken.
Het bezoek aan Gikongoro met de Génocide Mémorial werd
afgeschaft omdat ons programma al overvol was. We zagen het niet zitten
om een uur heen en een uur terug te rijden voor vijftien minuten. In de
plaats zouden we het Génocide Museum in Kigali bezoeken. Het was rond
één uur en de pottenbakkerij opende pas om twee uur.
Jean wist een
plaatsje in de buurt "chez la fille Belge" waar we onze boterhammetjes konden
opeten. Het bleek een huisje te zijn waar twee Belgische meisjes
woonden die in het plaatselijke ziekenhuis werkten. Er waren ook twee
meisjes op bezoek die er vorig jaar stage liepen en er nu op vakantie
waren. Ze waren op zoek naar werk in de streek. In de schaduw van het
prieelhutje aten we onze smos. Lies zou mee terugrijden naar Kigali. Een
vriend van haar was daar gestorven nadat hij op Nieuwjaar was opgepakt
door de politie. Blijkbaar omdat hij een rastakapsel droeg. In de
gevangenis werd zijn haar afgeknipt. Enkele dagen later was hij dood. De
pottenbakkerij was erg interessant. We zagen een klein vaasje groeien
uit een klomp klei. In het winkeltje werd druk gekocht. Onderweg naar
Kigali vertelde Lies over haar werk en de moeite die het haar vaak kost
om de Rwandezen te doorgronden.
Het batikwinkeltje was gesloten.
Nadat
we Lies hadden afgezet arriveerden we iets voor vijf uur in het Museum
van de Génocide in Kigali. We mochten niet meer binnen.
Dan maar op zoek
naar "panjes", de traditionele klederdracht van de Afrikaanse vrouwen.
In de drukke winkelstraten vonden we in een van de piepkleine winkeltjes
onze gading. Bij ons hotel aangekomen zat Marie-Jeanne als een moeder
kloek onze bagage te bewaken bij de ingang. Douchen en klaarmaken voor
een Rwandese avond in de Passadena in gezelschap van Massabo Nyangezi,
een bekende Rwandese zanger en zijn echtgenote. We genoten van het
playbacken. Maar vooral van het buikdansen van de meisjes. Er was ook
een danser die ons vergastte op traditionele dansen, maar op moderne
muziek. Knap! Voor het eten hadden we de keuze tussen vis, kip of
geitenbrochette. Deze laatste was wel wat taai maar heel lekker. Rond
half twaalf brachten we nog een bezoekje aan het huis van Massabo. Hij
zong speciaal voor ons enkele liedjes, begeleid op zijn gitaar. Daar heb
ik niet echt meer van genoten. Om één uur, meer dan doodmoe, ons bed in.
Gelukkig mochten we
vandaag wat langer slapen. Maar om zeven uur al werd ik wakker van het
lawaai in en rond hotel Isimbi. Opgestaan en dagboek verder aangevuld.
Rug is al veel beter. Zal vandaag toch nog maar Voltaren nemen. Na het
ontbijt: afrekenen, bagage op de kamers van de langblijvers en dan op
weg naar het weeshuis. Zal proberen in de spelotheek enkele speelhoekjes
in te richten. Met de hulp van de twee Sara’s, Sammy en Leen en een van
de oudere jongens is dit ongeveer gelukt.
Er stond nog wel veel
materiaal van de klassen. Omdat Anne-Marie, de hoofdonderwijzeres niet
aanwezig was, wisten we daar niet zo goed weg mee. Teken- en leeshoek
moet nog ingericht worden. Eigenlijk té veel speelgoed. Moet er nog een
nachtje over slapen. Maar dinsdag en vrijdag is er nog wel tijd. Moet
trouwens ook eens alles kuisen dan. Ook Leo en Marie-Jeanne hadden een
moeilijke maar vruchtbare vergadering. De rest van ons gezelschap ging
samen met Jean een rondrit maken door Kigali. Het was reeds rond
half drie toen we in de Karibu aankwamen om te eten.
Er was niet zoveel
keus meer. Marie-Jeanne miste de zoete aardappeltjes. Joselien was
misselijk en moest overgeven. Van de geitenbrochetjes? Van het lauwe
water? Ze was de rest van de dag onpasselijk. Toen we de afrekening
kregen, bleek die niet te kloppen. We waren wat dat betreft ondertussen
wel al wat gewoon. Bijna altijd liep er wel iets mis. Teveel, te weinig,
verkeerde drankjes, te veel aangerekend… Maar wat we hier meemaakten
tart elke verbeelding. Iedereen, behalve Joselien, at de ‘menu du jour’.
Kostprijs 1.500 Rwf.
Op de rekening stond echter 10 x 2.000 Rwf. Verklaring van de ober: “Il
y a des prix pour les Rwandais et des prix pour les les
Européens. » Dan
maar de patron erbij gehaald. Men zou de rekening opnieuw maken.
Bij de
nieuwe afrekening rekende men 500 Rwf te veel voor de croque van
Joselien. Weer reclameren. Derde keer: goede keer. Correcte afrekening.
Hoewel… de prijzen van de dranken zijn nergens geafficheerd. Maar enfin.
Dat lieten we niet meer aan ons hart komen. In het voorbijgaan, toch nog
een winkeltje gezien. Ook Marie-Jeanne had nu een kransje. Koffers
verder maken. Naar de luchthaven in het gezelschap van Sandra. Onderweg
verschillende trouwparen gezien. Zaterdag is trouwdag in Rwanda.
Afscheid nemen. Een emotioneel moment. We hadden gedurende deze voorbije
veertien dagen heel wat mooie, ontroerende, vermoeiende, hilarische
momenten beleefd. De achterblijvers klommen tot aan het "terrasse publique" waar we echter niets konden zien. Bij het verlaten van de
luchthaven had een van onze jeeps autopech. Leo merkte op dat we toch
wel een goede engelbewaarder mee hebben. Stel je voor dat dit gebeurde
bij het doorrijden naar de luchthaven. Of op één van de pistes "in the middle of nowhere". Morgen gaan we ons laatste geld wisselen. De zusters
hadden vanavond feest. Bij een glaasje berekenden we hoeveel we nog
zouden nodig hebben voor onze laatste week. Ondertussen was ook Julienne
aangekomen. We beleefden een gezellige avond en aten nog een snack in
ons hotel. Ons avontuur van ’s middags indachtig, rekenden we
onmiddellijk af. Jaak had de taak van Luc als bankier overgenomen. Vaak
kwamen de thuisreizigers ter sprake. "Zouden ze al in de lucht hangen?
Nu zullen ze wel al in Naïrobi zijn. Zou Linda niet te veel schrik
hebben? Zou Joselien zich al wat beter voelen?" Rond elf uur trokken we
met een flesje water naar onze kamer.
Vroeg uit de veren. Om
zeven uur ontbijt. Daarna de valiezen in de kamer van Marie-Jeanne en
Leo. Het aantal zakken met pakjes die moeten verhuisd worden, groeit
gestaag. Iets later dan voorzien gaan we geld wisselen bij de zusters.
Daarna op weg naar Gitarama. Deze weg kennen we ondertussen al. In
Gitarama gaan we naar het noorden, naar Satinsyi. Het landschap
verandert telkens weer. Eerst eerder droog, later groener. Prachtige
vergezichten. We stoppen voor foto’s en de nodige plaspauze. Mensen
blijven staan kijken. Wat komen die Amazungu (blanken) hier zoeken? We
rijden over de brede, traag stromende Nyanbarongorivier. We bewonderen
ibissen en kraanvogels. Langs de kant van de weg zoeken geitjes en een
enkel schaap hun kostje bij elkaar. We passeren kinderen op weg naar
school. Keurig gekleed, rugzak, zelfs matras op het hoofd. Even later
verandert de asfaltweg in de piste naar Satinsyi. Dit is een van de "betere" pistes. We worden voortdurend heen en weer, op en neer geschud.
Berichtje van Dominique uit België. Uurtje vertraging in Naïrobi, uurtje
later dan voorzien in België. Maar goed toegekomen! De weg naar het huis
van Leo’s moeder maakt een scherpe bocht. Nogal moeilijk te nemen.
Geen
nood: een wat oudere man zorgt er met zijn hak voor dat de weg wordt
aangepast. Ondertussen verzamelen zich steeds meer kinderen rond onze
jeep.
Wat verder manoeuvreert Jean de jeep behendig over een
boombruggetje.
Even verder verleggen de kinderen de boomstammetjes,
zodat we ook daar overheen kunnen. Maar honderd meter verder moet de
jeep stoppen. We moeten geen onnodige risico’s nemen. Dus gaan we te
voet verder, gevolgd door een lange rij kinderen die steeds langer
wordt. We passeren de visvijvers. Het uitzicht is hier wondermooi. Hier
en daar zijn kleine huisjes bijgebouwd. Het is een hele klim. Er is nog
slechts een smal voetpaadje tussen de begroeiing. Wel vermoeiend voor Marie-Jeanne die met haar krukken toch tot boven geraakt. Achter de
laatste draai doemt het witte huisje op. De vroegere omheining is
verdwenen. Het huis raakt stilaan in verval. We bezoeken het graf van
Leo’s moeder. Julienne is hier vorige maand geweest om de weg naar het
graf proper te maken. Een mooi gebaar. De oleander bloeit prachtig en is
al een heuse boom geworden.
Ook de andere bloemen die Marie-Jeanne en
Leo geplant hebben groeien nog. Daarvan nemen we wat zaadbollen mee.
Misschien lukt het om ze thuis te kweken. Daarna gaan we langs de
verschillende kamers. Er woont nu iemand
anders die het huis "bewaakt".
Julienne neemt nog een handtas en een tamtam van Leo’s moeder mee. De
meeste andere spullen werden vroeger al gestolen. Dan gaan we de lange
weg terug naar beneden. Het landschap is adembenemend mooi. De groep
kinderen en volwassenen wordt steeds groter. Even later rijden we langs
dezelfde piste terug richting Gitarama. Terug op de asfaltweg zoekt Jean
een geschikt plaatsje om te picknicken. Dat smaakt! Ook hier weer staat
er in een mum van tijd een hele groep kinderen rond de jeep. Ze komen
zelfs van de heuvel afgerend om ons te bekijken, of eerder om ons aan te
gapen. Jaak gaapt op dezelfde manier terug. Ze lachen. Ook enkele
volwassenen blijven staan kijken. Na het eten eerst wat soezen in de
jeep. Dan in slaap gevallen tot we arriveerden in het Centre Saint-André
in Kabgayi. We worden verwelkomd met kerkmuziek. De mis is nog bezig.
Het centrum werd in 1993 gebouwd. Mooie, ruime kamers: salonnetje,
bureau, aparte slaapkamer en badkamer. Eigenaardig detail: het toilet
staat letterlijk "midden" in de badkamer. Een verkwikkende douche. Met
de nodige moeite en dankzij de hulp van Leo, toch een mailtje kunnen
sturen. Rond halfacht naar beneden om te eten. ’t Was lekker. Voor het
eerst soep gegeten. Daarna een slaatje, kip met frietjes, rijst en
boontjes.
Vers fruit als
dessert. Ten
slotte kropen we rond tien uur onder de wol.
Na een verkwikkende
nachtrust en een lekker ontbijt met eitje en honing bezochten we eerst
de basiliek van Kabgayi. Prachtige houten gewelven en mooie mozaïeken.
Daarna op weg naar Save waar we rond halfelf aankwamen. Zuster Veneranda
vergastte ons op zelfgebrouwen wijn gemaakt van honing, water en
gebakken sorgo. Een lekker aperitiefje vergezeld van Sambusa
(driehoekige, gevulde hapjes). Ze was erg blij met de foto’s van Aline.
Maar een beetje teleurgesteld dat haar oudere zus en de kinderen voor
wie ze zorgde nog niet waren aangekomen. Rond twaalf uur arriveerden ze
dan toch. Patrice, Beataen, en
Jeanne d’Arc. Ze
brachten geschenken mee. De kennismaking verliep heel hartelijk. Daarna
aten we samen met de zusters: zoete en gewone aardappelen, bruine bonen
en konijn. Met fruitsla toe.
Bij het afscheid beloofde zuster Veneranda
ons te bezoeken in Kigali. Ze zou dan enkele flessen van haar wijn
meebrengen. Die konden we bij onze volgende samenkomst op haar
gezondheid opdrinken. Ondertussen was de zon verdwenen achter dreigende
wolken. Bij ons vertrek vielen de eerste regendruppels op de
uitgedroogde aarde. Volgens de zuster was dit een teken dat we goede
mensen waren. We zorgden voor regen. Ze vertelde ook dat je een bezoeker
steeds uitgeleide moest doen. Anders zouden de ratten de bezoeker
uitlachen. Tijdens het eerste deel van onze terugrit naar Kigali regende
het gestaag. Goed voor de oogst. Maar een uurtje later was de bui al
over. Ondertussen had Marie-Jeanne wel wat last van haar
stof / allergie. Rond vier uur arriveerden we in Kigali waar we eerst
passeerden in het Centre Touristique. Boek voor Marie-Jeanne en Leo
gekocht. Boek met info over Rwanda voor mezelf gekocht. Eigenlijk was
het centrum al gesloten. Maar gelukkig werden we toch bediend. Jaak
gebruikte eens te meer zijn charmante glimlach en kreeg het nog gedaan
dat zijn koffie en thee werden ingepakt!Daarna genoten we in hotel
Isimbi van een lekkere Mutzig, cola of Guiness. ’s Avonds gingen we eten
in de bar, bistro, supermarkt, beenhouwerij, patisserie aan de hoek op
een boogscheut van ons hotel. (het MBK) We verkenden de supermarkt en
vonden er badschuim uit de Aldi, kruidenpotjes met Nederlandstalige
opschriften, een assortiment kazen en een verzorgde koeltoog. We
bestelden filet de boeuf, de dagschotel. maar die was niet meer te
krijgen. Het Rwandese dienstertje raadde ons meatloaf aan. De
"vogelnestjes" smaakten. Leo maakte nog een afspraak met Massabo in
dancing Abrasax voor morgenavond. Ondertussen spijkerde Jaak zijn kennis
van het Kiniarwanda bij (met de hulp van Julienne) en oefende nog even
het West-Vlaamse skoere, da kost hier nie veel mul, ’t is van likt me
liptje weeje. We maakten er een gezellige avond van!
Na een goede nachtrust
en een snel ontbijt vertrokken we om kwart voor tien naar het weeshuis.
Ik had de stof voor een panje mee. Misschien konden ze die in het
naai-atelier maken? Leo en Marie-Jeanne begonnen te vergaderen. Jaak
installeerde de printer. Julienne en ik trokken met Jean op
boodschappentocht.
Eerst haalden we water en postzegels. Daarna begon de
zoektocht naar plastieken draad (om parels te rijgen), mandjes voor de
parels en plastieken tapijten om in de speelhoekjes te leggen. Het was
erg warm en bijzonder druk. Moeilijk om een parkeerplaats te vinden.
Winkel in, winkel uit. Maar tegen ’s middags hadden we alles wat we
wilden. Daarna gingen we eten in La Sierra, nabij de Amerikaanse
ambassade.
Om halfdrie gingen we terug aan de slag in het weeshuis.
Julienne en ik begonnen met het afwassen van alle speelgoed dat onder
een dikke laag rood stof lag. Enkele bereidwillige jongens hielpen ons
nadat ze eerst op zoek waren gegaan naar een vod. Wij hadden ons
voorzien van handdoeken, een dweil en zeep. Sandra kuiste heel de vloer.
We werkten naarstig door en zweetten verschrikkelijk. Jaak zorgde voor
een matras en installeerde de tafeltjes en bankjes. Rond halfzes zag
alles er min of meer piekfijn uit. Op de terugweg naar het hotel
vertelden Leo en Marie-Jeanne dat de vergadering al bij al, ondanks een
moeizame start, toch goed verlopen was. Ze opperden het idee van
‘kuisploegen’ met de kinderen. In ieder hoekje en kantje ligt immers
steen afval, vuilnis, resten van… Ieder van ons had na deze werkdag toch
een voldaan gevoel.
Na een koud badje (Zal ik een emmer warm water naar
de kamer brengen? Vroeg men aan de receptie. Ik bedankte ‘k Had al een
koud bad genomen) gingen we eten in hetzelfde restaurant als gisteren.
Net zoals gisteren was de ‘plat du jour’ niet meer verkrijgbaar. Geen
spaghetti dus. Maar de "côte de porc" was ook wel lekker. Jean bracht
ons met de jeep naar café-discotheek Abrasax. Jaak had afgesproken met
enkele vrienden van vroeger die ook in Save geweest waren. Het was een
hartverwarmend weerzien. Bij menige Mutzig werden herinneringen
opgehaald en anekdotes verteld in een mengelmoes van Frans, Nederlands
en Engels. Bleek dat de zoon van Jaak en de zoon van Albert bijna op de
vuist waren gegaan in België. Allebei met Afrikaans bloed, hadden ze
toch wel interesse in elkaars afkomst. Bleek dat hun vaders goede
vrienden waren. Sindsdien zijn de twee vechtersbazen goede vrienden
geworden. Albert Brijon vertelde het verhaal van de vriend van Lies die
was opgepakt door de politie en later overleed. Hij heeft een bekend
radiostation en op de radio werd deze zaak besproken. De politie die was
uitgenodigd om zijn versie van de feiten te geven, zegde op het laatste
moment af. Een tijd geleden was er zelfs een radioprogramma waar
president Kagame vragen beantwoordde die mensen telefonisch konden
stellen. Zoiets was vroeger ondenkbaar. Er verandert dus toch wel één en
ander ten goede. Al blijft het vanzelfsprekend moeilijk en is Rwanda nog
lang geen democratisch land naar onze normen. Maar eigenlijk kan men dat
ook niet verwachten. In veel opzichten is de situatie in Rwanda te
vergelijken met de situatie bij ons pakweg 60-70 jaar geleden. En
daarbij kwam dan nog de gruwel van de génocide. Maar er zijn toch
vele tekenen van hoop dat dit wondermooie land dit te boven komt.
Julienne was verguld dat ze met Massabo op de foto mocht. We spraken af
elkaar vrijdagavond op dezelfde plaats weer te ontmoeten en er een
jamsessie te houden. Massabo nodigde ons ook nog bij hem thuis uit. En
we moesten nog gaan eten bij de zusters Bernardinnen. We zullen tijd te
kort hebben deze laatste dagen in Rwanda! Veel later dan voorzien
keerden we met een blij hart terug naar ons hotel. We beleefden een echt
schitterende Rwandese avond!
Marie-Jeanne had
gisteravond nog tot halfeen kleding uitgezocht voor Julienne, het
weeshuis en enkele families. Rond negen uur vertrokken we vanuit het
zonnige Kigali via Ruhengeri naar Gisenyi.
Tussen Base en Ruhengeri
verkenden we een nieuw stukje Rwanda. Voor het eerst kleine
graanakkertjes gezien op de heuvels. Een mozaïek van tinten groen, geel,
rood, bruin. Prachtig gewoon. Langs de kant van de weg veel
steenoventjes waar men bakstenen maakt. De klei daarvoor komt
vermoedelijk uit het vruchtbare rivierdal. Weer valt het ons op hoe
groen en vruchtbaar dit stukje Rwanda is. Aan de kant van de weg zat een
man eieren te verpakken in bananenbladeren. Overal verspreid waren
vrouwen bezig op hun akkertjes. In Ruhengeri stopten we bij het ons
bekende hotel Muhabura voor een drankje. We kochten snel nog enkele
cadeautjes. De zon was verdwenen en dreigende wolken stapelden zich op.
Even later begon het te regenen. Eerst een beetje, later steeds dikkere
druppels.
De regen viel nu met bakken uit de lucht, vergezeld van donder
en bliksem. Dit was dus de plensbui die Joselien eens wilde meemaken.
Jammer dat ze er niet bij was. We spurtten naar de ingang van hotel "La Corniche" waar we vannacht zouden slapen en besloten eerst te eten. Ook
hier zorgde de rekening weer voor een verrassing. We betaalden voor 6
maaltijden.
Maar daarna werd er nog apart aangerekend voor elk stukje
vlees dat we extra aten. Over afrekeningen kunnen we ondertussen bijna
een apart boekje schrijven! Maar het eten was wel lekker. Hoewel Marie-Jeanne zegt dat het lang zal duren voor ze thuis nog eens
stoofvlees klaarmaakt. Daarna gingen Leo, Jaak en Jean de valiezen
halen. Het regende nog steeds. Dus gebruikten ze maar een parasol als
regenscherm. Iets later arriveerde Nicole Merlot. Zij zou Jaak op
sleeptouw nemen, op zoek naar stukjes van zijn verleden. Julienne ging
haar pakjes thuis afzetten. Marie-Jeanne en ik gingen iets warmers
aantrekken. Ondertussen was het opgehouden met regenen.
Dus brachten we
samen met Julienne een bezoekje aan de plaatselijke markt. In een wirwar
van kraampjes werd werkelijk alles verkocht: schoenen, vlees (de geur
was onvoorstelbaar), kleine verse en gedroogde visjes, zout, arachidemeel, olie, palmolie, zeep, shampoo, speelgoed, T-shirts,
stoffen… Ondertussen zaten naaisters druk te stikken (Hoe zou het met
mijn panjes zijn?). Strijken deed men met ijzeren strijkijzers gevuld met
houtskool. Jean bracht ons terug naar het strand aan het Kivumeer. We
bezochten een souvenirwinkeltje waar het potdonker was: geen
elektriciteit. We eindigden in het hotel Kivu-Sun. Prachtig hotel met
zwembad en magnifiek uitzicht op het Kivumeer. Bij een lekker drankje
genoten we van de luxe en het prachtige uitzicht. Er waren zelfs
ijsblokjes in de herenurinoirs! Joost mag weten waarom. Jaak en Nicole
waren ondertussen ook gearriveerd. Jaak had zijn ouderlijk huis
teruggevonden. De huidige bewoner was erg behulpzaam. Er werd gefilmd en
foto’s gemaakt. Jaak had ook een heel goed gesprek met Felix, een oudere
mesties die hem wat informatie kon geven over het leven in die tijd. Ook
het raadsel van het verre voetbalveld was opgelost; Dat Was er toen nog
niet. Jaak bezocht nu het andere voetbalveld, veel dichter bij het meer.
Hun zoektocht had dus wel al heel wat opgeleverd. We besloten daar ook te
eten. Een van onze duurste maaltijden. Maar het smaakte wel erg lekker.
In de koelte van de avond keerden we terug naar "La Corniche".
|
Donderdag 12 januari 2006 |
Na een stille nacht die
alleen af en toe onderbroken werd door het geluid van blaffende honden,
zaten we om halfnegen aan het ontbijt. Het was vrij fris en nogal
bewolkt. Het uitgebreide ontbijt maakte het gebrek aan comfort van de
kamers goed. Er was immers alleen koud stromend water. Men bracht ons
wel een bidon met warm water die bijna niet te tillen was.
Maar toen
hadden we ons koude kattenwasje al achter de rug. Rond negen uur trokken Jaak en Nicole weer op speurtocht. Wij bleven nog wat gezellig keuvelen.
Ondertussen was het terug beginnen regenen. Een zonnige voormiddag aan
het strand zat er dus niet in. Tijd genoeg dus om dit dagboek verder aan
te vullen. Rond tien uur met de jeep op zoek naar het
"Centre d’Artisanat". Gesloten wegens Gacaca. Dan maar een kijkje gaan nemen
naar hotel ‘Le Paradis’. Langs het Kivumeer naar het haventje. Naar onze
gemiste overnachtingsplaats. Af en toe regen, koel weer. Wondermooi
uitzicht. Theetje gedronken. Men bracht ons een houtskoolvuurtje dat men
onder de tafel zette om onze voeten te verwarmen. Deed deugd! We
besloten daar te eten. Jaak en Nicole brachten
ook nieuws. Op bezoek bij verschillende monseigneurs waren ze toch wat
wijzer geworden. We aten bijzonder lekkere vis, geserveerd op aangepaste
houten borden. Een bord in visvorm en een bord in de vorm van een
kippenbout waarop de kip van Julienne geserveerd werd.
Voor het eerst
aten we met houten bestek. Dat alles verzachtte het lange wachten. Op de terugweg naar
Kigali gestopt bij het artisanale winkeltje in Nyundo, de eerste
katholieke missiepost in Rwanda. Weer cadeautjes gekocht.. Valiezen
maken zal puzzelen worden! Rustige rit naar Kigali. Deze maal hebben wij
geluk, de regen heeft de mist rond de vulkanen doen wegsmelten, wat
maakt dat wij nu een fantastische zicht hebben . Jean noemt al de
zichtbare vulkanen: Muhabura, Gahinga,Sabyinyo en de Visoke. Leo vond
dat de maan al vlug aan de hemel stond. Het was toen echter al zes uur.
De avond viel. Rond twintig voor zeven was het donker. In de verte zagen
we de duizend lichtjes van Kigali in het dal en tegen de heuvels. Ook
hier had het geregend. Maar het was er merkelijk warmer dan in Gisenjyi.
Na een lekker avondmaal (eerst een koud badje) kropen we onder de wol.
Ons verblijf in Rwanda liep stilaan op zijn einde. Ongelooflijk toch wat
we al hadden meegemaakt, gezien, beleefd. Ongelooflijk ook hoeveel Jaak
al te weten gekomen was. Benieuwd voor morgen. Zou de panjes mooi zijn?
Een bewolkte hemel, maar
gelukkig geen regen. Bij het ontbijt verrasten we Leo en Marie-Jeanne
met een klein geschenkje namens de ganse groep. Telkens ze in het
fotoboek van Rwanda kijken, zullen ze misschien eens aan onze toffe
reisgroep denken.
Wij van onze kant wilden hen hiermee bedanken voor
alle moeite die ze zich getroost hebben om ervoor te zorgen dat dit voor
ons een onvergetelijke reis werd. Na het ontbijt gingen Marie-Jeanne,
Julienne en ik op pad om de laatste cadeautjes te kopen. We vonden wat
we zochten en kochten ook voor Julienne een kransje en aangepaste
oorringen. Ze was heel blij!
Daarna gingen we op weg naar het weeshuis
voor een laatste bezoek. Marie-Jeanne en Leo vergaderden met de aannemer
in verband met het waterproject. Julienne en ik legden aan Anne-Marie de
bedoeling en de werking van de spelotheek uit. Het is pas een begin. Er
zal nog heel wat werk zijn om de leraressen, de mamans en de kinderen te
leren omgaan met al het materiaal. Potjes, pannetjes, een pop, de meeste
kinderen hebben dit nog nooit gezien. Ook de vele gezelschapsspelletjes
zijn onbekend. Maar er is een begin gemaakt en ik had de indruk dat
Anne-Marie de bedoeling wel begreep. Ze was in ieder geval heel blij en
dankbaar. Als echte onderwijzeres zei ze dat de kinderen vooral leren
door te spelen. En nu maar hopen dat het lukt! Groot was onze
verwondering toen Damas ons uitnodigde om even een kijkje te nemen in de
refter van het weeshuis. Enkele jongeren waren de muren aan het
beschilderen met allerlei Disney personages. Van een verrassing
gesproken, blijkbaar heeft ons bezoek hen weer gemotiveerd om zelf
initiatieven te nemen. Heel mooi, dit maakt van de refter een echte
kunstzaal. Daarna was het tijd om naar het naai-atelier te gaan. Mijn
panje was echt heel mooi. Zondag, als de kinderen komen zal ik dat
zeker aantrekken.
Waarschijnlijk met een dikke ‘boy’ erover. Maar toch.
’s Middags waren we uitgenodigd bij de zusters Bernardinnen. We waren
wat later dan voorzien. Heure Africaine. Voor het eerst in drie weken
aten we lekkere sla, geraspte worteltjes en tomaat. Vogelnestjes en
gebakken aardappeltjes waren er ook. We dronken een glaasje zelfgemaakte
fruitwijn. Na het eten hadden Marie-Jeanne en Leo nog een ontmoeting met
Jean Damascène samen met Ingrid, een Belgische vrouw die kinderen van
een Rwandese familie wil helpen via "kinderhulp Rwanda" vzw. Ze wil die
familie verder helpen maar wil zekerheid dat de steun goed wordt
besteed. Uiteindelijk vertrokken
we rond vier uur voor een rondrit door Kigali. Eerst bezochten we de
plek waar tientallen kleine souvenirwinkeltjes waren.
Afbieden was hier de
boodschap. "C’est trois mille francs. Mais on peut discuter".
De sightseeing doorheen Kigali was
een beetje een afknapper.
Ongelooflijk grote luxe
villa’s in de nieuwe wijken. Daarnaast plaatsen waar piepkleine huisjes
opeengepakt staan langs een wirwar van aarden weggetjes. De
tegenstelling tussen superrijk en straatarm. De zuster had ’s middags
verteld dat veel kleine huisjes in de heuvels rond Kigali onteigend
worden. De mensen krijgen wat geld, maar niet genoeg om ergens anders
iets te kopen. Dus moeten ze een kamer huren. Na een tijdje is het geld
op en dan hebben ze helemaal niets meer. Een probleem in de meeste
grootsteden over heel de wereld. Ten slotte brachten we
nog een bezoek aan zuster Veneranda die in het klooster in Kigali was
aangekomen. Ze bezorgde ons enkele bidons zelfgemaakte honingwijn. Die
zullen we uitdrinken bij onze volgende samenkomst met de hele groep in
België. Verder had ze ook dingen mee om te verkopen voor de
Vriendenkring. Marie-Jeanne maakte een keuze. Daarna brachten
Marie-Jeanne en Leo nog een bezoekje aan een zuster, die bedlegerig was
en vroeger ook in Save gewerkt had. Bleek dat zij familie was van de vroegere Mwami en van de huidige president Kagame. Jaak was ondertussen
uitgenodigd bij Albert Tosch. Die woonden in een van die chique villa’s.
Ook hij stond versteld van de grote luxe. Maar wat zijn dag helemaal
goed maakte, was het telefoontje van Nicole. Ze had niet stil gezeten en
was verder op zoek gegaan naar de ouders en de familie van Jaak. Zijn
moeder en tante?? Waren gedood tijdens de génocide. Maar die tante had
vier kinderen. Drie meisjes woonden in de buurt van Ruhengeri.
De jongen
was taxichauffeur in Gisenyi. Deze laatste zou morgen langs komen. Jaak
was er ondersteboven van. Wij waren blij voor hem. Het was al rond acht uur
toen we probeerden iets tussen de kiezen te krijgen. Op de hoek was er
alleen nog meatloaf te krijgen. Daar hadden we geen zin in. Dus besloten
we de pizzeria-bar naast het hotel te proberen. We moesten niet te lang
wachten en de croques waren lekker. Daarna bracht Jean ons naar de
Abraxas. Deze keer moesten we 1.500 Rwf entreegeld betalen. Het was
immers vrijdagavond en er was life-music. Toen we iets bestelden om te
drinken, moesten we de rekening vooraf betalen. We hadden al van alles
meegemaakt; Maar dit was weer iets nieuws. Bij het tweede rondje was het
niet meer nodig om op voorhand te betalen. Rare jongens die Rwandezen.
Het was nog vrij kalm. Vooral jonge mensen hingen rond de bar of zaten
hier en daar aan tafeltjes. Net als bij ons in een discotheek kwam er
pas in de late uurtjes steeds meer volk binnen. Ook verschillende
blanken, jongens en meisjes en enkele oudere heren. We vermoedden dat
het vertegenwoordigers waren van een of andere ngo. Later bleek een van
de oudere heren de Belgische ambassadeur te zijn. Wel wel wel.. De
muziek was voortreffelijk, vooral covers van bekende liedjes. De
Afrikaanse shadows??? Zoals Jaak opmerkte. Hij waagde zich wel eventjes
op de dansvloer. Wij genoten van het ‘mensjes kijken’. Albert Tosh wou
niet zingen. Het waren niet zijn vertrouwde muzikanten en hij vond het
geluid niet goed. De voorziene jamsessie viel dus in het water. Maar we
beleefden toch een leuke laatste avond onder de sterrenhemel van Kigali.
Op de laatste ochtend
werden we gewekt door de vogels en een stralende zon. Bij het ontbijt
bestlede ik nog een laatste ‘omelette jambon,’. Er was geen
elektriciteit, dus geen toast. Geen nood: het smaakte.
Daarna naar boven
om de valiezen verder in te pakken en te proberen dicht te krijgen.
Dat
lukte mij niet echt. Dan maar een extra plastieken zakje gevuld.
Daarna kennis gemaakt
met Espérance, de vroegere huishoudster van Leo zijn broer, en haar vier
kinderen allemaal jongens. Ondertussen had Jaak een ontmoeting met zijn
neef Bienvenu Matata. Bleek dat ook Julienne hem kende.
Eens te meer
blijkt hoe klein de wereld is. Hij bleef de hele dag bij ons. Ons
laatste middagmaal aten we waar we ook de eerste keer kennismaakten met
de Rwandese keuken. We zorgden er wel voor er iets vroeger te zijn.
Zodat we niet zoals vorige week alleen maar de restjes hadden. Onze
‘entrée’ in de Karibu ging niet onopgemerkt voorbij. Obers riepen naar
elkaar: “Daar heb je die blanken weer die niet akkoord waren met de
rekening!” Of zoiets. Kiniarwanda verstaan we niet zo goed.
Ze hadden
toch wel de prijzen aangepast zeker! Een ‘plat du jour’ kostte nu 1.700 Rwf. Dat kon ons budget nog net hebben. Daarna de valiezen
opgehaald en in twee jeeps richting luchthaven.
We hadden nog een
afspraak bij Lando met enkele mensen van het weeshuis. Tijdens de
génocide was het hele gezin dat dit hotel runde, uitgemoord. De in de
buurt aanwezige para’s mochten niet helpen.
Maar twee zusters en een
broer zetten de zaak nu verder. Onder dezelfde naam.
Het is een begrip
in Kigali. Damas trakteerde. Hij bedankte Marie-Jeanne en
ons voor het werk dat we voor het weeshuis doen. Hij benadrukte dat het
feest op nieuwjaar verder zal blijven in de herrinering van de kinderen,
zo iets hadden ze nog nooit mee gemaakt. Dit alles dank zij onze aller
inzet, en in het bijzonder deze van Jaak. En dat hij heel goed beseft
dat wij er in België heel wat moeten voor doen, en dat hij dat zeker
respecteert. En dat opbouwende kritiek zeker welkom is, vooral als het
van Marie-Jeanne komt. "zij ziet alles, zelfs als er glas ontbreekt in
een boekenkast die maanden voordien is besteld, ze is "fantastisch
Madame le Président" Hij sprak verder de hoop uit dat wij verder in de
toekomst het weeshuis willen verder helpen! Ja waarom zouden wij niet,
als ge al die gelukkige kindergezichtjes ziet, kan je niet anders! We kregen elk een mooie
Rwandese mand als geschenk. Na de laatste foto’s in de tuin van het
hotel Lando, was het tijd om naar de luchthaven te vertrekken. Blij in
het vooruitzicht binnenkort weer in België te zijn. Maar ook weemoed om
het afscheid. We nemen Rwanda voor altijd mee in ons hart, ja het land
van de duizend heuvels heeft indruk gemaakt .
|
Monique V |
 |
|